CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2018

 

Beethoven: Symfonie nr. 5 in c, op. 67 - nr. 7 in A, op. 92

New York Philharmonic o.l.v. Jaap van Zweden
Decca Gold 4816856 • 72' •
Live-opname: 2014 en 2015, David Geffen Hall, Lincoln Center, New York

   

Jaap van Zweden bouwt nog steeds gestaag aan zijn carrière als dirigent. Onlangs zette hij een nieuwe piketpaal die er bovendien wezen mag: vanaf september aanstaande chefdirigent van het New York Philharmonic, het orkest dat niettegenstaande zijn toch al rijke historie door Leonard Bernstein naar voor die tijd zelfs nog ongekende hoogten bracht en bij jong en oud enorme bijval wist op te roepen (en niet in de laatste plaats door zijn educatieve gaven).
Hoe de nog prille samenwerking tussen Van Zweden en het orkest zal gaan uitpakken moet uiteraard worden afgewacht, maar een feit is wel dat hij duidelijk 'iets' met de Amerikaanse muzikale 'scene' heeft; en die is bepaald anders dan wat wij in ons kleine vaderland gewend zijn. Alleen al de onontbeerlijke sponsoring en wat je daar als chefdirigent allemaal niet voor moet doen (veel glimlachen, knikken en buigen is daarbij nog wel het minste). Na de zeer positieve ervaringen in Dallas wilde men hem in New York graag hebben.

Onderbelicht
In 2014 en 2015 was Van Zweden echter nog gastdirigent bij het New York Philharmonic. Het resultaat in klank ligt voor ons: een wat logge (al wordt het nooit van dik hout planken zagen), op sommige punten zelfs ietwat rustieke Vijfde en Zevende. Het is sowieso al geen programma dat in de zin van vernieuwing hoge ogen kan gooien (hoe vaak zijn deze symfonieën al niet opgenomen?), maar ze zijn wel interessant in het licht van zijn aanstaande benoeming. Beschouw het als een proeve van bekwaamheid die in dit geval niet veel verder gaat dan dat. We horen een dirigent en een orkest aan het werk die deze materie als hun broekzak kennen (zowel Van Zweden als het New York Philharmonic kunnen ook wat Beethoven betreft op een stevige discografische geschiedenis bogen), maar waarin het spirituele element ditmaal nogal onderbelicht blijft. Het vuur in deze symfonieën moet echt energiek worden opgepookt om optimaal effect te kunnen sorteren en dat gebeurt hier niet. Natuurlijk hoor je op slag dat Van Zweden een groot dirigent is die verstand heeft van van spanningsopbouw, frasering, melodievoering, dynamische proportionaliteit en harmonische onderbouw (waarbij bij Beethoven de bas meer is dan het harmonisch fundament en in structureel opzicht vaak een leidende of doorslaggevende rol speelt). Maar om die kunst te vertalen naar een krachtdadige, maar vooral superieure vertolking waarin ook de lyriek een belangrijke rol mag vervullen, wil niet altijd goed lukken. Wat helaas ook vaak gebeurt - en bij Beethoven is dat een kunst op zich om dat juist te vermijden - is het kruit te vroeg verschieten. Dat doet Van Zweden dus niet, hoewel dit deels wel samenhangt met zijn benadering van deze partituren. Ik haalde dus maar weer eens de roemruchte vertolkingen van Carlos Kleiber (op DG) uit de kast en dan merk je dat er een aanmerkelijk grotere 'gangmaker' aan het werk is die onmiddellijk de aandacht opeist en tot het einde weet vast te houden. Een klasse apart die voor Van Zweden een brug te ver blijkt. Het komt grosso modo bij Van Zweden neer op teveel gecontroleerde expressie en te weinig spanningsvolle vrijheid, een aspect dat in zijn opnamen met het Residentie Orkest nu juist veel minder doorweegt: de Hagenaars musiceerden kruidiger, pittiger, de New Yorkers daarentegen met meer 'wucht'. Merkwaardig genoeg slaagde daarentegen de exuberante finale van de Zevende wel heel goed, met als bijzonderheid dat in het scherzo de herhaling bij de maten 482 en 483 soms wel en soms niet wordt gemaakt (vroeger nooit, tot Riccardo Muti ermee begon). Van Zweden deed die herhaling wel in Den Haag en Dallas, maar niet in New York (te vinden op blz. 76 van de Zevende, in het kader van de door Jonathan del Mar geheel herziene Bärenreiter-uitgave van de negen Beethoven-symfonieën).

