CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2020

Beethoven: Diabelli-variaties op. 120

Filippo Gorini (piano)
Alpha 296 • 58' •
Opname: januari en februari 2017, Beethoven-Haus, Bonn

* * *

Beethoven: Pianosonate nr. 29 in Bes, op. 106 (Hammerklavier) - nr. 32 in c, op. 111

Filippo Gorini (piano)
Alpha 591 • 74' •
Opname: augustus 2019, Beethoven-Haus, Bonn

   

Laten we gewoon aanvaarden dat we in dit Beethoven-jaar zullen worden overspoeld met nieuwe en heruitgaven en dat we waarschijnlijk alleen al daardoor het bos niet meer door de bomen zullen zien (want er is al zoveel). Dat maakt het al bij voorbaat lastig om echt interessante albums te ontdekken, want ook zij gaan op in de massa terwijl ze dat nu juist niet verdienen.

Wie zou, niet beter wetende, aandacht willen besteden aan ‘de zoveelste pianist' die zich heeft gebogen over Beethovens laatwerk en die Filippo Gorini heet? Tenzij zijn naam een bepaald belletje doet rinkelen, zoals bijvoorbeeld een uitvoering die indruk heeft gemaakt. Maar lijkt mij een ondubbelzinnige constatering dat de naam van Maurizio Pollini menigeen prompt de oren doet spitsen en men die van Gorini gewoon aan zich voorbij laat gaan.

Ten onrechte, wWant Gorini blijkt een aanstormend talent; en dat al gelijk bij het verschijnen van zijn debuutalbum met niet minder dan Beethovens Diabelli-variaties op. 120. Hoewel niet geheel zonder bedenkingen (daarover straks meer) is sprake van een waar kunststuk, dat hij op zijn tweede album herhaalde, met Beethovens ‘Hammerklavier' en de laatste sonate, op. 111*.

Zegt het iets dat Gorini's talent door Alfred Brendel, na het bijwonen van een uitvoering van die Diabelli-variaties, werd ‘ontdekt' en dat hij hem prompt in Londen onder zijn hoede nam? Dat het vervolgens Brendel was die Gorini inwijdde in de diepere geheimen en bedoelingen van Beethovens muziek? Als het zo is gegaan – en het wordt van alle kanten bevestigd – dan blijf ik toch met de vraag zitten wat dan wel Brendels invloed is geweest op Gorini's latere spel, want echt gemakkelijk laat dat zich niet daaruit afleiden. Misschien maar goed ook want niets is zo fnuikend voor een toekomstige carrière dan een te sterke invloed van de docent op de leerling. Als tradities uit het verleden per se dienen te worden voortgezet kan het in de toekomst daardoor juist mis gaan. Muzikale idividualiteit is gemakkelijker verloren dan behouden. Filippo Gorini is inmiddels om en nabij de 25 (Bergamo, 1995) en toch ontpopte hij zich enige jaren terug al als een groot muzikaal denker. De Diabelli-variaties bewijzen het.

Wel of geen intellectuele benadering van deze partituren? Gorini is een denker tenslotte. Wie het compositieproces ziet als aangestuurd door een grote inspiratiebron krijgt misschien al prompt argwaan, maar misschien ‘werkt' dat voor een componist als Ludovico Einaudi, maar niet voor een grootheid als Beethoven. Hoeveel intellectualisme kan er al niet schuilen in de ontwikkeling van het eenvoudigst denkbare motiefje? Uit al die zelf gecreëerde, schier oneindige puzzelstukjes rijst uiteindelijk dat unieke meesterwerk op. We weten niet of en zo ja in hoeverre ze elkaar in evenwicht houden, zoals we niets weten van het cerebrale en het inspirerende en wat wanneer overheerst. Wel zijn er gelukkig Beethovens schetsboeken die ons toegang verschaffen tot die zo bijzondere denkwereld.

