CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2020

Beethoven: Symfonie nr. 5 in c, op. 67

MusicAeterna o.l.v. Teodor Currentzis
Sony 1907588 4972 • 31' •
Opname: 2018, Konzerthaus, Wenen

   

Er heerst binnen het gilde van de muziekcritici nogal wat verdeeldheid over de dirigeerkunst van Teodor Currentzis (1972, Athene). De een toont zich laaiend enthousiast, de ander is terughoudend of zelfs afwijzend; uiteraard met alle denkbare grijstinten daartussen. Dat mag, want ook recensenten hoeven zich geen superioriteit aan te meten.

Ik voel me eigenlijk wat Currentzis betreft vaak min of meer gevangen tussen twee werelden: die tussen ‘himmelhoch jauchzend' en ‘zu Tode betrübt'. Of wat minder parlementair: het kan bij deze man zowel vriezen als dooien. Wat het echter nooit is: vlees noch vis, mede door Currentzis' grote ego dat zowel voor als tegen hem kan werken. Als u de zoekfunctie op onze thuispagina hanteert krijgt u wat onze site betreft een aardig beeld van de voors en tegens die de verschillende recensenten aan zijn interpretaties hebben gehangen. Niemand is echt objectief, maar verhelderend is het wel.

Zoveel is duidelijk: zijn Beethoven is niet mijn Beethoven. Dat heeft niets te maken met het wel of niet aanhouden van de (overigens twijfelachtige) metronoomaanduidingen van de componist (geen wonder dus dat daarover nog steeds wordt gedebatteerd), maar wel met de grillige Beethoven-stijl die de Griek erop nahoudt. Een stijl die in het geval van deze Vijfde nogal wat misère met zich mee brengt.

Er niet veel in te brengen tegen het streven naar perfectionisme (Currentzis wordt er her en der om geroemd, George Szell was er een ware meester in), maar het is wel een volmaaktheid van puur eigen makelij. Dan helpt het echt niet dat hij bij wijze van spreken iedere noot in de partituur kent, daarvan ieder denkbaar detail in zich heeft opgenomen en tijdens repetities de onderste steen boven wil halen. In deze Beethoven ontpopt hij zich als een matig architect van een net zo matig geconcipieerd bouwwerk.

Wie vindt dat een stevige ‘drive' uitstekend kan werken heeft volkomen gelijk, mits dit gepaard gaat met de daarbij passende articulatie. Dat gaat hier echter danig mis. Het beeld is dat van een voortdurende onrust, van gejaagdheid, van ultrakorte lijnen, nog verergerd door contrasten die een dusdanig korte levensduur krijgen toegemeten dat ik er werkelijk doodmoe van werd. Het geheel overziende hebben we te maken met een onbarmhartige lezing van een uitermate 'menselijke' symfonie. Hij zou eens te rade kunnen gaan bij de beide boeken van Nikolaus Harnoncourt: Der musikalische Dialog en Musik als Klangrede.

Iedere noot scherp uitlijnen is op zich geen toonbeeld van goede dirigeerkunst en al helemaal niet als de relatie tussen klank en tempo in het tumult (waar Currentzis een handje van heeft) zoek raakt. Waar dan nog bijkomt (het een volgt het ander) dat van een logisch opgebouwde architectuur geen enkele sprake is. Daarvan geven ook de vreemde cesuren blijk die door hun absurde lengte herkomst noch doel lijken te hebben. Currentzis heeft volstrekt niet door dat stilte ook muziek is.

Dit is een Vijfde die in stukken en brokken uiteenvalt. Affiniteit met de structurele aspecten van het werk is ver te zoeken, climaxen worden niet ordentelijk voorbereid en momentum is alleen te vinden in de meedogenloze voortgang. Een voortgang die alleen nog wordt onderbroken door het Andante con moto dat echter onder zijn handen meer lijkt op een soldatenmars dan op een schoolvoorbeeld van knap uitgesponnen lyriek. Ook heeft hij absoluut niet door dat die zo fenomenale transitiematen in het scherzo ter voorbereiding van de (triomf)finale de gedoseerde spanning moeten oproepen die het begin van de finale als echt bevrijdend doet ervaren. Over de gehele linie zie je trouwens hoe slecht Currentzis omgaat met de opbouw van spanningen en het verdelen ervan. Dirigenten van de oude garde als Harnoncourt, Abbado, Haitink en Blomstedt waren daar veel beter in.

En om het beeld nog treuriger te maken: de hout- en koperblazers in diezelfde finale zijn zo prominent dat het de contouren van een heuse big band krijgt (hij heeft in dit opzicht blijkbaar ook weinig van Otto Klemperer opgestoken: strikte helderheid in de houtblazers, maar niet prominent in de tutti).

Dat Currentzis blijkbaar wilde afrekenen met een lange uitvoeringstraditie valt te prijzen (niemand die er tegen kan zijn, maar waarom dan niet de nieuwste Bärenreiter-editie naar de letter gevolgd?) Echter, als dat uitmondt in een karikatuur wordt het toch wel een geheel andere zaak.

Dat Sony een cd heeft uitgebracht met een speelduur van niet meer dan een halfuur is te treurig voor woorden, maar anderzijds: ik had niet graag nóg een Beethoven-symfonie-in-Currentzis-stijl ondergaan. Verder: snel vergeten. Wie zich er toch toe laat verleiden en daarna de bekende uitvoering door de Wiener Philharmoniker onder leiding van Carlos Kleiber uit de kast trekt, wacht als hoofdprijs een ware verademing. Al spelen de Weners anders dan MusicAeterna op hun traditionele instrumenten, wat zeker in dit geval verre te verkiezen is boven de door Currentzis geleide 'hijgere authentieken'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links