CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2019

 

Mendelssohn: Vioolconcert in e, op. 64

Britten: Vioolconcert op. 15

Tsjaikovski: Sérénade mélancolique op. 26

Sebastian Bohren (viool), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Andrew Litton
Sony RCA 19075871142 • 71' •
Opname: december 2017, Friary, Liverpool

 

De Zwitserse violist Sebastian Bohren (1987, Winterthur) stuurde mij deze cd met als begeleidend commentaar dat hij dit niet alledaagse programma op zich al een bijzondere uitdaging had gevonden: nog niet eerder was een geluidsdrager verschenen met deze – hoewel op zich overbekende - vioolconcerten van Mendelssohn en Britten. Muziek verbroedert, zelfs postuum... Toegegeven: deze combinatie lag natuurlijk tamelijk voor de hand, wat het nog merkwaardiger maakt dat die nooit is beproefd. Of ik zou zelfs na lang zoeken iets over het hoofd hebben gezien (wat dan voor Bohren uiteraard eveneens geldt!)

Voor sommigen mogelijk een brug(je) te ver, maar er zijn wel degelijk verbanden aan te wijzen tussen de Duits getinte romantiek van Mendelssohn en de Engelse van Britten. Niet alleen in thematisch, maar ook in instrumentaal opzicht. Zoals er ook raakvlakken zijn tussen de vioolconcerten van de Engelse volbloed romanticus Edward Elgar (1857-1934) en de daarmee vergeleken ietwat meer daarvan gedistantieerde Benjamin Britten (1913-1976). Het waren trouwens deels tijdgenoten: toen Britten werd geboren was Elgar pas 56 en had hij nog een carrière voor zich van ruim twintig jaar. Toen Elgar overleed, componeerde de toen 21-jarige Britten 21 al lang en breed (vijf jaar na Elgars dood ontstond Brittens eerste en enige vioolconcert).

Bohren voelt zich in het Britten-concert als de bekende vis in het evenzo bekende water, zijn eminente visie stevig aangezet door een glanzende en volle toonvorming. De expressie viert voortdurend hoogtij, de contrastrijke en lyrische episoden wisselen elkaar in hoog tempo af. Dankzij de bovendien wel erg fraaie belichting van de vele donkere kanten van het werk durf ik te beweren dat we hiermee een van de betere vertolkingen ervan op cd te pakken hebben.

Mendelssohns vioolconcert werd voltooid in 1845, dat van Britten in bijna een eeuw later, in 1939. Dat is zowel het mooie als het bijzondere van muziek als deze: dat er zowel heftige verschillen als fascinerende overeenkomsten tussen de beide werken kunnen worden aangewezen. Merkwaardig genoeg is Bohrens vertolking, zeker vergeleken met die van Britten, helaas minder. En dan te bedenken dat hij al eerder een concerto van Mendelssohn opname: het weinig gespeelde Vioolconcert in d (klik hier voor de recensie). Er is wel de aanstekelijke combinatie van giusto en dichterlijkheid in zijn interpretatie, maar zijn toonvorming is soms wat dun en de romantische toets wordt door dynamische uitvergroting onnodig nadrukkelijk aangezet.

De vertolking van de ‘toegift', Tsjaikovski's melancholieke serenade, mag er overigens zijn. Wat dan tevens betekent dat Bohren zich met Andrew Litton en het Royal Liverpool Philharmonic als 'begeleiders' in Friary bijzonder gelukkig moet hebben gevoeld. Dat straalt er tenminste duidelijk vanaf. Aldus een wat Britten en Tsjaikovski betreft bijzonder geslaagde cd, maar van het Mendelssohn-concert zijn zowel in interpretatief als technisch opzicht beter geoutilleerde vertolkingen ruimschoots voorhanden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links