CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2020

Beethoven: Pianotrio nr. 5 in D, op. 70 nr. 1 (Geister) - nr. 7 in Bes, op. 97 (Aartshertog)

Frank Braley (piano), Renaud Capuçon (viool), Gautier Capuçon (cello)
Erato 0190295391997 • 70' •
Opname: maart 2019, Studio RIFFX 1, la Seine Musicale, Boulogne-Billancourt (F)

Vanaf 28 februari a.s. is dit album beschikbaar

 

Van Beethovens pianotrio's, hetzij met of zonder de fortepiano in de hoofdrol, compleet of deels, is een aantal topuitvoeringen van eigen bodem voorhanden. Het onvolprezen Van Baerle, het Hamlet en het Storioni Trio, maar ook de combinatie Jos van Immerseel (fortepiano), Vera Beths en Anner Bylsma hebben daarvan het bewijs geleverd. Dit maakt wat mij betreft gelijk duidelijk dat de buitenlandse ‘concurrenten' het dus - gelukkig! - niet beter doen. Wel dat ze er gelijkwaardig aan zijn (omgekeerd mag natuurlijk ook). Het trio van Frank Braley en de beide broeders Renaud en Gautier Capuçon maakt daarop geen uitzondering. En daarmee zijn deze beide vertolkingen dus precies wat zij zijn: topuitvoeringen.

Het mag dan op papier een gelegenheidstrio zijn, doorslaggevend daarbij is dat het drietal al jarenlang intensief met elkaar samenwerkt, zowel op het concertpodium als in de studio. Oveigens niet alleen als trio, maar ook als duo (viool en piano, cello en piano). Het kan moeilijk anders dan dat dit zich uitbetaalt in volmaakt samenspel en in een coherente opvatrting over ook deze partituren, zonder dat de individualiteit daardoor verloren gaat. Vrijheid in gebondenheid zou je kunnen zeggen.

Het is een ware kunst op zich: een liberale speelstijl hanteren of minstens die suggestie daarvan wekken, maar tegelijkertijd uiterste precisie en een perfecte balans (tussen de drie instrumenten) realiseren. Het zoeken naar en het vinden van dat volmaakte evenwicht is ook al zo'n onderwerp dat ieder ensemble voortdurend bezighoudt. Het heeft immers alles te maken met de wijze waarop de stemvoering zijn beslag krijgt, niet alleen welk instrument op welk moment voorrang moet krijgen, maar ook de nog aanmerkelijk fijnere afstemming binnen de algehele textuur. En omdat er zeker bij de topensembles geen technische hindernissen (meer) zijn kunnen de musici zich op de werkelijke inhoud concentreren. Het gaat onder het vergrootglas: zaken als dynamiek, frasering en articulatie. Met behoud van het muzikanteske karakter natuurlijk. Dat spreekt voor zich. Hoewel, is dat wel zo? Hoe langer er op een stuk wordt gestudeerd, des te groter immers het risico dat de frisheid verloren gaat. Eenieder die een instrument bespeelt zal dit probleem (want dat is het) ongetwijfeld herkennen. Verstandig om het stuk dan een poosje weg te leggen om het later weer op te pakken. De kans is zelfs groot dat daaruit weer nieuwe inzichten ontstaan.

Hoewel Beethovens gehoor al rond 1802 (zoals onder meer blijkt uit het ‘Heiligenstädter Testament') aanzienlijke achteruitgang vertoonde was hij in de jaren nadien gelukkig toch nog in staat om als uitvoerend musicus op te treden. Zo was hij de pianist tijdens de eerste uitvoering op 10 december 1808 van het ‘Geistertrio' in een van de salons van prins Erdödy, met Ignaz Schuppanzigh als violist en Josef Linke als cellist. Allemaal bekende namen die we in de biografieën over Beethoven veelvuldig tegenkomen. Het lukte blijkbaar zelfs nog in maart 1814, eerst in besloten kring en een maand later in een publiek optreden met het ‘Aartshertogtrio' op de lessenaars, met naast Beethoven opnieuw Schuppanzigh en Linke. Al mag men zich de vraag stellen hoe Beethoven de toch al bepaald niet gemakkelijke pianopartij nog gestalte heeft weten te geven, want zijn gehoor was toen al in een dusdanig slecht stadium aanbeland dat al schriftelijk met hem moest worden gecommuniceerd. Zij het misschien dat, zoals vaak bij toenemende doofheid, de muziek toen nog voor hem beter ‘verstaanbaar' was dan spraak. Wat niet wegneemt dat het virtuoze karakter en de diepe gelaagdheid van op. 97 zelfs voor musici met een uitstekend gehoor een ware uitdaging blijven. Berlioz merkte er eens over op dat vergeleken met dit trio al het overige op dit gebied niet meer dan het werk van lilliputters was.

De vertolkingen door het trio Braley-Capuçons belichten de grootheid van beide trio's zoals alleen een topensemble dat kan en daarmee scharen ze zich in een inmiddels stevig gegroeide rij, te beginnen bij het Beaux Arts Trio in hun eerste Philips-opname van medio jaren zestig. Zij het dat er niet zoveel opnamen van beide werken zijn waarin de stemvoering zo strikt helder is en de drie instrumenten zo fraai zijn ingebed in hun akoestische omgeving. De Steinway D is 'leading', dat spreekt vanzelf. Michael Fine en Jin Choi kunnen wat mij betreft de daarbij passende complimenten zonder ene gêne in ontvangst nemen. Op 28 februari a.s. staat de release van het album gepland.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links