CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2017

 

LABYRINTH

Mozart: Strijkkwartet nr. 14 in G, KV 387

Ligeti: Strijkkwartet nr. 2

Bach: Canons zu vier Stimmen BWV 1074 & 1077 - Canon zu acht Stimmen BWV 1072 - Canon zu sieben Stimmen mit feststehenden Bass BWV 1078

Dudok Kwartet: Judith van Driel en Marleen Wester (viool), Lotte de Vries (altviool), David Faber (cello)

Resonus RES10180 • 56' •

Opname: april 2016, Oude Dorpskerk, Bunnik

MÉTAMORPHOSES

Haydn: Strijkkwartet in C, op. 54 nr. 2

Ligeti: Strijkkwartet nr. 1 (Métamorphoses nocturnes)

Brahms: Intermezzo in a, op. 116 nr. 2 - in E, op. 116 nr. 4 - in b, op. 119 nr. 1 - Ballade in g, op. 118 nr. 3 (bewerkt voor strijkkwartet)

Dudok Kwartet

Resonus RES10150 • 57' •

Opname: meil 2014, Oude Dorpskerk, Bunnik

www.dudokkwartet.nl

 

 

 

 

 


Het Nederlandse Dudok Kwartet durft. Een cd met Mozart en Bach, maar ook met Ligeti; de andere cd met Haydn en Brahms (in interessante bewerkingen van Judith van Driel en David Faber!), maar wederom met Ligeti. Schoolvoorbeelden van goed programmeren: het oude werpt zijn licht op het nieuwe, het nieuwe zet het oude op zijn beurt in een ander perspectief. Nieuwe muziek die zo wordt uitgevoerd dat zij klassiek wordt of zelfs al is; oude alsof zij nieuw is. Dat zijn geen cryptische omschrijvingen maar gewoon de feiten. Het is niet ieder strijkkwartet gegeven.

Willem Dudok (1884-1974) was geen musicus, maar een architect. Het belangrijkste kenmerk van zijn werk was niet dat hij daarin een specifieke stroming vertegenwoordigde, maar dat hij als een ware alchemist te werk ging door de verschillende stromingen in zijn vakgebied eerst te absorberen om die dan vervolgens naar zijn eigen hand te zetten. Een goed voorbeeld daarvan is het stadhuis van Hilversum dat hij wel entte op de stijl van zijn grote Amerikaanse collega Frank Lloyd Wright, maar daarbij zijn eigen persoonlijke invalshoeken (en dat mag in dit geval letterlijk worden genomen!) niet uit het oog te verliezen. Dudok werd meer buiten dan binnen onze grenzen gezien als de architect die de verschillende stromingen binnen de Nederlandse architectuur in zijn eigen ontwerpen samenbracht. Het Dudok Kwartet koos zijn naam dus niet toevallig.

Het fascinerende aan dit ensemble is tweeërlei. Ten eerst geeft het (over)bekende stukken een nieuwe impuls, waarbij niet alleen maar de suggestie wordt gewekt op ontdekkingsreis te zijn, maar dit ook werkelijk wáármaakt. Haydn klink niet als ‘een' Haydn, maar als de grote uitvinder Haydn. Mozarts KV 387 staat met alle denkbare souplesse als gebeiteld in een verfrissend discours. De bijzonder kleurrijke speeltrant doet ook iets met de bewerkingen van een aantal van Brahms' pianostukken: wie de piano ‘even' vergeet, hoort gewoon nieuwe muziek! De miniaturen zijn in een geheel andere dimensie gepositioneerd, overtuigend en ravissant in hun uitwerking. Het is daarvoor veel meer dan alleen maar ‘mooi werk' geworden: het is overrompelend.

Ligeti is helemáál een verhaal apart. Zijn eerste kwartet (met de titel ‘Métamorphoses nocturnes' ofwel ‘nachtelijke gedaanteverwisselingen') kwam in 1954 uit zijn pen, twee jaar vóór de Hongaarse opstand. Toen die uitbrak week hij uit naar Keulen, waar hij het componeren onverdroten voortzette. Het strijkkwartet stond daarna lange tijd niet meer op zijn verlanglijstje. Het mag best een metamorfose worden genoemd, het bijna afzweren van een in zijn ogen ‘prehistorisch' model dat volgens hem geen overlevingskansen bood. Het bleek van tijdelijke aard, al duurde het toch nog tot 1968 alvorens hij met een waardige opvolger op de proppen kwam: het Tweede strijkkwartet. Gewoon vijfdelig, zo op het oog conventioneel, maar het oog (en het oor!) laten zich nu eenmaal graag bedriegen. Het is een caleidoscopisch werk geworden, naar eigen zeggen een historisch overzicht dat bij Beethoven begint en bij Webern eindigt. Het lijkt daarmee enigszins op die Nederlandse architect die allerlei stromingen samenperste maar die wel degelijk van een eigen identiteit voorzag. ‘Ligeti de geluidsvinder, de Willie Wortel van de twintigste-eeuwse muziek', schreef Siebe Riedstra.

Ligeti. Is dat moeilijke muziek? Ik vrees van wel. In dit kikkerland zijn immers de gedachten (definities kun je het niet noemen) omtrent ‘makkelijke' en ‘moeilijke' muziek danig bijgesteld. Dat heeft veel oorzaken, maar nog meer gevolgen. Er is het in een slop geraakte muziekonderwijs op de basisschool, maar ook het korte lontje en het daarmee samenhangende zapgedrag, de daarop afgestemde manier van programmeren met als onvermijdelijk uitvloeisel comfortabele gemakzucht. (of toch een kwestie van de kip en het ei?). Wat visueel prima lukt (musea met moderne kunst worden goed bezocht) blijkt auditief een groot probleem. Dat gezegd hebbende is het goed dat we in eigen land het Dudok Kwartet hebben, maar ook andere in het domein van de moderne muziek opererende ensembles die ook in het eigentijds repertoire goed beslagen ten ijs komen. Ze slaan twee vliegen in een klap: de extreem hoge spelkwaliteiten zorgen zowel in die zo vertrouwde ‘oude' als in de voor velen (nog) onontgonnen ‘nieuwe' muziek voor intens gekleurde, weidse panorama's die nieuwe dimensies toevoegen aan kunstmatig gecreëerde grenzen. Ik vind dat wel heel bijzonder van het Dudok Kwartet. Het klinkt bemoedigend, maar een feit is dat de stap van Mozarts ‘klassieke' KV 387 naar de micropolyfonie van Ligeti alleen huizenhoog is voor wie zijn oren er niet voor openstelt, vastgeroest blijft in wat hij allang weet.
Het is de mooiste beloning voor ieder ensemble: met een volkomen open blik intensief repeteren, de enorme complexiteit van die eigentijdse noten de baas worden en dan mogen beleven dat het allemaal niet voor niets is geweest omdat het publiek het nieuwe enthousiast en warm omarmt. Dat is een dimensie op zich, nietwaar?

Ik weet niet of die stelling door iedereen wordt gedeeld (veel parmantig geponeerde stellingen wacht een roemloos einde), maar een ensemble dat zich zowel met de oude als met de nieuwe muziek vertrouwd heeft gemaakt brengt heel veel synergie in het parcours. Het Dudok Kwartet is daarvan voor mij het klinkende bewijs. De opnamen zijn een pláátje. Volgens het boekje in 24bit, 96kHz. Ik geloof het direct.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links