CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2018

 

Dohnányi: Serenade in C, op. 10 (voor strijktrio) - Strijkkwartet nr. 3 in a, op. 33 - Sextet in C, op. 37 (voor piano, klarinet, hoorn en strijktrio)

Nash Ensemble
Hyperion CDA68215 • 76' •
Opname: juni 2017, All Saint's Church, East Finchley, Londen

 

Een voor de hand liggende, maar onjuiste naamsverwisseling: die van de dirigent Christoph von Dohnányi (1929) en de componist Ernö (of Ernst) von Dohnányi (1877-1960). Al waren het (deels) tijdgenoten en is de dirigent de kleinzoon van de componist.

Anders dan zijn goede vriend en landgenoot Béla Bartók was het niet de Hongaarse volksmuziek die Ernö fascineerde, maar dat typische mengsel van de Duits georiënteerde klassiek en romantiek zoals we die zo goed van de muziek van Johannes Brahms kennen. Maar net als Bartók ontwikkelde Dohnányi zich niet alleen als een voortreffelijke componist, maar ook als pianist. Zozeer zelfs dat hij op dit vlak zelfs werd vergeleken met een andere beroemde landgenoot: Liszt Ferenc, ofwel Franz Liszt.
Toevallig of niet, de invloed van Brahms op Dohnányi's componeren vinden we ook nog op andere wijze terug, in zijn vriendschap met de violist Joseph Joachim, die Brahms nog speltechnische aanwijzingen had gegeven tijdens het componeren van het Vioolconcert. Maar Joachim kende Dohnányi natuurlijk ook vanuit de kamermuziek, waarin Dohnányi als pianist eveneens excelleerde. Hoe het ook zij, in 1905 wist Joachim met behulp van zijn uitgebreide netwerk zijn Hongaarse vriend in Berlijn, toen een echte muziekmetropool, aan een geschikte baan te helpen.
Een decennium later zien we Dohnányi echter weer terug in zijn vaderland, waar hij in Boedapest het muziekbedrijf danig op de schop nam en zich niet alleen als dirigent en docent, maar ook als initiator van uiteenlopende concertreeksen naam verwierf. Anders dan misschien nu wordt gedacht was zijn aanzien in Hongarije groot en natuurlijk maakte hij daarvan goed gebruik. Dat hij als componist carrière maakte als de ‘Hongaarse Brahms' zal hem niet in het minst hebben gedeerd. Toentertijd gold dat zelfs als een rechtstreekse aanbeveling!
In 1957, een jaar nadat in zijn vaderland het Sovjetleger de opstand bloedig in de kiem had gesmoord, landde Dohnányi - na de nodige omzwervingen - in New York, waar hij drie jaar later tijdens een opnamesessie overleed.

Ernst (von) Dohnányi

Hoge kwaliteit
De muziek van Ernö (von) Dohnányi kent een hoge kwaliteit, maar is niet wat wij ‘oorspronkelijk' zouden noemen. De titel ‘Hongaarse Brahms' zegt in dit verband al genoeg. Maar hoe eclectisch zijn muziek ook is, zij getuigt wel degelijk van inventie en verbeeldingskracht, wat ook blijkt uit deze drie kamermuziekwerken, in oplopende bezetting van trio naar kwartet, en uiteindelijk naar sextet. Samen vormen ze precies datgene waardoor Dohnányi als componist zeker niet mag worden verwaarloosd: het capricieus karakter ervan, het steeds weer opduikende verrassingselement in zowel melodie als harmonie, die altijd weer kruidige ritmiek, de uitgelezen instrumentatie (Dohnányi kende ieder instrument bij wijze van spreken van binnen en van buiten), en niet in de laatste plaats de nooit zo veraf zijnde humoristische noot. Alles tezamen levert dat een sterk wisselend en contrastrijk parcours op dat deze muziek – ondanks de blik op Brahms (en daarmee ook Dvorák) – haar betoverende eigenschappen verleent. Zoals muziek in haar wezen ook dient te zijn.

Uitmuntend
Dat horen we allemaal terug in het uitmuntende spel van het Britse Nash Ensemble, dat vooral bekendheid verwierf als ‘Resident Chamber Ensemble' van het Londense Wigmore Hall. Maar afgezien daarvan behoort het tot de meest verfijnde kamermuziekensembles die Engeland rijk is. Het draait echter niet alleen om raffinement, maar ook om een warmbloedige, zelf gepassioneerde aanpak, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het openingsdeel van respectievelijk het Derde strijkkwartet en het Sextet. Maar ook de bijzondere combinatie van lichtvoetige gratie en gravitas is bij dit ensemble in de best denkbare handen (zoals in de finale van de Serenade en het Sextet). Hoe kleurrijk de instrumentatie uitpakt blijkt dan weer uit het Thema met variaties in de Serenade. Wie deze uitvoeringen slechts afdoet met ‘charmant' mist dus de pointe ervan, want hier beweegt zich - rijk geschakeerd en wel - heel wat meer tussen hemel en aarde. Het Nash laat daarover geen enkele twijfel bestaan en maakt er in alle denkbare opzichten het (aller)beste van. Dit is muziek die in iedere discotheek thuis hoort. Period!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links