CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2017

 

Borodin: Pianokwintet in c - Cellosonate in b - Strijkkwartet nr. 2 in D

Piers Lane (piano), Goldner String Quartet: Dene Olding en Dimity Hall (viool), Irina Morozowa (altviool), Julian Smiles (cello)

Hyperion CDA68166 • 78' •

Opname: april 2016, Potton Hall, Dunwich, Suffolk (VK)

 

Een melodicus pur sang, die ook met de harmonische onderbouw goed uit de voeten kon. Ziedaar een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Russische Nationale School. Samen met Moesorgski, Balakirev, Rimski-Korsakov en Cui legde Borodin de basis voor een Russisch getinte, realistische muziekstijl. Ik zou niet zo ver willen gaan om Borodin de ‘Russische Verdi' te noemen, maar Vorst Igor mag wel worden gerekend tot een van de Russische opera's waarin het melos uitgesproken weldadige vormen heeft aangenomen. Hoewel er in dit grootse werk heel wat meer tussen muzikale hemel en aarde in beweging wordt gezet. U kon het onlangs nog meemaken bij De Nationale Opera.

Een melodicus pur sang dus, zoals ook ten overvloede blijkt uit het Tweede strijkkwartet (1881), een werk dat excelleert door zijn pure melodische en harmonieuze schoonheid, maar bovendien heel wat meer te vertellen heeft dan alleen dat. Er huist een enorm groot vakmanschap in deze partituur, terwijl op het gebied van sfeertekening het ene na het andere panorama uit een onzichtbare hoge hoed lijkt te worden getoverd. Een van de schitterendste voorbeelden is wel het Andante, een onvergelijkelijk fraai getoonzette ‘nachtmuziek' die doet denken aan de exquise landschapsschilderingen van Anton Tsjechov. Een korte opleving zorgt voor een boeiend contrast. Rijk geschakeerde muziek die tot het grote kamermuziekrepertoire behoort.

Iets anders is het gesteld met de Cellosonate uit 1860. Hoewel de cello tot Borodins favoriete instrument behoorde (de ware melodicus verloochent zich niet!) is het met dit werk nogal merkwaardig verlopen. Oorspronkelijk bedoeld om samen met ene mevrouw Stutzmann uit te voeren (hij had haar in 1860 tijdens een studiereis in Duitsland ontmoet), is de sonate desondanks onvoltooid gebleven. Er is niets zoekgeraakt: uit de nalatenschap blijkt duidelijk dat het nooit heeft bestaan. Deze fragmentarische lappendeken wordt keurig bewaard in het archief van het Instituut voor Kunstgeschiedenis in Sint-Petersburg. Een reconstructie werd uitgevoerd door de componist en musicoloog Michaïl Goldstein (1917-1989) en het is deze versie die wordt gespeeld.

Het uit 1862 daterende Pianokwintet kent minder overvloedig stromende melodieën dan het Tweede strijkkwartet, maar er zijn voldoende fascinerende momenten (met name in de beide hoekdelen) die het meer dan de moeite waard maken. Het Scherzo profiteert van folkloristisch getinte contrasten die de innemendheid van het gehele werk duidelijk nog eens onderstrepen.

De leden van het Britse Goldner String Quartet ontpoppen zich als volmaakte pleitbezorgers van deze muziek. Technisch compromisloos en interpretatief met de nadruk op energie, passie en lyriek zijn deze drie stukken bij hen in de best denkbare handen. Opnametechnicus Ben Connellan zorgde voor een magnifieke omlijsting.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links