CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2022

Beethoven: 33 'Veränderungen' over een wals van Diabelli op. 120

Mitsuko Uchida (piano)
Decca 4852731 • 58' •
Opname: okt. 2021, Snape Maltings, Suffolk (VK)

   

Het is – althans in discografisch opzicht – al lange tijd stil geweest rond Mitsuko Uchida (1948). Als ik me niet vergis ligt haar laatste soloalbum al zo'n jaar of zes achter ons, maar nu is er dan eindelijk een vervolg, en wat voor een, met een in alle denkbare opzichten superieure vertolking van Beethovens komische, lyrische, gepassioneerde, dansende, hoekige maar toch vooral weerbarstige Diabelli-variaties: zeker in de laatste jaren hadden de pianowerken aan niet alleen inhoud nog verder gewonnen, maar ook de moeilijkheidsgraad leek er gelijke trede mee te hebben gehouden, getuige niet alleen die Diabelli-variaties maar bijvoorbeeld ook de Hammerklavier-sonate op. 106. Veelzeggend is daarbij ook dat Beethoven zijn in 1816 gecomponeerde op. 101 opdroeg aan een van de beste Weense pianisten in die tijd: Dorothea Ertmann. De ‘wijding' van op. 81 (Les Adieux) en op. 106 aan Rudolph laat geen andere conclusie toe dan dat beide werken voor deze toch al ernstig reumatische aartshertog veel te hoog gegrepen waren (wat Beethoven ook terdege moet hebben beseft; en te meer omdat Rudolph al geruime tijd, zij het met de nodige onderbrekingen, tot zijn pianoleerlingen behoorde).

Beethoven zal dat Diabelli-walsje waarmee hij aan de slag moest (de ontstaansgeschiedenis kunt u elders op de site lezen) met afgrijzen hebben bekeken. Volgens Anton Schindler oordeelde de componist uitermate negatief over het thema, dat in zijn ogen zelfs het niveau van een schoenmaker niet haalde. Toch zouden die beginstappen uitgroeien tot een van de belangrijkste pianowerken die de westerse muziekliteratuur rijk is: de 33 Veränderungen op dat ‘miezerige' thema van Diabelli.

Beethoven mag dan de lat behoorlijk hoog hebben gelegd, hij overdreef wel enigszins. Het walsje in C-groot mag dan een niemendalletje zijn, een schoenmaker had het toch echt niet kunnen componeren. Maar veel belangrijker is natuurlijk dat Beethoven uit die onooglijke paar maten een waar meesterwerk van grootse allure wist te toveren. Zoals hij dat, zij het in een andere en bovenal bescheidener context, al presteerde met dat bepaald niet aanlokkelijke finalethema uit de Eroica (1804) en twee jaar eerder, in 1802 met de 15 niet minder indrukwekkende Veränderungen op. 35 (de fameuze Eroica -variaties voor piano solo).

Eerst dat Diabelli-walsje:

Natuurlijk kan iedereen wel zien dat dit walsje in C-groot niet meer is dan een aangenaam klinkend niemendalletje, al is het onwaarschijnlijk dat een schoenmaker het had kunnen schrijven. Maar Beethoven bewees al veel eerder dat hij daaruit een imposant variatiewerk kon toveren. Een ogenschijnlijk onaantrekkelijk thema dat Beethoven rond 1800 al een belangrijke plaats had gegeven in de finale van zijn Geschöpfe des Prometheus op. 43.

Neem als sprekend voorbeeld het zo op het eerste gezicht weinig aanlokkelijke finalethema uit de Eroica (1804), voorafgegaan in 1802 door de vijftien indrukwekkende 'Veränderungen' (de Eroica-variaties voor piano solo op. 35). Het grondpatron is onmiskembaar dat van het bekende 'Paganini' annex 'Dies Irae' thema, waarop later zoveel componisten hebben gevarieerd:

Dit ziet er ogenschijnlijk niet uit als een thema dat veel mogelijkheden in zich heeft, maar Beethoven zag de potentie ervan en ging er voortvarend mee aan de slag. In niet meer dan een paar weken had hij ruim de helft van de variaties al in schets gereed, met inbegrip van de complexe, hemelbestormende fuga (variatie 32). Hij legde het werk vervolgens weg, om pas drie jaar later de draad weer op te pakken. Het was met name de moeizaam verlopende arbeid aan de Missa Solemnis en de laatste drie pianosonates (op. 109, 110 en 111) die hem van de verdere uitwerking van de variaties afhield.