Staat al dat denkwerk van niet alleen de componist maar ook de vertolker de inspiratie in de weg? Of is het misschien omgekeerd: dat de inspiratiebron dusdanig sterk is dat het intellectuele aspect naar de achtergrond verschuift? Kunstwerken kunnen het niet zonder constructiearbeid stellen en dat geldt niet minder voor de muziek. Het denkproces strekt zich uit over wat nog niet is of wat reeds is geweest (geschetst, provisorisch vastgelegd of in definitieve vorm) en waar aansluiting bij moet worden gevonden. De geheimen van het creatieve proces dat zich aldus afspeelt vallen voor geen enkele buitenstaander te ontsleutelen.

Voor de uitvoerende musicus betekent zijn creatieproces dat hij zelf wat al is geschapen moet gaan herscheppen; van het papier naar de levende klank. Dan zal het toch echt moeten komen van een samenspel tussen verschillende factoren, met in de voorste gelederen intellectualiteit, intuïtie en…inspiratie. Het bepalen van hun specifieke rangorde is binnen deze context zinloos. Bovendien treden ze vaak tegelijkertijd op. De diepgaande eigen analyse brengt hopelijk de ideeën voort die de ene uitvoering onderscheidt van de andere. Zo zal het bij Gorini ook zo verlopen zijn, in het besef dat de informatie zoals die uit het notenbeeld naar voren komt voor de interpretatie onvoldoende zekerheden biedt.

In de vertolking draait het niet om zaken als sensatie, spektakel of mysterie, maar primair om vormgeving, concentratie en die wonderlijke combinatie van precisie, souplesse en articulatie. Met in het verlengde daarvan het tempo met de daarvan afgeleide temporelaties. In de wetenschap dat Beethoven met zijn onvermoeibare geestkracht en ondanks de progressief toegenomen hardhorendheid ook in zijn late werken iets nieuws wilde creëren. Geen ‘Sturm und Drang' avant la lettre, maar een echt nieuwe receptuur die niet alleen de pianomuziek, maar ook het instrument zelf nieuwe impulsen gaf. Het zijn elementen die in Gorini's interpretaties zeker zijn terug te vinden

Maar de denker mist toch nog een belangrijke eigenschap waardoor hij nog niet tot aan de Parnassus reikt: een sterk ontwikkeld gevoel voor het poëtische, het lyrische, het charmante ook. Beethoven mag dan door het leven zijn gegaan als een min of meer ‘ongelikte beer' (de kwalificatie stamt van Cherubini, die de componist persoonlijk heeft gekend), op sommige punten zelfs een bruut, en er een huishouden van Jan Steen op na hebben gehouden, dichterlijkheid en bekoorlijkheid maakten wel degelijk - en menigmaal diep geworteld - deel uit van zijn uiterst veelzijdige muzikale vocabulaire. Gorini is in dit opzicht echter nog niet zo ver om deze meeslepende elementen tot volle bloei te laten komen; al zal hij er ongetwijfeld nog toe komen.

Opvallend is ook dat zijn kleurengamma meer monochroom wordt naarmate de complexiteit van de stemvoering toeneemt, zoals in het slotdeel van de ‘Hammerklavier' (fuga, allegro resoluto). Het zegt in dit verband iets over Gorini's algehele , strak aangelijnde concept: technische perfectie en vormbesef winnen het van de revolutionaire vonkenregen. Het is het typische beeld van de denker, maar ook van de control freak die boven alles orde wil scheppen, daarin met vlag en wimpel slaagt maar daardoor minder aandacht heeft voor de vervoerende visionair die Beethoven wel degelijk was. Maar het grote talent van Gorini in aanmerking genomen zal dat zeker in het verschiet liggen.

_________________
(*) Sommige musicologen veronderstellen dat een derde of zelfs vierde deel heeft bestaan, maar door onbekende oorzaak uit het beeld is verdwenen. Dat is onzin: de verschijning van de eerste druk van de sonate in de tweedelige versie volgde reeds in 1823 bij de Berlijnse muziekuitgeverij van Schlesinger.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links