CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2020

Cage meets Satie - Works for two pianos

Cage: Three Dances (voor twee geprepareerde piano's) - Experiences I (voor twee piano's)

Satie/Cage: Socrate (voor twee piano's)

Anne de Fornel, Jay Gottlieb (piano)
Paraty 159183 • 56' •
Opname: mei 2019, Auditorium, Conservatoire à Rayonnement Régional de Paris

   

Ik beweer niet dat dit typisch muziek voor de diehards is, maar zij vraagt tenminste wel enig aanpassingsvermogen. In zijn niet van humor gespeende boek ‘Eerste Hulp bij Klassieke Muziek' kunt u op bladzijde 53 lezen dat de auteur, Erik Voermans, John Cage (1912-1992) als de grootste twintigste-eeuwse componist beschouwt. Alban Berg, Béla Bartók en Igor Stravinsky zijn even uit beeld. Het is typisch zo'n mening die eerder lijkt te provoceren dan dat zij als voldongen feit moet worden aanvaard. Maar ook Arnold Schönberg, toch niet de minste, had voor Cage de term ‘geniale uitvinder' in petto. Hoewel dat nog geen 'geniale componist' hoeft te zijn.

Waar moest Cage het van hebben? Vooral van buitenissigheden waarvan het muzikaal gehalte menigmaal op zijn zachtst gezegd nogal dubieus is. Tenminste, zo heb ik dat altijd ervaren. Hij grossierde in de meest uiteenlopende excentrieke hulpmiddelen zoals bouten, moeren schroeven, munten, badkuipen, breinaalden, allerhande keukengerei. Als ze maar op de een of andere manier ‘geluid' voortbrachten. Of helemáál geen geluid, zoals in zijn beroemde 4'33, ‘geschreven' in 1952, in zijn eigen woorden een ‘silent piece', waarvan we ook in de schilderkunst een pendant vinden: ‘White Paintings' van Robert Rauschenberg.

Volgens Voermans heeft Cage het luisteren voorgoed veranderd en als dat zo is, dan gun ik het de Amerikaan, al is het dan postuum, graag. Er zullen ongetwijfeld muziekliefhebbers zijn die gefascineerd zijn geraakt door zo'n piano voorzien van gummetjes, muntjes, stofreepjes, plastic afstandsstukken, schroeven en bouten tussen, over en onder de snaren, zoals in ‘The Three Dances', de vele extra hulpmiddelen die daarvoor nodig zijn hoogstpersoonlijk door hem beschreven en voorzien van de daarbij passende instructies. De muntstukken, stofreepjes, plastic spacers, gummetjes, bouten: ze moesten zus en zo worden aangebracht. En inderdaad, daardoor is deels het werk van een heuse ambachtsman geworden. Een ambachtsman overigens die er geenszins tegenop zag om een fles cognac leeg te gieten in een Bechstein-vleugel, louter en alleen omdat er iets mis was met het linkerpedaal (opgetekend door Suzanne Tézenas, die onder haar ogen haar kostbare vleugel zag verpieteren).

Cage had van Erik Satie 1866-1925)een zeer hoge pet op, een bewondering die al begon in 1948, toen hij voor het eerst met diens muziek kennismaakte. Een kennismaking die een jaar later tijdens zijn verblijf in Parijs nog verder werd aangewakkerd. Daar hoorde hij ook voor het eerst ‘Socrate', een 'Drame symphonique en trois parties', door Cage later bewerkt voor twee piano's.

Eenmaal weer terug in Amerika bleef Cage trouw aan de muziek van Satie. Zo organiseerde hij concerten met diens muziek, waarbij vooraf een praatje hield en zijn publiek voorhield wat in zijn ogen het grote belang was van deze Franse componist. Zijn voordrachten, ‘Defense of Satie', zijn zelfs legendarisch. U kunt er op Scribd (klik hier) het een en ander over lezen.

Hoe u ook over Cage mag denken: dit ‘pianowerk' is dankzij het formidabele duo Anne de Fornel en Jay Gottlieb in de best denkbare handen. Voor zover het iets zegt: het klinkt zelfs verbijsterend authentiek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links