CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2019

Cerha: Nacht* - Drei Orchesterstücke

SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg o.l.v. Emilio Pomàrico*; WDR Sinfonieorchester Köln o.l.v. Jukka-Pekka Saraste
Kairos 0015005KAI • 64' •
Live-opname: 17 oktober 2014, Baar-Sporthalle, Donaueschingen*; 7 februari 2014, Kölner Philharmonie,Keulen

   

Friedrich Cerha en György Kurtág delen bijna hetzelfde geboortejaar (respectievelijk 1926 en 1923) en het feit dat ze nog in leven zijn, maar dat ze ook nog steeds componeren. En hoe. Wat de Oostenrijker en de Hongaar eveneens delen is hun afkeer van gemakzucht en slordigheid. Iedere noot moet als het ware ‘verantwoord worden' en vooral functioneel zijn, al zijn beide componisten in stilistisch opzicht nog zo verschillend. Een andere belangrijke eigenschap die in hun werk is verankerd: de verscheidenheid ervan, geënt op het zich voortdurend zelf vragen stellen en daarbij de juiste antwoorden bedenken. Dat helpt een mens pas echt vooruit, voorkomt stilstand.

Tweestromenland
Friedrich Cerha, de 'musicus doctus', ontwikkelde zich muzikaal te midden van Arnold Schönbergs twaalftoonsstelsel en de romantische worstelingen van Franz Schmidt, twee stromingen die zo verschillend van elkaar waren dat het twee kampen opleverde. Kampen die elkaar, zij het gelukkig niet fysiek, voortdurend naar het leven stonden. De rekenmeesters versus de romantici, dat was zelfs nog ruim na de Eerste Wereldoorlog het beeld. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog leken de 'Darmstadt-componisten' het rijk voor zich alleen te krijgen (de tijd van 'alles moet anders'), maar ook dit bleek uiteindelijk toch geen blijvende factor. De ene golf die de andere opvolgde, of meerdere golven die broederlijk naast elkander voortmeanderden. Dat is vandaag nog steeds zo: componisten die weer 'lekker romantisch willen componeren' en componisten die voortdurend nieuwe wegen willen zoeken en het risico op de kop toenemen dat ze daardoor van een (imaginair) publiek vervreemden. Er is in de afgelopen eeuw veel veranderd; en toch ook weer niet.

Verloren
Cerha was een van de velen die de vreugden en vruchten van hun jonge jaren verloren zagen gaan in eerst de Anschluss en vervolgens de Tweede Wereldoorlog. Als 17-jarige componist wachtte hem in 1943 de Wehrmacht, raakte hij betrokken bij het verzet, maar wist uiteindelijk toch zonder kleerscheuren uit de oorlog te komen.

Spiegel
Misschien is - buiten het componeren - wel zijn belangrijkste 'wapenfeit' de oprichting (met Kurt Schwertsik) in 1958 van die reihe (zonder hoofdletters!), een ensemble dat zich uitsluitend met de nieuw(ste) muziek bezighield en waarover hij tot 1983 de scepter zwaaide. Maar ook als componist trok hij grote internationale belangstelling met zijn opera's Baal (1980, op teksten van Brecht) en Der Rattenfänger (1986, op teksten van Zuckmayer). Dan was er nog zijn monumentale, zevendelige orkestwerk Spiegel (het duurt alles bijeen genomen bijna anderhalf uur, maar de zeven delen kunnen desgewenst los van elkaar worden uitgevoerd) dat onder meer zijn vaardigheden als originele orkestrator bevestigde. Maar misschien was het zijn reconstructie van de door Alban Berg (hij werd sterk door hem beïnvloed) onvoltooid achtergelaten, derde akte van Lulu die hem het meest bekend maakte. Hoewel in bepaalde kringen niet onomstreden is het toch die voltooide versie die vaak wordt uitgevoerd.

