CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2018

 

Bernstein: A Quiet Place (door Garth Edwin Sunderland bewerkte en ingekorte versie voor kamerorkest)

Claudia Boyle (Dede), Joseph Kaiser (François) e.v.a., Choeur & Orchestra symphonique de Montréal o.l.v. Kent Nagano
Decca 48338528 • 1.33' • (2 cd's)

Klik hier voor meer informatie

De historie van A Quiet Place

 

Leonard Bernstein (1918-1990) voltooide zijn opera A Quiet Place in 1983, kort voor de première in Houston op 17 juni van dat jaar. Hij was er wel bij, maar dirigeerde het werk toen niet. Dat gebeurde wel in 1986 in Wenen, voor Deutsche Grammophon, maar niet nadat Bernstein de oorspronkelijke versie eerst nog eens stevig onder handen had genomen. Pas veertien jaar later werd de opera voor het eerst in New York uitgevoerd, nota bene in de stad waar Bernstein bijna een halve eeuw had gewoond en waar hij zoveel triomfen had gevierd. Maar A Quiet Place hoorde daar toen niet bij. Die verwaarlozing (want dat is het) laat zich niet zo gemakkelijk verklaren, hoewel vriend en vijand het er wel over eens zijn dat het deels te maken heeft met de iets mindere toegankelijkheid van het werk; althans vergeleken met kaskrakers als Fancy Fee, On the Town, West Side Story, Candide en Wonderful Town.

Geen doorslaand succes
Na de première in Houston in 1983 was de pers over de gehele linie al niet enthousiast. Zo werd de opera in de gezaghebbende New York Times afgeschilderd als een ‘long series of cliches, musically and dramatically'. A Quiet Place stond ver af van Bernsteins 'fine tuned' Broadway-theaterstukken met hun direct aansprekende showy glitter. Niet alleen wisselden tonaliteit en atonaliteit elkaar af, maar ook de niet te miskennen somberte van het werk stond de van Bernstein zo vertrouwde, vooral spetterende theaterbeleving behoorlijk in de weg. Als de verwachtingen al hoog waren gespannen, moet de teleurstelling wat dit betreft des te groter zijn geweest.

Dat Bernstein er zelf wel positieve verwachtingen van had mag voor zich spreken, al zal de onverwachte afgang eind jaren zeventig van 1600 Pennsylvania Avenue nog vers in het geheugen hebben gelegen (de musical werd al na zeven uitvoeringen van de billboards op Broadway gehaald).
Dat lot leek ook A Quiet Place ten deel te vallen. Al spoedig na de negatieve perskritieken en de lauwe publieke reactie in Houston moet Bernstein daarom al hebben besloten tot een stevige omwerking (klik hier). Het draaide deels uit op een nieuw werk en dus met nieuwe kansen. De reacties na de uitvoeringen in de operahuizen in Washington, Milaan en Wenen waren ditmaal inderdaad positiever, maar helaas, de New Yorkse MET zag er nog steeds niets in. Als Bernstein die hoop wel heeft gehad, moet die door de toenmalige directeur Joe Volpe finaal de bodem zijn ingeslagen. Volpe behoorde tot de generatie die voor zekerheid koos, het 'box office' ging hem boven alles, en uit dien hoofde al geen voorstander van eigentijdse opera.
Bernstein was al twintig jaar dood toen de New York City Opera zich over de opera ontfermde. Uiteraard niet in de oorspronkelijke, maar in de gereviseerde versie. Want safety first! Werd dat een succes? Nauwelijks. We kunnen zelf met eigen ogen en oren oordelen, want in november staat de opera centraal bij Opera Zuid, in het Zuiderstrandtheater in Den Haag. Het zal me benieuwen.

Merkwaardig
Maar afgezien van de muziek is misschien ook wel het zich aan het begin ontvouwende pessimistische libretto van Stephen Wadsworth mede schuldig aan de geringe populariteit van de opera. De aanleiding was er ook naar: Wadsworth had zijn zus door een auto-ongeluk verloren en Bernstein zijn vrouw aan de gevolgen van longkanker. Dat waren ingrijpende gebeurtenissen die ook het operaproject niet onberoerd lieten. Toch is en blijft het merkwaardig dat A Quiet Place zo onderschoven is geraakt en ook gebleven. Er is immers niets mis met de karakters, noch met de muziek. Bovendien: de atonale aspecten ervan moeten beslist niet worden overdreven, want ‘big tunes' zijn in voldoende mate voorhanden, terwijl de ensembletechniek niets te wensen overlaat: dat kon Bernstein in zijn tijd als geen ander.

Sunderland
Misschien eveneens tegen de verwachting in heeft de Amerikaanse componist Garth Edwin Sunderland in 2013 bij het Londense Boosey & Hawkes een kamermuzikale bewerking van de opera gepubliceerd, blijkbaar met het doel om het werk zowel in de theaters als op het concertpodium een betere kans van slagen te geven dan het origineel in zijn door Bernstein gereviseerde vorm tot dan toe beschoren is geweest. Niet dat er - behoudens het volledig schrappen van de oorspronkelijke tweede akte: Trouble in Tahiti - inhoudelijk iets is veranderd, maar wel dat sprake is van een aangepaste instrumentatie en een stevig uitgedund orkest (slechts 18 instrumenten). In deze vorm ging het stuk op 27 november 2013 in première in het Berlijnse Konzerthaus, met in de orkestbak het Ensemble Modern dat toen eveneens werd geleid door Kent Nagano.

Natuurlijk ligt de conclusie voor de hand dat deze opera in nu twee in plaats van drie bedrijven (Trouble in Tahiti werd in zijn geheel uit de opera geschrapt) alleen daardoor er niet beter van is geworden, maar dat zal eerder een kwestie van smaak zijn. Maar wie de proef op de som wil nemen kan uitstekend terecht bij Decca's ‘zuster' Deutsche Grammophon, die de oorspronkelijke versie van de opera, de reeds genoemde Weense opname uit 1986, heeft uigebracht en inmiddels deel uitmaakt van het album ‘Leonard Bernstein Theatre Works' (7 cd's), met daarop tevens Candide, On the Town en West Side Story (DG 0289 477 8853 9: klik hier voor meer informatie).

Origineel versus bewerking
Praktische overwegingen wat betreft de uitvoering van de Sunderland-versie gelden dan misschien wel voor het theater, maar veel minder voor de auditieve beleving vanuit het discografisch perspectief. Want waarom zou de liefhebber voor iets anders kiezen dan voor de originele versie, die dan bovendien werd vastgelegd onder leiding van de componist zelf? Nog authentieker kun je het niet krijgen!
Toegegeven, de Sunderland-versie klinkt vanzelfsprekend anders (niet alleen wat het ontbreken van het reeds genoemde Trouble in Tahiti betreft) en dat kan voor de een wel en voor de ander geen meerwaarde opleveren. Wie echter toch voor deze Sunderland-versie (een 'world premiere recording') kiest, zal niet worden teleurgesteld, qua uitvoering noch qua opname. Met bovendien de toevoeging dat het fascinerende kleurenspectrum van het orkest in Montréal mede dankzij Sunderlands verbeeldingsvolle instrumentatie het klankbeeld aanzienlijk opfleurt. Geen wonder: het orkest werd jarenlang getraind door niemand minder dan Charles Dutoit (zo zijn diens Ravel-opnamen met dit orkest nog steeds exemplarisch).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links