CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2021

Chopin: Nocturnes nr. 1-21 (compl.)

Alain Planès (piano)
Harmonia Mundi HMM 905332.33 • 1.55' • (2 cd's)
Opname: nov. 2019, Finca La Gramanosa, Avinyonet del Penedès (Spanje)

   

Ik had er hogere verwachtingen van, maar er bestaat ook zoiets als gewenning of verwenning: de discografie puilt uit van Chopin-vertolkingen en daaronder uiteraard ook die van de nocturnes. Wat deze uitvoering in ieder geval bijzonder maakt is het gebruikte instrument: een Pleyel uit 1836, een vleugel gelabeld ‘Modele puissant', met zijn 2.40m groter dan het standaardmodel, waarvan het klankvolume wonderlijk genoeg nauwelijks verschilt van dat van een hedendaagse Steinway, Bechstein, Yamaha of Bösendorfer. De discant klinkt harpachtig, het middenregister is fluwelig maar strikt helder van klank, de bas rond, sonoor en pregnant. Dat het instrument (Chopin zelf speelde graag op een Pleyel) werkelijk voortreffelijk klinkt is ongetwijfeld mede te danken aan de precieze restauratiearbeid die eraan ten grondslag moet hebben gelegen. Planès wijst er in zijn toelichting op dat alle positieve eigenschappen ervan volmaakt tot hun recht komen in de Nocturne op. 55 nr. 2 (track 1 op de eerste cd), wat ik alleen maar kan onderschrijven.

Iets minder positief ben ik over deze Franse pianist in dit programma, al zijn we – ik kan het slechts herhalen – op dit gebied behoorlijk verwend geraakt. De kritische meetlat is met de toename van het discografisch reservoir zelfs behoorlijk onbarmhartig geworden! Ik kan niet goed verklaren waar het aan ligt: het kan (deels?) de techniek zijn of anders wel Planès visie op de nocturnes, maar de indruk die zijn spel op mij als luisteraar maakt is die van enige stijfheid, of rechtlijnigheid zo u wilt. Ik mis interpretatieve vrijheid, het als het ware over de maten heen spelen, het is allemaal zo keurig ‘geframed', zo lineair dat er zich gaandeweg een aura van saaiheid begon op te dringen; terwijl van een routineuze aanpak toch geen sprake is. Er huist zoveel bezielde poëzie in deze miniaturen dat het adembenemend is, mede aangezet door de vele kleuraccenten in de drie registers. Dat is wat hier niet echt gebeurt: Planès' verbeeldingskracht lijkt hem vooral in de (meer) dromerige stukken enigszins in de steek te hebben gelaten, het avontuur van de verhoogde expressie lijkt uitgebannen. Natuurlijk leven we in een geheel andere tijd, zijn veel vertolkingen minder prozaïsch en wordt de klemtoon wel erg nadrukkelijk op de technische aspecten gelegd (wie nu naar de stokoude Chopin-opnamen van Alfred Cortot luistert weet waarschijnlijk niet wat hem overkomt!), maar dan lijkt de gulden middenweg in ieder geval aangewezen; en dan vooral wat betreft de expressieve finesse. Die dimensie ontbreekt in het spel van Planès.

De vleugelklank had niet beter vastgelegd kunnen worden en met de documentatie is het eveneens dik in orde. In het boekje zijn twee fraaie afbeeldingen van het instrument opgenomen, waarvan ik er een hieronder heb afgedrukt. Deze uitstekend geconserveerde Pleyel staat in het Spaanse Finca La Gramanosa in Avinyonet del Penedès.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links