Vrije 'klankwerelden'
Voor Cerha waren de beide jaren 1959 en 1960 naar eigen zeggen beslissend voor zijn compositorische ontwikkeling. In 1959 ontstonden de drie Mouvements, drie 'toestandstudies' over volkomen tegenstrijdige klankstructuren, geschreven voor kamerorkest. Het was voor het eerst in Cerha's oeuvre, waarin tot dan niet alleen melodie, harmonie en ritmiek, maar ook de seriële ordening in de meest strikte zin centraal stonden, dat de componist afscheid nam van die gebondenheid en zich op vrije 'klankwerelden' stortte. Het was wat hem betreft gedaan met de traditioneel gebonden klankformules. Een koortsachtige periode brak aan, waarin Cerha zijn experimenteerdrift de vrije teugel liet. Na Mouvements I-II-III kwam in datzelfde jaar Fasce, twee jaar later gevolgd door de zeven Spiegel -stukken

Ingewikkeld
Cerha heeft willen 'bewijzen' dat hij ‘een zekere toestand' vanuit compositietechnisch oogpunt volledig kon beheersen. Die ontwikkeling verliep volledig lineair. Eerst is er de (gegeven) impuls, waarmee alles wat daarna komt onlosmakelijk daarmee is verbonden (zoals in Impulse für Orchester). Cerha's Gestaltung wordt, naarmate het werk vordert, alsmaar ingewikkelder, laag komt op laag, de opeenvolging van de toonhoogte wordt bepaald door het verloop van de verschillende curven (een beeld dat we tevens herkennen in zijn Spiegel-cyclus). Soms heeft de toehoorder nog enigszins houvast dankzij de manier waarop Cerha de octaven verdeeld, maar de 'Tonräume' worden door de veelvuldig toegepaste microintervallen toch eerder 'Tonereignisse', toongebeurtenissen op basis van voortdurende veranderingen. Inhaal- en passeereffecten markeren het tijdelement even nadrukkelijk als de geraffineerd toegepaste vergrotingen en verkleiningen die in compositorisch, dus technisch opzicht raakvlakken vertonen met Beethovens componeertechniek. Als Cerha's idioom niet zo wezensvreemd zou zijn geweest, zou de luisteraar het in die zin zelfs kunnen herkennen. Maar wat compositorisch (over)duidelijk is, blijft perceptief verborgen.

Continuüm
Het creatieve procedé en de onstuitbare krachten in deze muziek vragen om uiterste concentratie van de musici. Van de luisteraar wordt verwacht dat hij bereid is om in deze stukken voldoende tijd en moeite te investeren. Wie dat doet, wordt beloond. Cerha's vaak impulsieve dramatiek, zijn vertraagde gemoedsbewegingen (zo genoemd door György Kurtág) lijken af te rekenen met de tijdfactor, alsof deze klankvelden zich in een continuüm bewegen. Maar er is ook de tijd in zijn meest concrete betekenis, de tijd waarin deze muziek is ontstaan, vanaf het vroege neoclassicisme naar de Tweede Weense School, gevolgd door de overstap naar het serialisme, naar de grootschalige composities van de jaren zestig en de theaterwerken. Maar er is ook de inventieve adaptatie van de muzikale folklore uit vrijwel alle werelddelen, met daarin – hoe kan het anders! - een hoofdrol voor de volksmuziek uit eigen land.

Innerlijk vrij
Wolfgang Rihm betitelde Cerha's muziek eens treffend als ‘freie Musik die ihrerseits Freiheit ermöglicht'. En dan te bedenken dat in Cerha's toenmalige ‘Umfeld' vrijheid alleen met piepkleine letters geschreven mocht worden. Dan kwam het toch vooral neer op het verwervan van de innerlijke vrijheid, maar tevens ook de wetenschap dat in dat ‘Umfeld' hem de kritiek – en in sommige kringen zelfs verachting - niet bespaard bleef. Maar wie zich innerlijk vrij voelt heeft daar geen boodschap aan. Hij kijkt daarop als hoogbejaarde niet zonder een zekere mate van vermakelijkheid en historisch besef op terug.

