CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2024

Brahms: Pianoconcert nr. 1 in d, op. 15 - nr. 2 in Bes, op. 83

Simon Trpceski (piano), WDR Sinfonieorchester o.l.v. Cristian Macelaru
Linn CKD 732 • 47' + 49' • (2 cd's)
Opname: febr. 2023 (op. 15); live maart 2023 (op. 83), Philharmonie, Keulen

 

Wat deze beide vertolkingen missen is drama en meer focus op de 'donkere' Brahms, vooral in op. 15. De uit Macedonië afkomstige Simon Trpceski vindt daarin de Roemeense dirigent Cristian Macelaru en het WDR Sinfonieorchester aan zijn zijde, want ze musiceren op grond van een eensgezinde opvatting, als ware 'brothers-in-arms'. Met als gevolg dat ze, anders dan in de meeste andere uitvoeringen, de meer lyrische aspecten in het zonnetje hebben gezet. Mogelijk hebben ze, wat het Eerste pianoconcert betreft, zich laten leiden door het feit dat Brahms pas vijfentwintig was toen hij het werk voltooide (al zou je dat al van de dramatische openingsmaten zeker niet aflezen). Ergo, het is een concerto dat zoveel 'Sturm und Drang' uitstraalt dat, het langzame middendeel uitgezonderd, expressieve subtiliteit niet een van de meest wezenlijke kenmerken ervan is.
De uit Macedonië afkomstige Trpceski heeft gepoogd om raffinement en assertiviteit op een overtuigende manier met elkaar in balans te brengen, maar ik vind niet dat hij daarin ten volle is geslaagd. Dat wreekt zich nog het meest in het openingsdeel, in de doorwerkingsepisode, die het aan vlammende energie ontbreekt (en waar onder anderen Clifford Curzon, Stephen Hough, Radu Lupu en Emil Gilels wel geheel wisten te overtuigen).

Dat het streven naar klankraffinement en lyische gratie in dit geval ook zijn positieve kanten heeft blijkt wel uit het zinnelijk vormgegeven Adagio, en daarmee een van de best denkbare interpretaties. Het landschap wordt beheerst door een serene en in het middendeel gepassioneerde gloed die op de toehoorder een weldadige, maar ook betoverende uitwerking heeft.

In het slotdeel is het opnieuw Trpceski's voorliefde voor klankraffinement die de meer romantisch getinte fonkeling in de weg zit. De voortstuwende werking die van deze finale uitgaat komt er eveneens door in verdrukking en de overrompeling blijft uit.

Het Tweede pianoconcert werd live opgenomen en, het kan verkeren, profiteert in het stevig neergezette openingsdeel van de contrastwerking die pianist en orkest ditmaal wel tot hoofdmotief hebben gekozen. Toch, in het daaropvolgende Scherzo, is het weer het klankraffinement dat de boventoon voert, waardoor het brisante karakter herhaaldelijk dreigt onder te sneeuwen. Het in zoveel andere uitvoeringen krachtige laveren tussen de verschillende extremen (wat iets anders is dan puur technisch willen epateren!) is niet bepaald het fort van pianist en orkest.

Opnieuw maakt het langzame deel, Andante, door de geëtaleerde, fraai uitgesponnen sereniteit veel indruk. De cellist Oren Shevlin speelt zijn solopartij schitterend, maar hoe spijtig toch dat de opnametechnici niet in staat zijn gebleken om meer ruimte rond zijn instrument te creëren.

De finale gaat opnieuw mank aan voldoende expressief gewicht in de turbulente passages, waardoor dit sluitstuk een lichtere indruk maakt dan het notenbeeld doet geloven. Het is wonderlijk dat Trpceski en Macelaru ook in dit opzicht opnieuw van zoveel muzikale eensgezindheid blijk geven.

Het voor mij echter meest zwaarwegende probleem betreft de kwaliteit van de opname, vreemd genoeg zowel die in de studio als live. Ik memoreerde reeds de te dicht opgenomen solopartij van de cellist in het Andante van het Tweede pianoconcert, maar daar komt in de beide concerten de schelle discant van de vleugel en de flodderige basweergave bij, met tevens vervelende gevolgen voor het lage middenregister (met name celli en altviolen), dat daardoor aan definitie tekortkomt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links