CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2018

 

Bailar Cantando - Fiesta Mestiza El Perú (Codex Trujillo, ca. 1780)

Hespèrion XXI, La Capella Reial de Catalunya, Tembembe Ensamble Continuo o.l.v. Jordi Savall
Alia Vox AVSA9927 (sacd) • 70' •
Live-opname:19 juli 2017, Abdij van Fontfroide, Narbonne (F)

 

 

 

 

(F.) Couperin: Les Nations (1726)
Hespèrion XX o.l.v. Jordi Savall
Alia Vox AVSA9928 • 1.50' • (2 sacd's)
Opname: mei 1983, Chateau de Fléville (F)

   

De 'oude' versie vindt u o.a. op Spotify


Als er iets pleit tegen downloads zijn het wel de albums van Alia Vox, het ‘huismerk' van de Spaanse gambist, dirigent en musicoloog Jordi Savall. Want niet alleen is er de cd, maar ook het kloek uitgevoerde, tot in de puntjes verzorgde boekwerk dat steevast iedere uitgave begeleidt. Een boekwerk bovendien dat een en al schoonheid uitstraalt, met schitterende foto's en diep doorwrochte toelichtingen die beide een verhelderend uitzicht bieden op de muziek die – en ook dat is al lang traditie! – op topniveau tot ons komt: niet alleen qua uitvoering maar zeker ook wat de opnamekwaliteit betreft. Dit is echt het beste van het beste. Met nog als kruidig detail dat Savall altijd zelf een stevige vinger in de productiepap heeft. Kortom, het zijn zonder uitzondering topproducten die bovendien vaak repertoire onthullen dat anders misschien wel onbekend zou zijn gebleven. Want Savall speurt onophoudelijk naar wat nog onontdekt is gebleven, ‘ergens' in bibliotheken opgeslagen ligt, maar waar nog niemand zich verder om heeft bekommerd. Dat levert juwelen op die echter pas door de verschillende ensembles van Savall tot ware flonkering komen. En dan hebben we het over muziek die vrijwel alle continenten bestrijkt, veelal uit een heel ver verleden.

Soms is ook sprake van heruitgaven, zoals het geval is met ‘Les Nations' van François Couperin, oorspronkelijk opgenomen in 1983, maar onlangs opnieuw geremasterd, speciaal voor sacd. Dat is waar – in tegenstelling tot de meeste andere labels – Savall en de zijnen nog hartgrondig in geloven en er ook aan vasthouden: surround. En toegegeven: wie deze muziek, schitterend opgenomen, in vijfkanaalsmodus hoort, weet echt niet wat hem overkomt. Het is met zoveel smaak en terughoudendheid (heel belangrijk voor dit medium!) gedaan dat het in een woord overrompelend is.

Ik noem hier niet alleen Jordi Savall, maar ook Montserrat Figueras. De Catalaanse sopraan was niet alleen Savalls echtgenote, maar ook zijn muze. Ze stierf op 23 november 2011 in haar woonplaats Cerdanyola del Vallès, 69 jaar oud, na een moeizame en hopeloze strijd tegen kanker. Samen hebben ze, eerst in Catalonië en later ook ver daarbuiten, de middeleeuwse, renaissance- en barokmuziek in de kaders van de historiserende uitvoeringspraktijk geplaatst. Er werden veel tot dan toe onbekende bronnen aangeboord, in kloosters, bibliotheken en archieven dik onder het stof liggende manuscripten opgedoken en ze vervolgens geschikt gemaakt voor uitvoering. Savall doet dat nog steeds, met veel speurzin en kennis van zaken.

Een sopraan en een gambist die stokoude muziek aan de vergetelheid ontrukten en haar nieuw concertant leven inbliezen. Zo ontstonden ook de daarin gespecialiseerde ensembles: Hespèrion XXI (1974), Le Concert des Nations (1989) en La Capella Reial (1987), later La Capella Reial de Catalunya (1990). Zoals ook een andere gambist, ditmaal uit Oostenrijk, Nikolaus Harnoncourt, in 1953 het Concentus Musicus Wien oprichtte met als doelstelling musiceren op basis van de historiserende uitvoeringspraktijk. En even toevallig was het de echtgenote van Nikolaus, de violiste Alice Harnoncourt, die er vanaf het eerste uur bij betrokken was, ook als concertmeester van het ensemble. En net als Nikolaus zou ook Jordi Savall zich als een uitstekende dirigent van zijn eigen ensembles ontpoppen. Maar anders dan Harnoncourt hield Savall zich tevens intensief bezig met het documentaire karakter van ieder album dat onder zijn verantwoordelijkheid werd uitgebracht. Zoals hij zich ook net zo intensief bemoeide met de opname zelf. Het kwam zelfs tot een eigen label: Alia Vox. Wat hen tevens van elkaar onderscheidde was het repertoire: bij Harnoncourt was het voornamelijk de Europese barokmuziek (met daarin centraal Bach), bij Savall de oude muziek uit meerdere continenten, waaronder tevens de traditionele volks- en kunstmuziek uit onder meer het Nabije en Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Je zou zonder overdrijving kunnen zeggen dat bij Alia Vox niet alleen Oost en West elkaar ontmoetten, maar ook Noord en Zuid.