 
 

Beethoven in 1824

Pas in de winter van 1822 nam Beethoven de schetsen weer ter hand. Met Diabelli had hij de afspraak gemaakt dat hij voor het voltooide werk veertig dukaten zou ontvangen, mits de compositie inderdaad zo omvangrijk zou zijn als hij de uitgever had voorgespiegeld. Zo niet, dan zou de prijs door de uitgever navenant worden verlaagd. Wat deze variaties zozeer onderscheidt van Beethovens vorige werken op dit gebied is het afscheid van het voortdurend aanwezige basisthema - in welke vorm zich dat ook in dat vroegere werk manifesteerde. In de Diabelli-variaties is dat volkomen anders: hier nam de componist telkens slechts één specifiek element en 'behandelde' dat dan zo dat de herkenningspunten in het thema niet of nauwelijks nog herkenbaar waren.. Beethoven gebruikte in eerste aanleg zelf de term 'Variationen', om zich later definitief tot 'Veränderungen' te bekeren.

Beethoven heeft de Diabelli-variaties tijdens zijn leven nooit gehoord. Pas in 1856 werden ze voor het eerst gespeeld, maar niet in Wenen. De eer viel Berlijn te beurt, waar Hans von Bülow het 'onspeelbaar' geachte stuk niet zonder durf op het programma had gezet.

Maar... wat zijn het nu, 'Veränderungen' of variaties? De componist schept zelf duidelijkheid in zijn brief van 10 februari 1820 aan zijn muziekuitgever Peter Joseph Simrock in Bonn. Ik geef de brief hieronder in zijn geheel weer, met de passage gewijd aan de 'Veränderungen' gecursiveerd:

Lieber Simrock!
Sehr beschäftigt kann ich jetzt erst ihr letztes Schreiben an mich beantworten, ich erhielt nichts von ihnen, was einen Plan der Herausgabe meiner Sämmtlichen Werke angedeutet hätte, ich bitte darum baldigst, indem mir manches darüber schon mitgetheilt worden, welches mir aber eben nicht für die Dauer ausführbar scheint, gewiß würde dieses Unternehmen bey ihnen am besten ausgeführt werden können – Sie wünschen Werke von mir, ich zeige ihnen daher an, was ich ihnen wohl geben könnte, so wie auch zugleich das Honorar, Sie wissen ohnehin, daß ich von ihnen nicht mehr als von andern nehme. – z.B. 25 Schottische lieder mit englischen Texte u. mit Begleitung des Piano Violin u. Violonschell (beide ad libitum) unter diesen Liedern oder Gesängen ist ein Duett u. 4 davon mit Chören, sie könnten vielleicht Sie in beiden Sprachen Englisch u. Deutsch herausgeben – Sie sind übrigens leicht, immer mit Ritornellen am anfang u. am Ende auch inzwischen zuweilen versehen, u. können für kleine häußl. Zirkel dienen – das Honorar 60 Dukaten in Gold – Themata mit Variationen für Klavier u. eine Flöte ad libitum, worunter 6 Themata Schottische Lieder u. ein rusisches zum Grunde haben, die 2 andern Them. sind Tyroler gesänge – (ebenfalls leicht) Honorar 70 Dukaten in Gold. Große Veränderungen über einen bekannten Deutschen – welche ich ihnen unterdeß nicht zusagen kann noch vor der Hand, u. wovon ich ihnen, wenn sie solche wünschen, das Honorar alsdann anzeigen werde. – Was die Messe betrift, welche nun bald aufgeführt wird, so ist das Honorar 125 Louisdor – Sie ist ein großes Werk. – ich muß sie aber bitten, mir längstens in einigen Wochen die Antwort zu geben, denn sonst verliehre ich, indem ich aufgehalten bin andern diese Werke zu geben, wenn es mit dem Plan der Herausgabe meiner Sämmtl. Werke bei ihnen in Richtigkeit wäre, so würde ich ihnen um so lieber sowohl diese Werke als andere gern überlaßen, indem Sie alsdenn am besten in ihren Händen wären – Was Ka(rl) betrift, so konnte ich ihn nicht einmal nach Landsh(ut?, AvdW) zu dem berühmten u. würdigen Profeßor Sailer b(ringen, AvdW) was glauben sie, wie man schreien würde über Bonn, man würde gleich aus dieser Bonna eine Mala machen – in diesem Stücke haben die Chinesen u. Japanesen noch einen Vorzug vor unserer Kultur, wenn sie niemanden außer Landes laßen, da wenigstens eine andere Religion , andere Sprache andere Sitten für Sie anstößig gefunden werden können, was soll man aber Sagen, wenn man so zu sagen aus einer Provinz in die andere nicht darf, wo Religion etc alles eben so höchstens vielleicht beßer ist ?!!! – Mein gnädigster Herr Erzbischof u. Kardinal hat noch nicht Geld genug, seinem ersten Kapellmeister gehörig das Seinige zukommen zu laßen, dies dörfte noch eine Weile währen – daher muß man sich den Zehrpfennig wo anders hernehmen, in dieser Rücksicht, da ich, wie öfter, mein PflugFeld Brach habe liegen laßen, ersuche ich sie nochmals mir die Antwort auf Alles Presto Prestissimo zu senden, damit ich damit was Rechtens verfahre – Es braucht keiner andern Adreße als den Namen ihres Freundes auf diese Weise erhalte ich alle Briefe. Beethoven
An Seine Wohlgebohrn Herrn P.J. Simrock Kunst u. Musikalien Händler in Bonn (am Rhein).

