CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2019

Berlioz: Symphonie fantastique op. 14 - Ouverture Les Francs-Juges op. 3

Les Siècles o.l.v. François-Xavier Roth
Harmonia Mundi HMM 902644 • 66' •
Opname: juli 2019, Maison de l''Orchestre national d'île-de-France

   

Er zouden eigenlijk veel meer dirigenten moeten zijn van het kaliber van de in 1971 in Parijs geboren François-Xavier Roth. Typisch een musicus die niet typisch is voor het merendeel van de huidige (zelfs jonge) dirigentengeneratie die veelal kiest voor platgetreden paden en vooral niet al te veel moeite hoeft te doen om het publiek voor zich te winnen. Gestroomlijnd, technisch tot in detail verzorgd, maar het avontuur is bij hen ver te zoeken. Wat we vooral missen zijn de Hans Rosbauds van deze tijd: dirigenten die er niet voor schromen om hersen- in plaats van kaskrakers op hun repertoire te nemen.

En áls Roth kiest voor die zo vertrouwde muziek van de 'gevestigde orde'? Dan het liefst zo origineel mogelijk opgediend, zowel de musici als het publiek bij het avontuur betrekkend. Zo iemand als Roth, ze zijn met een lantaarntje te zoeken. Hij laat niet alleen het op 'authentieke' instrumenten spelende Les Siècles danig van zich spreken, maar ook in het moderne en eigentijdse repertoire weet hij van stevig aanpakken (en bijgevolg doorpakken). Een dirigent ook die zich in het Mekka van de eigentijdse muziek, Donaueschingen, als een vis in het water voelt en zonder een spier vertrekken de lastigste nieuwe stukken op de lessenaars laat zetten. Met op het podium het orkest van de SWR, waarover eens Rosbaud de scepter zwaaide en dat als geen ander ensemble van deze omvang daarmee vertrouwd is. Waar maak je het nog mee dat een avondvullend programma wordt geboden met werken van Saed Haddad, Lars Petter Hagen en Andreas Dohmen en dat het publiek er massaal op af kwam? Wat koudwatervrees voor nieuw repertoire? Progammeurs, ga eens bij de oosterburen in de leer! In Berlijn, München, Baden-Baden.

Niet alleen de inzet van historische instrumenten (deels kopieën) bepaalt in ons huidige tijdsbeeld het revolutionaire karakter van de Symphonie fantastique, maar het draagt er uiteraard wel sterk toe bij. Het strijkorkest speelt op darmsnaren, het koper heeft een nauwere boring, er zijn ook ophicleïdes (Franse koperen blaasinstrumenten met kleppen in plaats van ventielen) van de partij en ook het gevarieerde slagwerk lijkt zo weggelopen uit de negentiende eeuw. De klokken zijn afkomstig uit de kerk van de Fonderie Voegelé en er is zelfs een 'tambour-militaire Deslauriers et cymbale' aangerukt om het historisch cachet van het geheel nog maar eens uitdrukkelijk te bevestigen. Waarbij Roth als geen ander in staat is om de negentiende-eeuwse speeltechniek op zijn geweldige musici over te dragen.

Roth laat het ensemble spelen alsof het leven er vanaf hangt (in de mars naar het schavot lijkt dat zelfs in de meest letterlijke zin zo). Het betoog in het slotdeel heb ik nog niet eerder zo vlammend en huiveringwekkend gehoord, maar ook in de vier voorafgaande delen fonkelt en het bruist het als nooit tevoren. Wie mocht denken dat het daardoor aan fijnzinnigheid ontbreekt verwijs ik graag naar 'Un bal' (met een schitterend ingevlochten harppartij) en natuurlijk de landerige 'Scène aux champs' met zijn bijzondere stereofonische effecten. De algehele indruk: er wordt, vergeleken met de live-opname van hetzelfde orkest en dezelfde dirigent duidelijk zelfs nog een (historisch) tandje bijgezet. Fenomenaal!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links