CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2021


Beethoven Trilogy 1 - Fantasia

Beethoven: Pianosonate nr. 14 in cis, op. 27 nr. 2 (Mondschein) - nr. 13 in Es, op. 27 nr. 1 (Quasi una fantasia) - Fantasie in g, op. 77 - Koorfantasie in c, op. 80

See Siang Wong (piano), Wiener Singverein, ORF Radio Symphony Orchestra o.l.v. Leo Hussain
RCA 19439800512 • 61' •
Opname: 17-18 januari 2020, SRF Radiostudio, Zürich; 30 april 2019, Großer Sendesaal, RadioKulturhaus, Wenen (op. 80)

   

Het (Beethoven)jaar 2020 is voor eenieder die de muziek een warm hart toedraagt uiterst onfortuinlijk verlopen: concerten maar ook opnamen moesten immers noodgedwongen worden afgezegd als gevolg van het opdringende coronavirus. Dat overkwam ook de in Nederland geboren (1979, Arnhem) maar inmiddels Zwitserse pianist See Siang Wong, die van het drietal Beethoven-projecten althans het laatste voorlopig in de ijskast moet laten staan (in de lente wordt het tweede deel uitgebracht, waarin ook de London Philharmonic onder Roger Norrington van de partij is.)

Wong stuurde mij de cd vanuit zijn thuisbasis Zwitserland, waar hij sinds 2002 als docent onder meer verbonden is aan de Zürcher Hochschule der Künste en van 2006 tot 2008 gastdocent was aan het Conservatorium van Luzern .

Natuurlijk lagen in 2019 de kaarten nog anders en liet hij op twee verschillende locaties (Wenen en Zürich) zijn uiterst muzikale visie op drie van Beethovens bekendste werken vastleggen: de beide ‘fantasie'-sonates' op. 27 en de Koorfantasie op. 80, de laatste met het omroeporkest van de Oostenrijkse ORF en de Wiener Singverein onder leiding van Leo Hussain. Het vierde werk, de Fantasie op. 77 is helaas wat minder bekend, maar het werk vormde juist daardoor een belangrijke aanvulling op dit album dat terecht de titel ‘Fantasia' meekreeg.

Wat Wong in de beide sonates goed laat uitkomen is het strikt individuele karakter ervan, zoals dat in feite geldt voor alle 32 sonates, die ieder voor zich een wereld op zich vormen, alle gedomineerd door het strikt eigen karakter ervan. Sterker nog, geen enkel deeltje uit de ene sonate is uitwisselbaar met de andere. De facetrijke reis door deze sonates voert ons langs ernst, luim, overmoed, contemplatie, vriendelijkheid, stugheid, treurnis, jubel, eenvoud en complexiteit. Dan zijn er de uitgebreide vormexperimenten die Beethoven een creatief leven lang hebben begeleid en die we eveneens terugvinden in de beide sonates op. 27. Zijn tijdgenoten roemden zijn improvisatievermogen en misschien vinden we daarvan iets terug in zowel die sonates als in de Fantasie op. 77 (met daarin een duidelijke verwijzing naar het Andante con moto van op. 58).

Wong is een formidabele pianist die ‘zijn' Beethoven (want hij is individualistisch genoeg, getuige bijvoorbeeld het Adagio con espressione uit op. 27 nr. 1) dankzij messcherpe articulatie, geraffineerd pedaalgebruik (toch al essentieel, maar in de beide sonates helemáál), uitgekiende fraseringen en afgewogen dynamische accentuering (ook in de bas) heeft voor de toehoorder omgesmeed tot een van spiritualiteit doordesemd organisme dat indruk maakt.

Overtuigend is ook de Koorfantasie, waarin balans en afwerking datgene weerspiegelen wat aan het slot vrijwel onontkoombaar wordt: de herinnering aan de reeds afgelegde weg naar het slotkoor van Fidelio en de belofte die nog in het verschiet ligt: de koorfinale van de Negende symfonie.

Een geslaagd en bovendien transparant vastgelegd eerste deel van wat uiteindelijk toch nog zal uitmonden in een heuse Beethoven-trilogie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links