Friedrich Cerha (foto Hertha Hurnaus)

Niet alleen museumstukken
Zowel het op dit nieuwe album vastgelegde Nacht (2012/13) als de Drei Orchesterstücke (2006/11) weerspiegelen die vrijheid ook, waarbij het niet uitmaakt dat het om opdrachtwerken gaat, respectievelijk van de Südwestrundfunk (SWR) en de Westdeutscher Rundfunk (WDR). Opdrachten die voor de zoveelste maal aantonen dat onze oosterburen al decennialang stevig investeren in de moderne en eigentijdse muziek, hetzij in samenwerking met daarop geënte festivals (Donaueschingen, Musica Viva), hetzij uit puur eigen initiatief. Een ontwikkeling die niet genoeg kan worden toegejuicht en die eens te meer aantoont hoezeer wij, maar wij niet alleen, daarmee vergeleken hopeloos achterlopen. Een bloeiend muziekleven vraagt niet alleen om museumstukken, maar ook om modern en eigentijds werk.

Bij ons is het Asko|Schönberg financieel uitgekleed, moest het Nieuw Ensemble door gebrek aan financiële middelen zelfs stoppen en moet maar worden afgewacht of zelfs Cappella Amsterdam het straks nog redt. Reinbert de Leeuw merkte het onlangs in een interview nog op: “De muzikale bloeitijd in Nederland is wel voorbij. Wat Halbe Zijlstra als VVD-cultuurstaatssecretaris heeft afgebroken is gruwelijk. Het beetje subsidiegeld dat er was voor componisten: weg. Het Asko|Schönberg Ensemble: gemarginaliseerd – en niet als enig ensemble.”

In ons vaderlandse woud van compromissen kan de eigentijdse muziek niet floreren. Zij past niet in de door onbegrip (soms grenzend aan ware idiotie) voortgestuwde poldermodellen. Dus wie de muziek van Cerha – en van hem niet alleen – wil horen kan, een enkele uitzondering daargelaten, alleen terecht bij de geluidsdrager of bij muziekstreamers. Andere opties zijn er eenvoudigweg niet. Vrijheid? Pardon?

Fascinerend
In ieder geval zijn zowel Nacht als de Drei Orchesterstücke fascinerende voorbeelden van Cerha's muzikale vertaling van zijn innerlijke vrijheid. Met zekere hand trekt hij in deze werken de lijn door van Spiegel 1960/61) en Hymnus (2000) naar zijn verdere Spätwerk. Muziek die doet herinneren aan Cerha's meesterlijke creatie van ruimte. Gurnemanz zegt het in Wagners Parsifal: “Zum Raum wird hier die Zeit.” Maar ook muziek waarin geen afbreuk wordt gedaan aan de noodzaak tot ordening (in Tombeau, het slotstuk van de Drei Orchesterstücke, is dat het ‘magisch quadraat', een verwijzing naar de Arabische mystiek).

Superieur
Het is uitermate lastig, zo niet onmogelijk om de uitvoering van complexe eigentijdse muziek goed te beoordelen zonder de beschikking te hebben over de partituur. Dat is hier niet anders, maar met de gebruikelijke slag om de arm kan ik wel zeggen dat de beide orkesten onder hun beide dirigenten (ze bewegen zich op het niveau van Russell Davies, Ed Spanjaard, Sylvain Cambreling en Peter Eötvös) superieur presteren. Deze weerspiegelt het alom bekende adagium dat wie zo eigentijdse muziek uitvoert, ook in Mozart en Haydn van wanten weet. Hans Rosbaud en Ernest Bour bewezen het al, vele decennia geleden. De opnamen zijn schitterend. Dus maar goed dat we Kairos hebben en dat er elders in Europa nog steeds artistiek en financieel wordt geïnvesteerd in de nieuwe muziek!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links