Dat is op papier gemakkelijk neergeschreven, maar in de muziekpraktijk vereist het nogal wat om bijvoorbeeld Zuid-Amerikaanse barokmuziek een hoge mate van authenticiteit mee te geven. Het is tweeërlei: enerzijds het opdoen van kennis omtrent de toenmalige uitvoeringspraktijk en anderzijds het (deels afwijkende) instrumentatrium dat daarvoor essentieel is. In het laatste geval kan eventueel een beroep worden gedaan op daarin gespecialiseerde ensembles, zoals Tembembe Ensamble Continuo op het nieuwe album ‘Bailar Cantando' (dans met zang). De subtitel ‘Fiesta Mestiza en El Peru' heeft misschien een wat minder prettige klank door het woord ‘mestiza', dat in het Spaans ‘bastaard' of ‘halfbloed' betekent. Volgens het woordenboek: een ‘gekruist ras'. Een festiviteit van en voor halfbloeden dus, en dan bovendien in het achttiende-eeuwse Peru. Hoe authentiek het allemaal is valt buiten mijn beoordeling (van Peruaanse barokmuziek heb ik nul komma nul verstand), maar dat het een zeer aanstekelijke cd is geworden staats wat mij betreft buiten kijf; en niet alleen door de nogal exotische aspecten ervan. Dirigent en ensemble zijn bovendien ook in de wereldmuziek gepokt en gemazeld. Het helpt allemaal mee om er een bijzonder luisterrijk geheel van te maken.

De muziek van François Couperin (1668-1733) daarentegen is heel wat dichter bij huis, al wordt in een van zijn bekendere werken, ‘Les Nations', wel degelijk over de eigen landsgrenzen heen gekeken. Hij staat ook bekend als ‘Le grand', om hem aldus de onderscheiden van zijn muzikale familieverwanten Louis (1626-1661), Charles (1638-1679), Armand-Louis (1727-1789), Marc Roger Normand (1663-1734) en Nicholas (1680-1748). Hij geldt de belangrijkste Franse componist in het tijdvak tussen Lully en Rameau.

Zijn muziek wordt zowel gekenmerkt door de typisch Franse gratie en lyriek als door de meer gepassioneerde stijl van de Venetiaanse school. Het is dan ook geen toeval dat hij een van zijn belangrijkste instrumentale werken uit 1724 de titel ‘Les goûts réunis' (de verenigde stijlen) meegaf.

Couperin is thans nog het meest bekend om zijn vier banden met klavecimbelwerken, de Livres de clavecin uit 1713-1730, waarin hij onderverdeeld in 27 ordres zo'n 220 briljante miniaturen bijeenbracht, alle voorzien van vaak raadselachtige en niet zelden geestige, de fantasie stimulerende titels. Ze worden wel vergeleken met de vaak even elegante en raadselachtige schilderijen van zijn tijdgenoot Watteau. Hoewel deze stukken in wezen op dansvormen zijn gebaseerd, zijn de meeste ervan echte karakterstukjes, soms als portret van bepaalde met naam en toenaam genoemde individuen, soms als een uitbeelding van abstracties of natuurgeluiden, met fantasievolle titels als Les baricades mistérieuses (een van de bekendste), L'arlequin, Le croc-en-jambe en Les idées heureuses. Sommige zijn duidelijk descriptief, andere berusten op privégrapjes. 
De expressiviteit van deze muziek wordt vergroot door de rijke versieringen die - uitzonderlijk voor die tijd - nooit aan de fantasie van de vertolker worden overgelaten, maar precies zijn neergeschreven. In sommige stukken maakt hij gebruik van de 'style brisé' (de gebroken stijl), waarin niet alle noten uit een akkoord gelijktijdig, maar gespreid worden gespeeld, wat oorspronkelijk als imitatie van luitenisten gold.

De in 1726 door Couperin gepubliceerde vier concerten (‘La Françoise', ‘l'Espagnole', ‘l'Impériale' en ‘La Piémontoise) onder de verzameltitel ‘Les Nations' (het is niet toevallig tevens de naam van Savalls ensemble Les Nations) munten uit door oorspronkelijkheid, inventiviteit en esprit. Dat de bundel tot Couperins beste werken behoort zal niemand betwijfelen, maar ook deze uitvoering is in de best denkbare handen. En niet in de laatste plaats door de formidabele solistische bijdragen van Monica Huggett en Chiara Banchini (viool), Ton Koopman (klavecimbel), Hopkinson Smith (theorbe), Stephen Preston (fluit), Michel Henry en Ku Ebbinge (hobo), Claude Wassmer (fagot) en Jordi Savall (gamba). Les Nations revisited!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links