CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2008


 

Berg: Lulu (derde akte voltooid door Friedrich Gerha).

Patricia Wise, sopraan (Lulu) - Wolfgang Schöne, bariton (Dr. Schön/Jack the Ripper) - Peter Straka, tenor (Alwa) - Brigitte Fassbaender, mezzosopraan (gravin Geschwitz) - Graham Clark, tenor (schilder/neger) - Bodo Schwanbeck, bas (dierentemmer/Rodrigo) - (Hans Hotter, bas (Schigolch) e.a., Orchestre National de France o.l.v. Jeffrey Tate.

EMI Classics 5 09400 2 8 64' + 54' + 56' • (3 cd's)


In de lente van 1930 schreef Alban Berg in een brief aan zijn leraar Arnold Schönberg hoe moeilijk het hem viel om een keuze te maken uit de teksten van Frank Wedekinds 'Erdgeist' en 'Büchse von Pandora'. Voor het libretto van de opera Lulu kon hij daarvan niet meer dan twintig procent gebruiken. Dat was de beperking die hij zich voor wat betreft de scènische opbouw van de opera had opgelegd. Het pleit echter voor het genie van Berg dat hij ondanks zijn ingrepen in de teksten van Wedekind een ongekend muziekdrama tot stand bracht dat zijn weerga in de eerste helft van de vorige eeuw niet kende. Bergs afscheid van de anekdotische elementen in de beide tragedies bracht hem naar de kern ervan, nog versterkt door de ondergeschiktheid van het woord aan de muzikale handeling. Bergs Lulu was als sfeertekening al zonder precedent, met de gebeurtenissen en de weerspiegeling daarvan in de personages teruggebracht tot hun letterlijk vrijwel naakte essentie. Muzikale stenografie met een ongehoord zeggingskracht, zonder evenwel concessies te doen aan de poëtische kanten van het drama. Lulu's tragiek wordt door de muziek van Berg als het ware gevisualiseerd, haar zonden zijn zowel ingebed in haar onschuld als in haar vrouwelijke vitaliteit, de droom van iedere man. "Wenn sich die Menschen um meinetwillen umgebracht haben, so setzt das meinen Wert nicht herab. Ich habe nie der Welt anders scheinen wollen, als wofür man mich genommen hat. Und man hat mich nie in der Welt für etwas anderes genommen, als was ich bin." In deze aria van Lulu (tweede akte, eerste scène) schuilt een van de belangrijkste  'leitmotive' in de gehele opera.

Karl Kraus heeft het kristalhelder onder woorden gebracht: het beeld van Lulu in haar dagen van schoonheid speelt een grotere rol dan zijzelf, en als het vroeger haar actieve aantrekkingskracht was die de handeling bepaalde, gaat het uiteindelijk om de tegenstelling tussen de pracht en glans van weleer en de huidige treurige aanblik van hen die van haar opgewonden raken, de bittere tocht die zij nu genoodzaakt is te maken.   

 
  De laatste foto van Alban Berg (1885-1935)

In Lulu heeft het realisme dusdanig absurde dimensies aangenomen dat de onwerkelijkheid toeslaat, uitmondend in een stilistisch circus, maar dan tegelijkertijd als meesterlijk voorbeeld van grote kunstzinnige uitdrukkingskracht. Lulu is een van de belangwekkendste uitingen van het surrealisme, dat geworteld is in het primitieve wereldbeeld  van de verschillende karakters. Berg gaf hen niet alleen de vereiste muziekdramatische attributen mee, maar ging een stap verder door de muziek daar zelfs nog bovenuit te tillen, enerzijds door de contouren van het barbaarse drama nog verder aan te scherpen, en anderzijds Lulu's fatale schoonheid af te zetten tegen de almaar voortschrijdende verloedering die daarvan het gevolg moest zijn.

Dat de geboorte van de opera met de komst van de Tweede Weense School tevens haar dood moest betekenen is door niemand zo overtuigend gelogenstraft als door Berg zelf, in zijn Wozzeck en in zijn Lulu. Hij rekende ook af met de gedachte dat de 'nieuwe' muziek en het muziekdrama onverenigbaar waren, dat zij wortelden in volkomen gescheiden werelden. Alsof die nieuwe muziek geen poëtische krachten zou kunnen losmaken, gebonden zou zijn aan het een of andere voorschrift ('het denken en componeren in toonreeksen'), dat de zogenaamde teloorgang van die o zo vertrouwde dimensies het einde van de opera zou betekenen. Het realisme dat er in deze context werkelijk toedoet is dat Lulu hoge eisen stelt aan de toehoorders, zowel in termen van 'Tonsprache' als wat de ongekende structurele differentiatie betreft. Maar hoe ongelooflijk het ook klinkt, Berg heeft met zijn Lulu een wagneriaans kunstwerk geschapen. De muziek verzinkt in het sujet, de dramatische curve verloopt langs gecondenseerde overgangen, verdicht zich en lost weer op, in symfonisch aangelegde proporties. Zoals Adorno het uitdrukte: er wordt gewonnen door het weg te gooien. De vaak chaotische gebeurtenissen behouden in de partituur  hun logische gestalte, de muziek becommentarieert en verduidelijkt, maar alles lijkt erop gericht om de weg te banen voor de verlorenen, de hopelozen, zij die niet meer te redden zijn. Er heerst muzikale solidariteit met enerzijds de gedreven Lulu en anderzijds het onafwendbare noodlot van hen die naar de diepte worden meegezogen. Het is een beeld dat ons ook tegemoet waait in de boeken van Céline. De taboes sneuvelen een voor een radicaal, met een verpletterende kracht. Berg gaf aan de drama's van Wedekind niet alleen een puur muzikaal, maar vooral ook een intens menselijk gezicht, dat de tand des tijds moeiteloos weet te doorstaan. Daarvoor is dit kunstwerk meer dan groot genoeg.