Geen romantische overdaad
Natuurlijk, Beethovens negentiende-eeuwse revolutionaire klanken zijn voor ons 'bon ton' geworden, we zijn er danig aan gewend geraakt, ze schokken ons niet meer, maar flonkerende uitvoeringen kunnen wel degelijk laten horen welke enorme stappen er toen zijn gezet. Daarin slaagt Van Zweden onvoldoende, al moet wel worden gezegd dat hij gelukkig ver verwijderd blijft van de diep ingesleten romantische overdaad en dat structurele geslotenheid zijn grote fort is. Dan zijn er de voor hem kenmerkende houtblazerstrekjes, ook tussen de bedrijven door van het klaroengeschal dat de finale van de Vijfde domineert (al predikt het in deze uitvoering niet de ware revolutie in klank). Dat Van Zweden niet al te veel opheeft met Beethovens metronoomaanduidingen heeft wat mij betreft alleen statistisch betekenis: de tempi zijn - met hun onderlinge relaties - vanuit Van Zwedens visie uitstekend gekozen. Ook als een dirigent niet overtuigt, kan hij wel degelijk consequent hebben gehandeld.

Tempi
Een legitieme vraag: is er in de loop der tijd iets fundamenteel veranderd in Van Zwedens visie op de Beethoven-symfonieën? Er zijn zeker verschillen, relatief veel zelfs, en die spelen zich echt niet alleen op microniveau (instrumentale aspecten, balans) af. Met als belangrijkste conclusie dat de Vijfde en Zevende als onderdeel van Van Zwedens Beethoven-cyclus met het Residentie Orkest mij door de bank genomen beter zijn bevallen. Er werd toen pittiger gemusiceerd, scherper gearticuleerd en zaten de musici meer op het spreekwoordelijke puntje van de stoel. Tempi zeggen in dit verband niet altijd veel, maar ik heb ze voor de aardigheid toch eens naast elkaar gezet. Zo zijn de basistempi in de Vijfde uit New York over de gehele linie iets langzamer dan die uit Dallas (Dallas Symphony) en Den Haag (Residentie Orkest), terwijl de Zevende een meer gemengd beeld laat zien. Voor alle uitvoeringen geldt evenwel dat de verschillende akoestische omstandigheden doorgaans mede het basistempo bepalen, terwijl er ook een - zij het miniem - verschil is in de pauzes tussen de delen. Het is dus zeker niet zwart-wit (wie het onderste uit de tempokan wil pakt de metronoom er natuurlijk bij). Het slotapplaus in de uitvoeringen in New York en Dallas heb ik uiteraard in onderstaand overzicht verdisconteerd.

NEW YORK 5 DALLAS 5 DEN HAAG 5
1. 07:22 06:57 06:58
2. 09:25 08:32 08:28
3. 05:14 04:46 04:44
4. 10:13 09:07 09:44
NEW YORK 7 DALLAS 7 DEN HAAG 7
1. 13:56 13:17 13:58
2. 07:45 07:31 08:14
3. 08:25 08:36 09:38
4. 08:14 08:02 08:42

Opname
De David Geffen Hall (in vroeger tijden de Avery Fisher Hall die later akoestisch werd aangepast, maar wat niet veel heeft geholpen) in het Lincoln Center staat bekend om zijn notoir slechte akoestiek en daarvan krijgt u weliswaar iets mee, maar het klankbeeld zoals dat uit mijn elektrostatische weergevers komt is zeker beter dan acceptabel (blazers nogal prominent, dat wel). Het orkest klinkt op deze cd waarschijnlijk heel wat beter dan toen in de zaal: mijn ervaring is dat er met de akoestiek daar werkelijk geen goed garen te spinnen valt. Dat achteraf (tijdens de postproductie) niet alle oneffenheden zijn weggewerkt heb ik niet als bezwaarlijk ervaren. Vaak is het zelfs beter om dergelijke cosmetische ingrepen achterwege te laten en de spanningen in de vertolking te laten zegevieren. Wel lijkt er in de finale van de Vijfde sprake van een nogal ongelukkige technische ingreep bij 08:56, waar het volume onnatuurlijk wordt teruggenomen.
De orkestopstelling is volgens de Amerikaanse snit, wat ik meer en meer jammer begin te vinden: de Duitse opstelling heeft mijn voorkeur.
Wat ten slotte nog resteert is de slotconclusie en die is niet al te positief: dit is geen uitgave om warm voor te lopen, al is deze misschien wel voldoende aantrekkelijk voor aficionados van Van Zweden of het New York Philharmonic.

Toekomst
Komt er nog discografisch meer uit deze op zich rijk voorziene bron? We zullen het moeten afwachten, waarbij het te hopen is dat er ook andere componisten aan bod komen; en niet in de laatste plaats Nederlandse, want jawel, hun muziek wil Van Zweden in New York ook op de lessenaars gaan zetten. Wat hier allang niet meer kan wordt daar misschien toch werkelijkheid.
Het plan is dat er in het concertseizoen 2018/19 in totaal zes live-opnamen zullen worden gemaakt met Jaap van Zweden en het New York Philharmonic en dat die eveneens zullen worden uitgebracht op het nieuwe Amerikaanse Decca Gold label, dat in New York is gevestigd en deel uitmaakt van Universal Music Classics.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links