CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2024

Chopin: Études op. 10 nr. 1-12 en op. 25 nr. 1-12

Yunchan Lim (piano)
Decca 4870122 • 57' •
Opname: dec. 2023, Henry Wood Hall, Londen

 

De pas 20-jarige Zuid-Koreaanse pianist Yunchan Lim (hij werd op 20 maart 2004 in Siheung geboren) gooit al geruime tijd zéér hoge ogen op een toch al door veel talent overwoekerd pad van de meest uiteenlopende carrières.

Er zijn tegenwoordig zoveel toppianisten in omloop dat het neerkomt op een ware heksentoer om nog boven dat toch al zo superieure maaiveld uit te steken. Pianistisch vernuft is dus allang niet meer voldoende. Met andere woorden: hij of zij moet écht iets te ‘zeggen', te ‘verhalen' hebben, al gaat het uiteindelijke oordeel daarover onvermijdelijk gepaard met een hoge dosis subjectiviteit. De ene (muziek)criticus vindt nu eenmaal zus, de ander zo. Dat wijkt op zich niet veel af van wat zich zoal in de krochten van het jurydomein afspeelt. Dat laatste weten we van de vele concoursen, al zijn die nu eenmaal onontbeerlijk voor de start van een (meer dan) succesvolle, internationale loopbaan.

Lim won in 2022 het Van Cliburn Concours in het Texaanse Fort Worth en als ik de vele nieuwsberichten daarover mag geloven, raakten publiek en critici volkomen in de ban van zijn vertolkingen, en dan met name die van Rachmaninovs Derde pianoconcert en de Transcendentale Études van Liszt. Zelf kreeg ik in de zomer van het jaar daarop er een vleugje van mee toen ik voor het eerst kennismaakte met deze door de Zuid-Koreaan uitgevoerde ‘leerstukken' (wat heet…ze zijn hondsmoeilijk en voor de niet-professional simpelweg onuitvoerbaar…). Zij het dat ik mij daarbij behoorlijk moest behelpen omdat het mij toegestuurde exemplaar verre van gaaf bleek (op meerdere cd-spelers ‘hikte' het dat het een lieve lust was). Wat ik er echter wél van meekreeg was dat hier een musicus zich presenteerde die niet alleen technisch maar ook interpretatief uitermate begaafd was en daarbij werkelijk geen zee te hoog ging. Zozeer zelfs dat ik op sommige momenten vond dat het best een expressief tandje minder kon. Maar het muzikale panorama als geheel was dat van zoveel positieve energie, levenskracht en muzikanteske warmte dat ik mij zeker kon voorstellen dat het publiek in de zaal daardoor – ik citeer uit een plaatselijke recensie – gewoonweg werd ‘weggeblazen'.

Decca Classics, onderdeel van Universal Music, heeft zich over deze jonge pianist ontfermd en het eerste resultaat daarvan ligt voor ons: Chopins 24 Études, die ieder voor zich, door hun volstrekt unieke karakter, een ware meesterproef vormen. Daarin is Lim bijna - dus niet helemáál - met vlag en wimpel geslaagd. Mogelijk heeft zijn soms onmiskenbaar eigenzinnige aanpak ook bij de jury in Fort Worth verschillende reacties opgeroepen?

Het is altijd weer die ene fascinerende vraag: hoeveel vrijheid een musicus zich interpretatief kan, zich mág veroorloven. Als duizend pianisten slaafs de notentekst volgen, kun je als luisteraar met één pianist volstaan. Om mij tot Chopins pianomuziek te beperken: die mate van vrijheid kent – gelukkig!- een bredere armslag dan ‘slechts' rubato en accelerando. Een armslag overigens die zich in zijn volle omvang niet eens afdoende laat verklaren. En opnieuw: gelukkig! De puur artistieke actieradius kent immers vele ‘gezichten' en niemand die dit vanuit een inmiddels héél ver verleden beter wist aan te tonen dan de Franse pianist Alfred Cortot, wiens Chopin juist door diens interpretatie uniciteit verwierf én behield omdat Cortot nog steeds zou moeten gelden als lichtend voorbeeld voor ook de jongste generatie vertolkers. Cortot was tevens de eerste pianist die op 21 maart 1925 Chopins impromptus op een elektrische opname voor het nageslacht vastlegde. Zoals het eveneens Cortot was die voor het eerst zorg droeg voor een tekstkritische uitgave van onder meer Chopins pianowerken, voorzien van zijn minutieus uitgewerkte commentaren op de daaraan inherente pianistische problematiek en hoe deze muziek het beste te interpreteren. Men kan er nog steeds kennis van nemen: zijn standaardwerk Rational Principles of Pianoforte Technique is nog alom verkrijgbaar.

Dat Cortot technisch begaafder was dan veelal wordt aangenomen (eerst vanaf het begin van de jaren veertig trad bij hem kortsluiting in het geheugen op) doet in ieder geval niet af aan die andere zo belangwekkende karakteristiek: die van zijn interpretatieve begaafdheid, een eigenschap die hij deelde met een andere beroemde tijdgenoot: Artur Schnabel (diens Beethoven- en Schubert-vertolkingen zijn én blijven, ondanks de technische beperkingen, een onuitputtelijke bron van kennis en diepgang). Laten we daarbij vooral niet vergeten dat in het interbellum een opname héél anders tot stand kwam dan na het afscheid van de schellakplaat.

Heeft de Zuid-Koreaan van al dit fraais voldoende kennis van genomen? Zijn spel verraadt zeker elementen van dat van Cortot, maar dat kan van zoveel pianisten worden gezegd. Wat evenwel bij Lim overheerst is diens buitengewoon aanstekelijke speelvreugde. De techniek is daarbij zo licht als een veertje, het spel als geheel vloeiend en gepassioneerd, er met gulle hand aan herinnerend dat de componist zelf niet veel ouder was dan Lim nu, toen de Pool rond 1830 deze études voltooide; en hij toen al een reputatie genoot als pianist die in de Parijse salons een graag geziene gast was.

Vanuit puristisch oogpunt zullen sommigen wellicht af en toe even de wenkbrauwen fronsen, want Lim wil de vele uitgesproken verraderlijke middenstemmen nogal eens een fractie teveel accentueren (maar waarom niet?) of komen er momenten in beeld waarin speelplezier het wint van precisie, al mag er gelijk aan worden toegevoegd dat Lims technisch arsenaal dusdanig ruim bemeten is dat hij voluit kan gaan waar hij dat maar wil, waar andere, zelfs beroemder en nog meer gerijpte collega's werkelijk alles moeten investeren in alleen al de noten zelf. Het voordeel van die superieure techniek kent tevens als beloning dat ook de merendeels aan deze études inherente grilligheid volop gelegenheid krijgt om danig op te bloeien.

Dat Lims technische arsenaal zou kunnen impliceren dat hij graag zwelgt in de puur technische aspecten van deze muziek, daardoor dan zouden uitstijgen boven het inhoudelijke karakter ervan? Gelukkig is daarvan geen enkele sprake. Een jonge pianist die met ware meesterhand gestalte geeft aan deze zowel pianistisch als interpretatief bijzonder lastige miniaturen kom je niet alle dagen tegen. Dus grijp uw kans…


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links