CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2017

 

Bruckner: Symfonie nr. 3 in d (1877, Rättig-editie, 1890)

Wagner: Parsifal ('Ich sah das Kind an seiner Mutter Brust')* - Tristan und Isolde (voorspel en Liebestod)**

Kirsten Flagstad* en Birgit Nilsson** (sopraan), Wiener Philharmoniker o.l.v. Hans Knappertsbusch

Praga Digitals PRD 350 140 • 78'•
Opname: november 1954 (Bruckner), februari 1955 en januari 1959 (Wagner)

 

Er is vandaag geen enkele dirigent te vinden die bereid is om Bruckners Derde symfonie uit te voeren in de Rättig-versie uit 1890 (die in feite is gebaseerd op Bruckners eerste revisie in 1877, de eerste van de vijf die in de loop der jaren daarop nog zouden volgen). Maar ook in de jaren vijftig hield vrijwel geen dirigent zich met de Rättig-editie bezig. Alleen Hans Knappertsbusch en Carl Schuricht gaven aan deze versie de voorkeur. Geen wonder, want van de vele ingrepen staat ten eerste niet vast dat die in overeenstemming zijn met Bruckners eigen ideeën, terwijl het vervolgens niet vaststaat in hoeverre de gebroeders Schalk (in mindere mate Josef en in meerdere mate Franz Schalk) hun invloed op Bruckner hebben doen gelden. Over authenticiteit valt wel degelijk te twisten. Dat is dus het probleem in een notendop.

Knappertsbusch' ('Kna') enorme opera-ervaring vinden we - bijna vanzelfsprekend - terug in zijn visie op Bruckners symfonieën, al moeten we dan onze oren eerst eens goed schoonspoelen, 'verwend' als we zijn met de bijna gelikte Bruckner-vertolkingen zoals die vanaf het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw tot ons zijn gekomen en waaraan - misschien alleen met uitzondering van de eigenzinnige Sergiu Celibidache - tot aan de huidige dag onwrikbaar wordt vastgehouden. Het goed geconditioneerde veldwerk van met name Leopold Nowak en Robert Haas heeft diepe sporen getrokken door de Bruckner-interpretaties van bijna een halve eeuw; waarbij ik dan nog maar in het midden laat dat menige dirigent van twee walletjes wilde eten door zowel Nowak als Haas in een en dezelfde interpretatie te verdisconteren. Het klinkt wat oneerbiedig, maar door die vele zo sterk van elkaar afwijkende versies is de verzuchting 'laat de échte Bruckner opstaan' zeker niet overdreven. Al het onderzoek ten spijt, het is en blijft in dit opzicht een queeste.

En Kna? Hij maakte het zichzelf niet al te lastig door 'gewoon' de eerste gepubliceerde editie als zijn enige richtsnoer te nemen. Dat gold niet alleen gedurende de periode dat er van Haas- noch Nowak-edities sprake was, maar ook daarna, toen die er wel waren.

Op zich is de keus voor de Rättig-versie vooral spijtig omdat Knappertsbusch een krachtig en tegelijk overtuigend pleidooi voor dit aan Wagner opgedragen werk houdt, en niet in de laatste plaats door de gloedvol spelende Wiener Philharmoniker. De ‘opvuller' toont Knappertsbusch als een groot Wagner-dirigent, niet minder fraai gesecondeerd door de sopranen Kirsten Flagstad en Birgit Nilsson.
Praga Digitals heeft de oude mono-opnamen nieuwe kleur en fleur gegeven, wat de waarde van deze heruitgave zeker verhoogt. Jammer alleen van die Rättig-versie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links