CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2016

 

Brahms: Strijkkwartet nr. 1 in c, op. 51 nr. 1 - Pianokwintet in f, op. 34

Natacha Kudritskaya (piano), Brodsky Quartet

Chandos CHAN 10892 • 77' •

Opname:september 2015, Potton Hall, Dunwich, Suffolk

 

Wat mij in de vertolking van Brahms' kamermuziek nogal eens tegenstaat is het gezochte 'sturm und drang' karakter ervan, alsof er voortdurend strijd moet worden geleverd tegen de elementen die het ensemble dan zelf eerst heeft opgeroepen. Het is maar waar men de voorkeur aan wil geven. Ik weet ook wel dat deze muziek niet met fluwelen handschoenen moet worden aangepakt en dat de grootschaligheid ervan al snel tot expressieve uitvergroting kan leiden maar - en dat is in een aantal pianowerken van Brahms ook het geval - het moet geen overdreven gespannen toestand worden en al helemaal geen balanceren op de grens van het expressieve spectrum. Daar leent deze muziek zich zeker wel voor, maar al breekt het touwtje niet als dat voortdurend strak gespannen staat, het werkt luistermoeheid wel in de hand. De gulden middenweg dus, vaak ook het beste van twee verschillende werelden.

Ik kwam op die gedachte toen ik naar deze twee grote Brahms-werken luisterde in deze uitvoeringen die juist datgene uitstralen waaraan zo vaak bijna achteloos voorbij wordt gegaan: een rustige opbouw waarin de opwinding niet tot middelpunt wordt verheven. Bij het Brodsky is er de suggestie dat alles zijn eigen goed gefundeerde tijd en plaats heeft. Het is dit muzikale bioritme dat mij uitstekend bevalt, maar toch zijn er wel degelijk kanttekeningen bij te plaatsen. Al aan het begin van het strijkkwartet wordt de ontspannen toon gezet: het hoofdthema wordt niet uitvergroot, de lyriek van het tweede thema krijgt alle denkbare kansen en in de doorwerking treft de soepele frasering, terwijl zeker niet achterover wordt geleund. Dat is de positieve kant van de medaille. Anderzijds zou ik wensen dat in de doorwerking van de finale wat steviger was doorgepakt en de nerveuze spanning die Brahms erin heeft gelegd tot volle wasdom was gekomen. Het parcours verloopt nu te gladjes , te gemakkelijk.

Het is deze kwartetstijl waaraan Natacha Kudritskaya zich in het pianokwintet moeiteloos, bijna vanzelfsprekend heeft overgegeven. Dat heeft eveneens zijn positieve en minder positieve kanten. Voor het ensemblespel pakt het zonder meer goed uit, de neuzen staan immers in dezelfde richting, maar het bezwaar ervan is dat de pianiste zich te weinig individualistisch ontplooit en zich bij tijd en wijle door het kwartet laat ondersneeuwen. Wel geldt daarbij de verzachtende omstandigheid dat haar Steinway goed hoorbaar tot het mindere echelon van deze fabrikant behoort, met een weinig sprekende dynamische spankracht. Maar het is uiteindelijk toch de nogal voorzichtige aanpak van het gehele ensemble die de contrastwerking soms onnodig naar de achtergrond doet verschuiven en waardoor het reliëf op het speelveld dan niet meer dan wat bleekjes oplicht. Het is de onvermijdelijke consequentie van deze benadering, de keuzes die zijn gemaakt. Dat zich herhaaldelijk momenten van grote schoonheid openbaren ,zoals in het bijna van lyriek overlopende Andante en het relatief licht gehouden Scherzo, zegt tevens iets over het eminente spel dat ten beste wordt gegeven.

Daarmee is het uiteindelijk een zaak geworden van plussen en minnen. Misschien dat voor u de plussen (gaan) overheersen, maar vaststaat wel dat de balans in dit geval niet in het midden ligt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links