CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2008


 

Brahms: Klarinetsonate nr. 1 in f, op. 120 - nr. 2 in Es, op. 120 nr. 2.

Jon Manasse (klarinet), Jon Nakamatsu (piano).

Harmonia Mundi HMU907430 • 44' •

 

 

 


In 1890, Brahms was toen 57, schreef hij aan een vriend: "Es will nichts mehr werden. Ich war stets gewohnt, mir über alles klar zu sein. Mir scheint, es geht nicht mehr so wie bishe. Ich tue gar nichts mehr. Ich war mein Lebtag fleißig, nun will ich einmal recht faul sein." En na de voltooiing van zijn strijkkwintet op. 111: "Viel zerrissenes Notenpapier habe ich zum Abschied von Ischl in de Traun geworfen." Ook op zijn vakantieverblijf in het zonnige Ischl met zijn prachtige omgeving lukte het Brahms niet om "über alles klar zu sein." Terug in Wenen voltooide hij nog enige composities die hij enige decennia eerder al had geschetst, waaronder de 'Deutsche Volkslieder', de meerstemmige vocale kwartetten op. 112 en de canons voor vrouwenstemmen op. 113.

We mogen ons echter gelukkig prijzen dat Brahms nog geen jaar later de klarinettist Richard Mühlfeld leerde kennen. Diens spel maakte op hem een dusdanig diepe indruk dat hij alle speltechnische mogelijkheden van het instrument wilde leren kennen. Zo bracht Brahms vele uren bij Mühlfeld thuis door om zoveel mogelijk diens oefeningen op zijn instrument te kunnen volgen. Maar Mühlfeld spoorde ook aan om voor de klarinettist nieuwe composities te schrijven, hetgeen nog in 1891 resulteerde in vier nieuwe hoogtepunten van de klarinetliteratuur: het klarinettrio op. 114, het klarinetkwintet op. 115 en de beide sonates op. 120. Daarmee zijn het niet alleen de laatste kamermuziekwerken die Brahms componeerde, maar de 'Vier ernste Gesänge' op. 121 tevens Brahms' laatste grote composities. De beide klarinetsonates heeft Brahms in 1895 samen met Mühlfeld voor het eerst uitgevoerd, maar ook nadien trad hij nog regelmatig met Mühlfeld op. Het tekent de relatie tussen beiden dat de recette van de gezamenlijke concerten zonder uitzondering naar de klarinettist ging: Brahms wilde er geen cent van hebben.

 
  Richard Mühlfeld (1856-1907)
   
 
  Brahms schonk Mühlfeld een set zilveren theelepels met monogram ten blijke van zijn vriendschap.

Mühlfeld moet niet alleen een groot klarinettist zijn geweest, maar heeft zeker ook bijgedragen aan de uitbreiding van de speltechnische mogelijkheden van het instrument. Vaststaat dat hij bij voorkeur gebruik maakte van een klarinet uit beukenhout, die was vervaardigd door de instrumentbouwer Georg Ottensteiner uit München. Het instrument had de bouw van de klassieke klarinet, maar met een aanzienlijk beter mechaniek en een warme, wat zoetige, maar heldere klank. Het verfijnde mechaniek maakte genuanceerd expressief spel mogelijk.

Op deze cd worden de beide klarinetsonates meesterlijk vertolkt. Manasse paart een warme toon aan een fenomenale articulatie, wat het duister-lyirische openingsdeel van de sonate in f in een bijzondere gloed zet. Het elegische tweede deel, andante un poco adagio, verloopt als een droom, het daarop volgende walsachtige allegretto grazioso klinkt ook als een echte Ländler, maar tegelijk zo Weens en puur dat de 'Liebeslieder-Walzer' in herinnering worden geroepen. De brede legatobogen in het gracieuse tweede trio worden subliem getroffen. In de finale in rondovorm overheerst de vrolijkheid, die Manasse en Nakamatsu zelfs tot een uitbundig wisselspel verleidt.

De toonsoort van de tweede sonate doet minstens heldhaftigheid vermoeden, maar niets is minder waar. Het leidsnoer is duidelijk 'amabile', vriendelijk en zangerig, de sfeer van gemoedelijkheid, die alleen af en toe een ander karakter aanneemt, als de dramatiek haar opwachting maakt, dan nog versterkt door het laagste octaaf van de klarinet. Het scherzo, in es-klein genoteerd, heeft wel heroïsche trekken, maar in het trio is het dan weer de breed uitgesponnen melodie die rust en ontspanning uitstraalt. Het slotdeel, in de vorm van thema met variaties, treft de originaliteit van de 'oude' Brahms.

De warme, maar gedetailleerde opname doet volledig recht aan zowel deze wondermooie composities als aan het afgewogen spel van Manasse en Nakamatsu. Het enige bezwaar dat aan deze uitgave kleeft is de geringe tijdsduur. Een halfuur meer Brahms was zeer welkom geweest! Maar in deze driekwartier horen we wel een van de beste vertolkingen van Brahms' beide klarinetsonates.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links