CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2019

 

Berlioz/Heisser: Symphonie fantastique op. 14 (bewerking voor twee piano's)

Jean-François Heisser en Marie-Josèphe Jude (piano)
Harmonia Mundi HMM 902503 • 53' •
Opname: juni 2018, Cité de la Musique, Philharmonie de Paris

   

 
 
Ignaz Pleyel (1757-1837)

Bij mijn weten is het oudste instrument met meerdere manualen het orgel. Een variant daarop is de ‘piano vis-à-vis' (de spelers zitten tegenover elkaar aan één vleugel van de Franse pianobouwer Ignaz Pleyel (1757-1831). Pleyel was van huis uit zeer muzikaal, studeerde nog bij Haydn, speelde meer dan uitstekend piano en gold zelfs als een echte virtuoos. Hij was al vijftig toen hij zijn frak aan de wilgen hing en een pianofabriekje begon. Zijn droom: het ontwerpen en fabriceren van een piano met nog niet eerder vertoonde en dus uitzonderlijke klankeigenschappen, met de nadruk op het realiseren van de meest subtiele klankkleuren. Zijn hechte vriendschap met Chopin zal daarmee zeker te maken hebben gehad. Omgekeerd had de grote Pool grote bewondering voor Pleyels instrumenten. Zo zou hij eens hebben gezegd dat alleen een Pleyel de door hem verlangde klankkleuren kon voortbrengen. Het ligt voor de hand dat de vele subtiliteiten die we in Chopins muziek aantreffen, mede te danken zijn aan Pleyels ijverige streven naar het in zijn oren ideale instrument. Zoals het ook Pleyel was die een uiterst licht, maar desondanks mechanisch stevig mechaniek bedacht dat zowel het meest veeleisende passagewerk als zeer snelle toonrepetities aanzienlijk vergemakkelijkte; zeker in vergelijking met de piano's die toen nog in Duitsland, Oostenrijk en Engeland werden gefabriceerd. Zo bezien waren de veel minder kracht vergende instrumenten van Pleyel hun tijd vooruit.

Pleyels 'vis-a-vis!'

En waarom zou je als pianobouwer niet op ander vlak experimenteren? Waarom geen serieuze poging gedaan voor een ontwerp waardoor muziek voor twee piano's op slechts één piano kan worden gespeeld? Pleyel deed het en slaagde met vlag en wimpel, hoewel het ongetwijfeld veel denk- en constructiewerk zal hebben gekost. Toch zou het in de loop der geschiedenis niet meer dan een curiositeit blijven. Trouwens, wat is eigenlijk het nut van dit ‘dubbele' concept? Ik denk dat we dat vooral in economische termen moeten vatten, want het is in de eerste plaats goedkoper (één in plaats van twee volwaardige instrumenten) en in de tweede plaats vraagt het minder ruimte. Handig is ook dat de beide spelers elkaar recht in het gezicht kunnen kijken (wat bij twee aparte vleugels niet mogelijk is: voor het volledige blikveld moet het hoofd toch echt enigszins worden gedraaid). Maar zoals gezegd: veel denk- en constructiewerk, want het is niet alleen een kwestie van 'slechts' twee claviaturen. Zowel het mechaniek als de snaren en pedalen dienen, alhoewel in één instrument, voor beide spelers afzonderlijk te worden geconstrueerd. Het voorbeeld hieronder laat dat duidelijk zien.

Uiteraard is er een ‘bescheidener' oplossing denkbaar door de snaren over de beide toetsenborden te verdelen: vanaf de centrale c (ter hoogte van het sleutelgat) is dan de diskant voor speler 1 en de basnoten voor speler 2. Het standaard toetsenbord blijft ongewijzigd om verwarring te voorkomen… Maar of het prettig en vooral natuurlijk speelt??

De Pleyel 'vis-a-vis' in vol ornaat

De Franse pianist Jean-François Heisser ‘vertaalde' - Berlioz' Symphonie fantastique naar twee piano's (er bestaat ook een fraai uitgedoste versie voor piano solo van de hand van Franz Liszt) en gezegd moet worden dat hij dat voortreffelijk heeft gedaan. Dat kan niet beter tot uitdrukking komen dan in dit schitterende, flitsende spel dat bovendien wordt geschraagd door de pure rijkdom van de verbeelding. Zeker, er gaat niets boven de orkestversie (het zou eens anders moeten zijn…), maar er kan werkelijk niets op tegen zijn om het werk vanuit dit zo andere, maar wel heel bijzondere perspectief (eveneens) te leren kennen. Het is daarenboven een perfect passend cadeautje voor dit Berlioz-jaar (de componist overleed 150 jaar geleden, in 1869 in Parijs). En hoewel in dit geval gebruik wordt gemaakt van één vleugel (een Pleyel ‘vis-à-vis' uit 1829), kan toch met recht van twee instrumenten worden gesproken. Een winstpunt is ook dat het voor deze opname gebruikte instrument van top tot teen origineel is. Het stamt uit de collectie van het Musée de la Musique, dat tegenwoordig is gehuisvest in de Parijse Philharmonie. Ik beloof u: het wordt een zéér aangename kennismaking!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links