CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2020

Chopin: Pianoconcert nr. 1 in e, op. 11 - nr. 2 in f, op. 21

Benjamin Grosvenor (piano), Royal Scottish National Orchestra o.l.v. Elim Chan
Decca 485 0365 • 72' •
Opname: 2019, RSNO Music Centre, Glasgow

   

De tijd ligt alweer ver achter ons dat de orkestrale introductie in de beide pianoconcerten van Chopin drastisch werd ingekort. Dat had ook een commerciële reden: op die manier konden beide concerten, zij het met enige moeite, op één lp worden geperst. Met de komst van de cd, begin jaren tachtig, is deze vorm van muzikale mutilatie voorbij. En gelukkig maar, want zeker onder leiding van een goede dirigent heeft die inleiding in haar geheel (die toegegeven best lang is) grote muzikale waarde. Al is het alleen maar omdat zij voor het gehele openingsdeel duidelijk richtinggevend is, en niet alleen voor de orkest- maar ook voor de solopartij.

Bij mij ging bij de naam van dirigent Elim Chan (1986, Hong Kong) niet prompt een belletje rinkelen. Op internet las ik dat zij dit seizoen Edo de Waart is opgevolgd als chef van het Antwerpen Symphony Orchestra en dat zij sinds 2018 ‘principal guest conductor' is van het Royal Scottish National Orchestra (RSNO, Thomas Søndergård is daar de chef), overigens niet te verwarren met het Scottish Chamber Orchestra, dat zes jaar geleden eveneens de beide pianoconcerten opnam, met Ingrid Fliter als solist en Jun Märkl als dirigent (Linn Records CKD 455). De cd hebben we overigens niet besproken (we kunnen niet alles en er wordt zoveel uitgebracht).

Uit Chans aandeel in deze beide pianoconcerten blijkt haar grote dirigeertalent. Dat moeten de Schotten uiteraard ook hebben beseft, want anders had zij die prestigieuze post bij toch wel een orkest van naam niet gekregen. Al was die benoeming wel heel snel een feit, kort na haar eerste gastoptreden, toen zij op het laatste moment was ingevallen voor de zieke Neeme Järvi. Haar engagement en esprit vielen bij het orkest en het publiek dusdanig in de smaak dat het eigenlijk daarna al meteen al ‘raak' was. Duidelijk een kwestie van chemie dus.

Zo ongeveer dezelfde chemie die moet zijn ontstaan tussen haar en de Britse pianist Benjamin Grosvenor (1992), want de samenwerking tussen beiden en het orkest getuigt in deze beide pianoconcerten van grote klasse. Wat in de eerste plaats opvalt is dat ze elkaar werkelijk niets toegeven (dat kan dus ook als de chemie zijn werk doet!), in termen van urgentie, precisie, geladenheid en lyriek. Het lijkt wel alsof deze concerten speciaal voor hen zijn geschreven, wat uiteraard onzin is, maar dat is wel de indruk die bij mij nog lang bleef hangen. Een belangrijk aspectg is ook dat de scheidslijnen tussen het klassieke en het romantische lijken te zijn weggevallen waardoor het geheel ademt een bijzondere natuurlijkheid ademt, In dit fascinerende lijnenspel ontstaat bovendien het idee dat het zo moet en dat het niet anders kan (wat natuurlijk evengoed onzin is).

Ik zei al dat de scheidslijnen tussen het klassieke en romantische in deze vertolkingen wegvallen. Het is een verademing om weer eens te worden geconfronteerd met wat ik gemakshalve maar het ‘zinvolle rubato' noem: rubato alleen daar waar het expressief echt iets toevoegt. Zowel Grosvenor als Chan zijn musici van het kaliber dat kan aantonen dat een strak geleide uitvoering en souplesse in frasering en dynamiek elkaar niet in de weg hoeven te staan. Dat levert alleen maar winst op, in de kraakheldere stemvoering, de geproportioneerde dynamiek en de sterke onderliggende puls. Waar nog bijkomt dat zowel de soli als de tutti van de houtblazers een betoverende pregnantie uitstralen en dat het koper nobel is ingebed in de geciseleerde, gepolijste orkestklank. Dat is trouwens ook al een belangrijk punt: dat de orkestpartij er niet maar een beetje bijhangt, maar zich juist door een zorgvuldige, liefdevolle aanpak onderscheidt en daardoor dezelfde klasse uitstraalt als het – eveneens symfonisch uitgewerkte – aandeel van het Los Angeles Philharmonic voor Carlo Maria Giulini, met Krystian Zimerman als de excellente pleitbezorger van Chopins rijk geschakeerde pianistiek. Dat laatste is ook zo ongeveer het 'handelsmerk' van Grosvenor geworden. Hij brengt in de beide concerten fascinerende nuances aan, beschikt over een toucher om van te watertanden en maakt hij de techniek ondergeschikt aan de exploratie van een rijk geschakeerd kleurengamma. Alsof hij daarmee wil uitdrukken: zó moet je Chopin spelen. Het resultaat is overweldigend. Kortom, u zult heel gelukkig zijn met dit nieuwe Chopin-album. Het staat werkelijk als een huis. De opname is ronduit schitterend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links