CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2018

 

Bennett - Orchestral Works Volume 2

Bennett: Concerto for Stan Getz (1990) (voor tenorsaxofoon, pauken en strijkers) - Symfonie nr. 2 (1967) - Serenade (1976) (voor kamerorkest) - Partita (1995) (voor orkest)

Howard McGill (tenorsaxofoon), BBC Scottish Symphony Orchestra o.l.v. John Wilson
Chandos CHSA 5212 • 70' • (sacd)
Opname: november 2017, City Halls, Glasgow (VK)

   

PIAS, de Nederlandse distributeur van Chandos, stuurde me spontaan een paar weken terug deel 2 van de complete orkestwerken van de Britse componist Sir Richard Rodney Bennett (1936-2012). Het eerste deel heb ik om de een of andere reden gemist, maar voor de geïnteresseerden: daarop staat dezelfde Partita als op deel 2 (maar door een ander orkest en onder een andere dirigent: het Philharmonia Orchestra met Richard Hickox), naast 'Reflections on a 16th century tune', 'Songs before sleep' (in de versie voor bariton en strijkorkest) en met ter afsluiting de 'Reflections on a Scottish folks song'.

"Is de muziek van Bennett geweldig?" Die nogal brutale vraag stelde de Amerikaanse muziekjournalist Bruce Duffie tijdens een interview met de componist in maart 1988. Er volgde een bulderende lach, maar ook kwam ook een antwoord: "Ik denk dat een deel ervan mooi is en veel ervan nuttig; en dat is alles wat ik ervan wil zeggen." Typisch Bennett: een mix van humor en bescheidenheid. Maar Bennett was wel degelijk bekend, en zeker bij de fervente filmliefhebbers. Hij schreef immers de muziek bij films als 'Far from the madding crowd' (1967), 'Murder on the Orient Express' (1974), 'Enchanted April' (1992) en niet te vergeten 'Four weddings and a funeral' (1994). Jazzliefhebbers zullen hem misschien hebben gekend als de pianist van de legendarische jazzsessions in het vlakbij Broadway gelegen Algonquin Hotel in New York, de stad waarin hij zich als geen ander thuisvoelde.

Sir Richard Rodney Bennett thuis in Manhattan, met zijn poes Amelia (2005) (foto Ruby Washington / The New York Times)

Bennett, een rasechte kameleon, als musicus en als componist. Hij zei eens: "The different parts of my career seemed to take part in different rooms, albeit in the same house." In het interview met Duffie merkte hij op: "I don't want to write for me-me-me. I want to write for concert audiences in the world." Het beste bewijs daarvan vinden we in zowel het eerste als het tweede deel van deze 'Complete Orchestral Works'. Een overtuigd serialist is hij nooit geworden, hoewel hij een blauwe maandag bij Pierre Boulez had gestudeerd. Het modernisme in zijn muziek reikt wat dit betreft niet veel verder dan een tijdelijke en dan ook nog slechts gedeeltelijke seriële impuls. Dat vinden we terug in het niet stug volgehouden seriële karakter van zijn in de zomer van 1967 geschreven, eendelige Tweede symfonie (een opdracht voor de dan 31-jarige componist van het New York Philharmonic naar aanleiding van het 125-jarig jubileum). Het werk - met een prominente pianopartij, maar zonder klarinetten behoudens een eenzame basklarinet - lijkt eerder het zonovergoten landschap van Toscane (hij bracht zijn zomervakantie door in het pittoreske Barga) te reflecteren. Wel is het een schoolvoorbeeld van kleurrijk vormgegeven inventie en daarmee een staalkaart van Bennetts uitmuntende instrumentatie- en orkestratiekunst. Indrukwekkend is ook de melodische en harmonische oorspronkelijkheid die hij daarin aan de dag legt. De dominante Amerikaanse symfonische glitter doet de rest om er een heus spektakelstuk van te maken.
Geen echt doortimmerd serieel werk dus, deze Tweede symfonie. Dat beeld past naadloos bij zijn ambivalente houding jegens het serialisme, zoals hij dit zelf tamelijk nuchter ooit onder woorden heeft bracht: "I'm very anxious that people should not be conscious of it.and, in fact, the more I use serial technique, the less I'm inhibited about making sounds which relate directly to tonality." Voor zijn Tweede symfonie had hij - misschien niet als voorbeeld, maar dan toch wel om meer inzicht in de weerbarstige materie te verwerven - eerst de partituur van Hans Werner Henze's Vijfde symfonie (1962) aandachtig bestudeerd.

Bennett had er een uitgesproken hekel aan om over zijn muziek inhoudelijk uit te weiden: "When I'm writing programme notes for my concert music, I like to write briefly about the circumstances of the composition, but then to let the music speak for itself." Inderdaad, dat houdt iedereen fris en monter! Dat gevoel had ik ook na afloop van deze vertolkingen en de uitstekende registratie ervan. Om het bondig samen te vatten: uitstekende, niet al te uitdagende maar wel tot in de puntjes verzorgde muziek in representatieve vertolkingen, die bovendien met veel vakmanschap werden vastgelegd. Wie over een surround-installatie beschikt mag zich extra gelukkig prijzen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links