 

Beethovens brief aan Simrock, gedateerd 10 februari 1810
(Beethoven-Haus, Bonn)

De Diabelli-variaties waren niet Beethovens laatste proeve op het gebied van de pianistiek. In maart 1824 zette hij zich aan de zes Bagatellen op. 126, waarvan hij zelf vond dat ze een geheel nieuw genre vertegenwoordigden (de grilligheid van deze miniaturen is inderdaad opzienbarend) en dat ze naar inhoud toch niet zo 'miniaturistisch' waren als de titel wel voorgaf. Bovendien zijn ze onderling niet of nauwelijks verwisselbaar: ieder deeltje sorteert zijn effect niet alleen individueel, maar ook op grond van zijn positie binnen het geheel. Het moet desalniettemin een enorme stap zijn geweest van de gigantische Negende symfonie naar deze zes aforismen in klank. Niet uitgesloten mag worden dat Beethoven na al dat 'zware werk' deze vorm van geestelijke 'ontspanning' nodig had. Zoals een atleet na de wedloop nog een aantal rondjes moet lopen om zijn lichamelijke energie geleidelijk af te bouwen.

Hoewel de Diabelli-variaties op. 120 een immens werk doet veronderstellen, mogen we daarbij niet uit het oog verliezen dat het heel wat minder noten bevat dan de Hammerklavier-sonate op. 106, Beethovens langste pianosonate die, vergeleken met op. 120, zo'n vijf minuten korter duurt (op. 106 neemt in totaal ca. vijftig minuten in beslag, inclusief alle herhalingen). Het verschil zit, wat de Diabelli-variaties betreft, juist in die herhalingen, want alleen de variaties 10, 12, 20, 29 en 32 (die grandioze fuga) kennen geen herhalingsteken. Alle overige variaties moeten worden herhaald, precies zoals is voorgeschreven: geheel, gedeeltelijk, of opgesplitst in deelherhalingen. Met de nadruk dus op moeten, want wie ad libitum daarmee omgaat veroorzaakt op slag een volstrekt onacceptabele disproportionaliteit.

Een ander zeer wezenlijk aspect van de vertolking is het besef dat Beethoven in een zeer beperkte tijdruimte componeerde: de tijdsduur van de helft van de variaties blijft - inclusief herhaling! - rond of zelfs onder een minuut! Daaruit volgt dat in dit door de componist - naar de tijd gemeten - bewust gezochte, beperkte expressiecontinuüm voortdurende sprake is, moet zijn, van samengebalde expressieve energie die zich alleen volmaakt kan uiten als de pianist oog en oor heeft voor de feilloos gestructureerde bedding die Beethoven daarvoor heeft geschapen. Teruggebracht tot de essentie telt letterlijk iedere noot. Mitsuko Uchida toont met haar nieuwe opname aan dat zij die zeer goed heeft begrepen.

Beethoven zelf liet er geen enkel misverstand over bestaan dat hij boven alles hechtte aan expressie. Dát was voor hem het ware kenmerk van zijn muziek, of misschien wel dé muziek. Hij peperde het zijn pianoleerlingen in, maar ook de musici die zijn werk uitvoerden. Fouten waren er zelfs aan ondergeschikt. Het wezen van het stuk, dáár ging het hem om. Vandaar dat hij ook zeer hechtte aan een correct tempo.

Uchida speelt de variaties als een perfecte eenheid in verscheidenheid, daarbij jonglerend met klankkleuren, een universum gevuld met ritmische precisie, indrukwekkende melodische en harmonische detaillering en ze weet feilloos de weg in Beethovens vernuft, de verwijzingen (o.a. naar Mozarts Don Giovanni), allusies en parodie. Overtuigend is ook haar vormgeving, en dan met name de zo fijn uitgesponnen relaties tussen Diabelli-thema en 'Veränderung', soms voor de hand liggend, maar merendeels subtiel verborgen, maar Uchida's spel altijd getuigend van grote concentratie en spiritualiteit, technisch puntgaaf, de klank rijk gedifferentieerd. Het is er allemaal, mede dankzij de bijzonder geslaagde opname.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links