CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2020

Brahms: Strijksextet nr. 1 in Bes, op. 18 - nr. 2 in G, op. 36

WDR Chamber Players: Cristian Suvaiala, Carola Nasdala (viool), Laura Escanilla,
Mircea Mocanita (altviool),
Johannes Wohlmacher
Susanne Eychmüller (cello)
Pentatone PTC 5186 807 • 73' •
Opname: februari 2018 (op. 18); oktober 2017 (op. 36); Klaus-von-Bismarck-Saal, WDR Funkhaus Köln (Keulen)

   

We staan er misschien niet al te vaak bij stil, maar er zijn veel uitstekende kamermuziekensembles waarvan de leden uit orkestmusici bestaan. Dat zegt zowel het nodige over hun muzikale kwaliteiten als orkestlid als over de lat die bij audities zeer hoog wordt gelegd. Wat dat laatste betreft: velen worden geroepen, maar slechts een enkeling uitverkoren. We zien dat beeld overigens bij vrijwel, zo niet alle orkesten. Al zal die lat bij het ene orkest weer hoger liggen dan bij het andere, mede afhankelijk van de nationale en internationale status die dat orkest geniet en graag zo hoog en zo lang mogelijk wil houden.

Maar met technisch vlekkeloos spel, perfecte stemvoering en een ideale balans is het gehele verhaal nog niet gezegd. Er is nog zoiets als vertolkingstalent of anders gezegd: het talent om het notenschrift echt te laten 'spreken', de indruk te wekken dat we als toehoorder getuige zijn van een bijzondere gebeurtenis. Muziek die ons aangrijpt, daar gaat het uiteindelijk toch om. Het heeft te maken met spelplezier (hoe serieus het onderhanden zijnde werk ook mag zijn), met durf en niet in de laatste plaats met vrijheid. En hoe beter men technisch is geëquipeerd, des te de beter de uitgangspunten voor het waarmaken van dergelijke verwachtingen

Geen twijfel: dat gebeurt ook op dit nieuwe album, gewijd aan Brahms' beide strijksextetten, iedere voor zich subliem qua melodische en harmonische inventie en vormgeving, diep gelaagd en uiterst expressief. doordrongen van contrastrijke uitbundigheid, opstandigheid en contemplatie. Het levert voortdurend een fascinerende wisselwerking op, met name in het tweede sextet dat in alle vier delen, maar vooral in het openingsdeel (Allegro non troppo) het bittere einde van een voor Brahms belangrijke vriendschap ademt: die met Agathe von Siebold. Het opus is doordesemd van onbestemde gevoelens die dicht aanleunen tegen zowel een terugblikken als gevoelens van verlatenheid. Wat bij het tweede sextet ook opvalt is het zeer complexe karakter ervan (terwijl tussen beide niet meer dan drie jaren schuilen), opgebouwd vanuit een fijnmazig netwerk van motivische verbindingen.

Hoewel muziek zich interpretatief niet eenduidig laat typeren en begrippen als 'somber', 'vrolijk', 'melancholiek' of 'lyrisch' een subjectief karakter hebben, kan er wel - zij het dus met de nodige voorzichtigheid - een bepaalde sfeer mee worden verbonden. In deze geweldige uitvoeringen is daarvan zonder meer sprake, waar ik nog aan toevoeg dat de nogal ongedurige puls die Brahms in het tweede strijksextet heeft gelegd door deze musici eveneens een volwaardig profiel krijgt. Dat Brahms in het eerste sextet toch vooral jeugdig van hart en gemoed was (er spreken wellicht zijn toen zéér warme gevoelens voor Clara Schumann uit) maakt het contrast met het tweede strijksextet des te groter. Ook daarin wordt de muzikale 'overmoed' van deze zes eminente strijkers met gulle hand beloond; en dus daarmee ook wij. Walter Platte legde het zeer gedetailleerd maar tevens warm vast. Een schitterende uitgave!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links