CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2022

Carolin Widmann - L'Aurore

Bingen: Spiritus sanctus vivificans vita

Enescu: Fantaisie concertante

Benjamin: Three Miniatures

Ysaÿe: Sonate nr. 5 in G, op. 27

Bingen: Spiritus sanctus vivificans vita

Bach: Partita nr. 2 in d, BWV 1004

Carolin Widmann (viool)
ECM New Series 2709 485 6803 • 70' •
Opname: juli 2021, Auditorio Moto RSI, Lugano (I)

   

Er zijn musici die zich bijna voortdurend in de schijnwerpers van de publiciteit bewegen. Mogelijk deels omdat zij dit zelf zo graag willen (ik denk aan bijvoorbeeld de klarinettist Andreas Ottensamer), maar deels ook omdat het muzieklabel rondom hun muzikale activiteiten een publiciteitscampagne heeft geweven. Dat valt des te meer op omdat anders dan vroeger de budgetten aanzienlijk zijn geslonken en daarom niet meer dan een of twee artiesten als speerpunt worden gekozen. Of ze het zelf zo leuk vinden om als zodanig te dienen? Er is die bekende, aan de violiste Janine Jansen gewijde documentaire die daarvan een nogal ontluisterend beeld geeft.

Betekent die extra publiciteit dat de daaraan onderworpen musici per definitie beter zijn dan degenen die zich (meer) in de luwte bevinden? Natuurlijk niet; en de praktijk is het bewijs. Hearing is believing geldt ook hier, zoals dat ook geldt voor de biografie, de ‘doopceel' van de musicus zoals we die in de meeste programmaboekjes en in menig cd-boekje aantreffen. Echter, uiteindelijk gaat het niet om wat wordt geschreven, maar wat wordt gehóórd. Het geldt altijd: The proof is in the eating.

Carolin Widmann © Klaus Rudolph

Dergelijke gedachten kwamen spontaan bij mij op toen ik het nieuwe album van de Duitse violiste Carolin Widmann (1976), de zus van de klarinettist en componist Jörg Widmann, beluisterde. Zowel in de concertzaal als in de studio straalt haar spel zoveel klasse uit dat zij wat mij betreft onomstotelijk tot de wereldtop behoort. Een soortgelijke ervaring heb ik ook met - het is slechts een voorbeeld van vele - Amandine Beyer (tevens oprichtster en artistiek leidster van dat geweldige ensemble Gli Incogniti). Beiden krijgen dan weliswaar minder publiciteit, maar hun spel is niet minder goed dan dat van de zogenaamde ‘sterviolisten'. Waar dan, wat Widmann betreft, haar sterke affiniteit met de moderne en eigentijdse muziek haar nog meer doet onderscheiden van zoveel andere collega's op het wereldtoneel. Ook in dit opzicht staan broer en zus héél dicht bij elkaar. Maar Carolin Widmann weet evenzeer in het barokke, klassieke en romantische repertoire uitstekend de weg.

Wat kan een ‘eenzame viool' het publiek tot ademloos luisteren dwingen! Onlangs nog was het Amandine Beyer die op twee locaties in Leipzig (Thomas- en Nikolaikerk) laat op de avond de sonates en partita's van Bach ten gehore bracht voor een publiek dat zelfs geen kuchje liet horen en al evenmin na het verklinken van de laatste noot in luidruchtig applaus uitbarstte, wat mij betreft een van de grootste stoorzenders in het muziekbedrijf (met daaraan vaak nog toegevoegd dat hopeloze ‘Bravo!')

Ook Widmann dwingt tot ademloos luisteren. Zelfs thuis. En let wel: dit is veeleisende muziek die het niet alleen moet hebben van klankschoonheid maar ook van spiritualiteit en engagement. Hoe moeten we dan, als het toch ter sprake moet komen, tegen de pure techniek aankijken? Met groot ontzag. Neem de Three Miniatures van George Benjamin (1960), die zonder feilloze techniek hun breekbaarheid en intimiteit, maar ook hun bitterheid en distantie verliezen. E zonder de meesterlijk gepointeerde pizzicati onherroepelijk fors aan verbeelding inleveren. Maar daar is Widmann die dit schijnbaar moeiteloos subliem in haar spel weet te ‘vangen'.

Maar waar het uiteindelijk toch om gaat is dat Widmanns feilloze techniek gepaard gaat met een zelden gehoorde diepgang, in dit discours van geest verlichtende gelaagdheid die aan haar vertolking een alles overtreffende dimensie toevoegt

Hoe moeilijk dit te realiseren is weten we gewoon niet, want dat blijft het geheim van de repetitieruimte, maar dat het een enorme voorbereiding vereist lijkt een vanzelfsprekendheid. Zelfs als het écht heel moeilijk wordt, zoals in de Fantaisie van Enescu, de Sonate van Ysaÿe en de Partita van Bach stijgt het spel van Widmann er majesteitelijk boven uit, blijkt er geen enkele hindernis te bestaan, is de doorzichtigheid van de stemvoering exemplarisch, terwijl spanningsopbouw (en dus vormbeheersing!) van een gehalte is dat naar mijn gevoel hoogstens nog maar te evenaren valt. Aldus krijgt ieder werk die deze uitgave zijn eigen, onvervreemdbare karakter, wordt de uniciteit ervan al in de kiem benadrukt en voelen we ons daarbij verlost van een eigenzinnige accentuering en frasering, van solitaire dynamiek of misplaatste opsmuk. Dit is spel dat alleen maar puurheid uitstraalt.

Klankschoonheid is bij Widmann nooit doel op zich. Daarvoor heeft ze de muziek interpretatief te zeer eigen gemaakt, de overtuigende stap gezet van techniek naar wezenlijke inhoud. We blijven dus verstoken van een roomkleurig klankbeeld waarvan de contouren deels zijn weggepoetst, het cosmetische karakter overheerst. Nee, Widmann geeft ons juist de scherpte, het gruizige en knerpende, waardoor de toehoorder veel dieper toegang krijgt tot die expressieve gelaagdheid die deze stukken zozeer hun volstrekt individuele profiel geven.

In het in het cd-boekje afgedrukte vraaggesprek met Widmann maakt de violiste duidelijk waarom ze voor dit programma heeft gekozen: om te laten horen waartoe de viool in staat is, waarbij ze terugging naar zo ongeveer het begin van de westerse muziekgeschiedenis, naar het antifoon 'Spiritus sanctus vivificans vita' van Hildegard von Bingen (1098-1179). Waar onze muziek haar oorsprong vindt, waar haar 'taal' begon. Wat in de studiosessies daarbij naar voren kwam was dat Widmann het stuk telkens weer anders speelde, wat ertoe leidde dat het tweemaal werd opgenomen.Wie tegenwerpt dat het oorspronkelijk niet voor de viool maar voor zangstem was bedoeld heeft op zich gelijk, maar Widmann geeft wel het meest juiste antwoord: "Wir kommen von der Stimme. Das ist der Ursprung unserer Musiktradition." Daaruit ontstond ook de meerstemmigheid en dat is ook wat op dit album zo facetrijk is gedocumenteerd.

Wat we horen is grandioos spel dat door ‘Tonmeister' Markus Heiland met meesterhand is opgenomen. Wat mij betreft geen enkele twijfel erover: dit is een van de beste cd's op dit zo specifieke gebied van de laatste jaren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links