CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2018

 

Peeter Cornet - Orgelwerken

Cornet: Fantasia noni toni MMN 8 - Salve Regina MMN 10 - Cournate MMN 12 - Tantum ergo MMN 11 - Toccata noni toni MMN 1 - Fantasia secundi toni MMN 3 - Regina Caeli MMN 9 - Fantasia ottavi toni MMN 7 - Fantasia ottavi toni MMN 6 - Aria del Granduca MMN 17 - Fantasia primi toni MMN 2

Arnaud Van de Cauter (orgel)
Paraty 518207 • 80' •
Opname: september 2016, Orp-le-Grand, Église Sainte Adèle et Saint Martin (B)

   

Wie was Peeter Cornet (ca. 1575-1633)? Veel weten we niet over hem. De toelichting in het cd-boekje helpt ons slechts enigszins op weg. Dat hij organist was van de kapel van de aartshertogen Albrecht en Isabella aan het Spaanse hof in Brussel. Dat hij in 1611 trouwde met Maria Cuypers, in de Brusselse Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Kapellekerk en in 1633 zijn laatste rustplaats vond op de begraafplaats van een andere kerk: de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk. Maar gelukkig staan deze schaarse biografische gegevens in de schaduw van wat dit nieuwe album laat horen: de bijzonder inspirerende creativiteit en het hoog compositorisch vakmanschap van Peeter Cornet. Dusdanig zelfs dat dit orgelwerk de vergelijking met dat van een andere grote Nederlander, Jan Pieterszoon Sweelinck, maar ook met een andere grote naam uit veel zuidelijker streken: die van Girolamo Frescobaldi, kan doorstaan. Het zijn zonder uitzondering organisten en componisten die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van het schitterende zeventiende-eeuwse orgelrepertoire. De drie verbindende schakels met hun werk zijn uiteraard de manuscripten, de organisten en de orgels. Om met het laatste te beginnen: het betreft het orgel van Orp le-Grand dat splinternieuw mag worden genoemd. Het werd gebouwd in 2009 door de Belgische firma Manufacture d'Orgues Thomas, maar wel geheel en al in de orgelstijl van de zeventiende-eeuwse Zuidelijke Nederlanden (waarover we relatief veel informatie beschikken). Het karaktervolle instrument bezit een grote kleurenrijkdom, verdeeld over twee klavieren en apart pedaal. Het lijkt daarom bij uitstek geschikt voor deze rijke muziek met een sterke polyfone signatuur en veel invloeden uit de Spaanse en Italiaanse orgelschool van die tijd.
Organist Arnaud Van de Cauter schrijft verder in het boekje dat niet bekend is of Cornet in Brussel op een orgel met een onafhankelijk pedaal heeft gespeeld. ‘In Orp-le-Grand kunnen een aantal thema's, dankzij de Trompet 8 en de Fluit 2 van het pedaal, heel gepast worden ingezet, in het bijzonder bij de fantasia's zoals bij een Scheidt of een Sweelinck. Ten slotte zijn de klavieren voorzien van subsemitoetsen en 14 diatonische halve tonen per octaaf (in plaats van 12), waardoor de keuze bestaat tussen mib of ré# en sol# of lab. Deze klavierinrichting, beschreven door onder anderen Marin Mersenne in zijn Traicté de l'orgue (1635), vergroot de klankmogelijkheden van het instrument in middentoonstemming gebaseerd op reine grote tertsen'.

Arnaud Van de Cauter mag zich een specialist noemen op het terrein van de zeventiende-eeuwse muziek in de Zuidelijke Nederlanden. Hij doceert aan de conservatorium in Luik en Bergen en is als organist-titularis verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Zavelkerk in Brussel, op letterlijk een steenworp afstand van het graf van Peeter Cornet. Ja, het kan verkeren. Maar ook waar Cornet eens trouwde met Maria Cuypers, in de Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Kapellekerk, is Van de Cauter vaak te vinden, onder meer als organisator van het daar gehouden Festival Voce et Organo. Dat zijn orgelspel met de zeer smaakvolle registraties van de hoogste orde is hoeft eigenlijk geen betoog. Bastien Gilson heeft dit prachtige instrument tot in de puntjes vastgelegd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links