Voltooid onvoltooid verleden

Alban Berg heeft de slotakte niet meer kunnen voltooien. Wat daarvan resteert zijn 268 maten van de eerste scène alsmede enige nog geïnstrumenteerde fragmenten die een plaats vonden in zijn Lulu-suite (Variaties en Adagio, waarvan het slot overeenkomt met het slot van de opera). Bergs weduwe, Helene, heeft zich jarenlang tegen de completering verzet, maar uiteindelijk lukte het Friedrich Gerha om de derde akte te reconstrueren, af te ronden en... te publiceren.

Uitvoering

De belangrijkste consequentie van de complexiteit van de karakters en de onbarmhartige eisen die aan de vocale en dramatische realisatie ervan worden gesteld is of de grootste triomf of de volkomen mislukking. Daar mag ook het orkestrale aandeel aan toe worden gevoegd. Er zit niets anders tussen, Bergs Lulu verdraagt eenvoudig geen grijze middenweg.  Berg lijkt die technische en artistieke onbarmhartigheid bewust in zijn partituur te hebben ingevlochten, als zinnebeeld van de uiterste vorm van realisme. Lulu - en zij niet alleen - lijdt. De dimensies daarvan krijgen letterlijk een plaats in Bergs opus magnum. Ik ken geen enkele sopraan die er tot nu toe in is geslaagd om de vele facetten van haar rol min of meer volmaakt over het voetlicht te brengen. Naarmate de rauwe werkelijkheid aan kracht wint wordt de realisatie allengs lastiger.

Dat overkwam ook Patricia Wise, die op deze EMI-uitgave weliswaar een overtuigende Lulu neerzet, maar in zowel de topnoten als de nuancering haar meerdere moet erkennen in Teresa Stratas op de DG-opname onder Pierre Boulez. Daar staat echter weer tegenover dat ze de titelrol aanmerkelijk beter gestalte geeft dan Evelyn Lear in de Böhm-opname (eveneens op DG).

De bariton Wolfgang Schöne presenteert Dr. Schön terecht als Lulu's hulpeloze echtgenoot, die warrig en uitgesproken paranoïde reageert op haar vele manlijke bewonderaars (met inbegrip van de lesbische gravin Geschwitz) die zich in en rond het huis ophouden. In zijn rol van Jack the Ripper is Schöne de ijskoude moordenaar die 'gewoon zijn werk doet'. Peter Straka als Alwa ontpopt zich niet als de echt lyrische tenor waar zijn rol om vraagt, maar zijn frases staan evenals de dynamische nuancering als een huis. De wijze waarop hij zich in zijn rol inleeft dwingt groot respect af. De bas Hans Hotter excelleert als de geheimzinnige, astmatische Schigolch. Maar er zijn ook twee uitgesproken zwakke plekken in deze bezetting: Bodo Schwanbeck is een wel erg luidruchtige dierentemmer met zijn ongenuanceerde stentorbas. Evenmin slaagde de mezzo Brigitte Fassbaender als de lesbische gravin. Ze is vocaal tegen deze veeleisende rol niet opgewassen, maar bovenal lijkt zij de lesbiënne met een ongemotiveerde, zelfs tamelijke ruwe manlijkheid te willen associëren. Minder dan mezzoforte schroeft ze niet uit haar keel. Op sommige punten overdrijft ze dusdanig dat ze van haar rol een karikatuur maakt. In haar slotbijdrage ('Lulu! Mein Engel!') overheerst de nucherheid en de distantie. Alsof ze slechts een waarnemer is, die op afstand observeert.

Jeffrey Tate dirigeert uitermate plastisch, hij zet de partituur volkomen overtuigend naar zijn hand en profileert in de tweede en derde akte zelfs nog scherper dan Boulez, die de extra dimensie van een zinderende live-uitvoering moet ontberen. Tate brengt enorme vaart en grote spanningen in de voorstelling. Het orkestspel  is afwisselend gewelddadig, getormenteerd, maar ook lyrisch en lucide. Fascinerend  is ook dat zich hier een werkelijk drama afspeelt waarvan de psychosociale aspecten niet kunstmatig worden gepresenteerd, alleen maar artistiek worden vormgegeven, maar die zich daadwerkelijk in en tussen de personages hebben genesteld. Ze maken er deel van uit, iedere vezel getuigt ervan. Dat levert het soort realisme op dat in een studio-opname nauwelijks in de volle breedte te verwezenlijken is.

Berg heeft zich veel moeite getroost om de complexe klankstructuren in een zo helder mogelijke instrumentatie te vatten. Daarnaast bracht hij ongekende orkestrale kleuren aan, zowel ter ondersteuning van als vooruitlopende op de handeling. Het is jammer dat de opname daarmee geen gelijke tred houdt. Ik miste nogal wat details in deze weergave, wat best enigszins afbreuk doet aan Tate's formidabele prestatie. Dat ligt zeker niet aan de theaterakoestiek (het Parijse Théâtre du Châtelet, september/oktober 1991). Daar komt dan nog bij dat een tekstboek ontbreekt, wat ik eigenlijk onbegrijpelijk vind. Dat is niet alleen een nadeel voor degenen die de Duitse taal niet machtig zijn. De articulatie is niet alleen een vocale, maar evenzeer een opnametechnische kwestie. Naar ik mij herinner werd bij de eerste uitgave (1992) wel een tekstboek bijgeleverd. In deze uitgave draait het toch voornamelijk om Tate, die mijn voorkeur heeft boven Boulez (met eveneens de door Friedrich voltooide derde akte). Bij Böhm, die het bij de onvoltooide versie laat, is Evelyn Lear als Lulu het zwakste punt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links