CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2017

 

Blumenthal: Pianokwintet in D, op. 2 - in G, op. 4 - Vier liederen: Non pensare a me! - M'incontri per la strada - Ah non languir! - Erntelied

Sophie Klußmann (sopraan), Oliver Triendl (piano), Daniel Giglberger en Hélène Maréchaux (viool), Corina Golomoz (altviool), Bridget MacRae (cello)

TYXart TXA 16079 • 71' •

Opname: juli 2016, Studio 2, Bayerische Rundfunk, München

www.TYXart.de

 

‘It is harder to honor the memory of the nameless than of the famous,' schreef Walter Benjamin. Waaraan ik zou willen toevoegen: het kan ook interessanter zijn, of misschien is het dat wel a priori. Wat we al weten is immers bekend terrein en daar liggen de verrassingen niet meer voor het opscheppen. Niets is zo interessant als die eerste kennismaking, want daarna gaat het onherroepelijk afvlakken. Ook al willen we dat niet. Menigeen zal het niet zijn ontgaan dat het beste van het beste en het mooiste van het mooiste uiteindelijk in de beleving dat niet meer is. Dat heeft niets met het kunstwerk op zich te maken, maar alles met het individu dat ernaar kijkt of luistert. Het is maar hoe het in onszelf wordt weerspiegeld, want het kunstwerk zelf is immers ongenaakbaar, staat op zichzelf, niet aangetast door de tijd. Het is immers niet de tijd die het aantast maar we zijn het zelf die het als zodanig ervaren.

Verder gefilosofeer over dit onderwerp nu terzijde schuivend heb ik enorm genoten van de beide pianokwintetten en de vier liederen van Sandro Blumenthal (1874-1919). U ziet het al aan de jaartallen, vermoed ik: een onverbloemde romanticus, van Venetiaanse huize nog wel, waarvan ik aanneem dat hij in het joodse getto van Canareggio is opgegroeid, want dat gold voor alle joden in de Venetiaanse republiek. Het woord ‘getto' heeft ook een Italiaanse oorsprong, maar het fenomeen komt er ook vandaan: het Venetiaanse getto was het eerste – en helaas niet het laatste - in zijn soort. Opgericht in 1516 was het weliswaar een knevelgebied, maar al eerder waren elder de joden beperkingen opgelegd. Het was Napoleon die in 1797 met zijn leger Venetië binnentrok, de Venetiaanse republiek ontbond en en het getto bij de rest van de stad werd getrokken. Maar het getto is gebleven en de nazi's hielden er danig huis. Tegenwoordig wonen er niet uitsluitend joden en is het open karakter evident. Ik liep er een paar maanden geleden nog doorheen en werd getroffen door het bijzondere karakter van deze wijk.

Blumenthal was een veelzijdige componist die even gemakkelijk laveerde tussen de Duitse laatromantiek als wat toen de avant-garde was. Hij genoot in die tijd vooral bekendheid als zanger van cabaretliedjes, maar er kan geen enkele twijfel over bestaan dat hij ook over een aanzienlijk compositorisch talent beschikte en in het domein van de ‘ernstige' muziek heus wel zijn mannetje stond. De twee pianokwintetten en de vier liederen op deze cd leggen er getuigenis vanaf. Het is waarschijnlijk een ad hoc ensemble dat zich over deze beide kwintetten heeft ontfermd, maar aan het spelpeil valt dit beslist niet af te lezen. Er wordt met verve maar ook puntgaaf gemusiceerd, waarbij de stemvoering zich in volmaakt evenwicht met de harmonie kan ontwikkelen in een volbloedig romantisch idioom. Iets minder te spreken ben ik over de vocale bijdragen van de sopraan Sophie Klußmann. Er gaat te weinig persoonlijkheid van haar voordracht uit, terwijl de stem zeker voor dit doel onvoldoende rijk geschakeerd is. De uitstekende begeleiding van Oliver Triendl kan daaraan uiteraard niets verhelpen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links