CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2017

 

Brahms: Strijksextet nr. 1 in Bes, op. 18 - nr. 2 in G, op. 36

Renaud Capuçon en Christoph Koncz (viool), Gérard Caussé en Marie Chilemme (altviool), Gautier Capuçon en Clemens Hagen (cello)

Erato 0190295888374 • 77' •

Live-opname: 24 maart 2016, Conservatoire Darius Milhaud, Aix-en-Provence (F)

   

Wie ernaar luistert houdt het misschien niet voor mogelijk, maar Brahms' beide strijksextetten worden algemeen tot zijn jeugdwerken gerekend. Hoewel het begrip ‘jeugd' wel enigszins moet worden genuanceerd: toen hij in Hamm, nu een stadsdeel van Hamburg, aan het eerste sextet (op. 18) begon, was hij 26 en dus zelfs al ver voorbij de leeftijd van adolescent. Strijkkwartetten en –kwintetten waren er in ieder geval nog niet uit zijn pen gevloeid. Wel was kort daarvoor zijn eerste pianoconcert (oorspronkelijk opgezet als een sonate voor twee piano's, vervolgens omgewerkt tot symfonie, maar uiteindelijk uitmondend in de definitieve vorm zoals wij die kennen: het pianoconcert) in première gegaan. Maar ook in puur orkestraal opzicht had hij eigenlijk al een meesterproef afgelegd, in de vorm van zijn verbluffende eerste serenade.

Met de voltooiing van dat eerste sextet in september 1860 was er tevens een einde gekomen aan een korte maar heftige liefdesrelatie met de zangeres Agathe von Siebold, dochter van een professor aan de universiteit van Göttingen. Het lenteachtige karakter ervan is evident, wat nog eens wordt bevestigd door de (niet door Brahms zelf) gegeven bijnaam: ‘Frühlingssextett'. Dat in het compositieproces de warme gevoelens voor de professorsdochter een belangrijke rol hebben gespeeld wordt niet door enig bewijs gestaafd, maar voor de hand ligt het wel. In puur compositietechnisch opzicht is het een volmaakt werk, al had zijn goede vriend, de violist Joseph Joachim hem (evenals later bij de compositie van het Vioolconcert) hem een aantal goede tips gegeven (die hij ook in praktijk bracht).
Onder de toehoorders tijdens de première bevond zich ook Brahms' trouwe vriendin Clara Schumann, dan al vier jaar weduwe. Het zonnige karakter van het vierdelige werk (de vorm is klassiek, naar de voorbeelden van Haydn, Mozart en Beethoven, met het langzame deel in variatievorm) zal ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld bij de popularisering ervan. Dat begon al gelijk na de première. De bezetting van twee violen, twee altviolen en twee celli is niet gestoeld op simpele stemverdubbeling, maar op kunstig uitgewerkte, individuele stemvoering, met vaak gelijkberechting van alle zes instrumenten. Brahms maakte het er zich dus zeker niet gemakkelijk vanaf. Het is dan ook op en top volwaardige kamermuziek van zijn hand.

Het tweede sextet ontstond vrijwel geheel in de zomer van 1864, kort nadat hij zijn baan als ‘Chormeister' van de Weense Singakademie aan de wilgen had gehangen. Hij had een zomerwoning betrokken in de omgeving van het cisterciënzer klooster in Lichtenthal, iets ten Zuid-Oosten van Baden-Baden. Daar bracht hij tot 1874 de zomermaanden door en componeerde er ijverig. Begin 1865 legde hij de laatste hand aan het sextet, kort voor de onverwachte dood van zijn moeder. De première vond in Amerika plaats, in Boston, op 11 oktober 1866. De Europese première was in Wenen, op 3 februari 1867.
Evenals het eerste wordt het tweede sextet gekenmerkt door een uitgesproken zonnig karakter, en evenals het eerste sextet met een - zij het andere - variatievorm in het langzame deel. Een vrolijke inborst dus, en zo dacht Brahms er zelf ook over: tijdens de Weense première liet hij er geen misverstand over bestaan dat hij beide werken ‘von gleicher Fröhlichkeit' achtte. Wel is duidelijk dat het tweede sextet een grotere artistieke rijpheid ademt dan het eerste, onder meer door de grotere polyfone rijkdom ervan. Bij het schrijven moet hij zeker aan zijn vroegere geliefde hebben gedacht, want haar voornaam verschijnt in het tweede (lyrische) thema van het eerste deel: AGATHE: A-G-A-D-H-E. Waarbij de D het alternatief voor de T was. De Duitse H is, zoals bekend, onze B.

Zo op het eerste gezicht lijken de rond de beide broers Capuçon gegroepeerde overige vier leden met elkaar een gelegenheidsformatie te vormen, maar niets is minder waar. Ze treden vaak samen op en dus horen we een ravissant ensemble dat volmaakt op elkaar is ingespeeld en dat – mogelijk met enige correcties achteraf – ons alle voordelen (niet de nadelen!) van een live-uitvoering (Paasfestival 2016 in Aix-en-Provence) gunt. We worden getrakteerd op grandioos spel dat naar mijn bescheiden mening werkelijk niet te verbeteren valt. Of anders gezegd: beter kan niet, anders wel (dat laatste doet trouwens altijd opgeld). Het zo vaak geprezen Engelse Raphael Ensemble (volgens sommigen levert dit gezelschap de ‘beste' uitvoering van de beide sextetten) haalt dit sprankelend hoge niveau beslist niet. Bovendien moet het Raphael het doen met een aanzienlijk mindere opname, wat altijd zwaar meetelt. Kortom, voor mij is de keus duidelijk: wat deze twee strijksextetten samen betreft is hiermee een moderne nieuwe standaard gezet.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links