CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2020

Bach: Franse suite nr. 5 in G, BWV 816 - Partita nr. 2 in c, BWV 826

Bartók: Szabadhan (Buitenshuis) Sz 81 - Suite Sz 62

Julien Libeer (piano)
Harmonia Mundi HMM 902651 • 63' •
Opname: juni 2019, Ferme de Villefavard, Limousin (F)

   

Ze worden vaak in een adem genoemd, de 'vier grote B's: Bach, Beethoven, Brahms en Bruckner. De vier namen wier muziek tot de canon van de westerse muziekgeschiedenis wordt gerekend. Muziek die mede dient als referentiepunt in muziekhistorische beschouwingen en die onverbrekelijk en onmisbaar deel uitmaakt van ons culturele Avondland. Steevast ontbreekt daarbij de vijfde B: die van Béla Bartók, alsof hij er niet bij zou horen of een meer ondergeschikte rol is toebedeeld. Een misvatting die onuitroeibaar lijkt, terwijl zijn ontzaglijke grootheid als componist (en tijdens zijn leven als pianist!) geen enkele discussie toelaat.

Het is daarom des te waardevoller dat de Belgische pianist Julien Libeer het heeft aangedurfd om muziek van Bach en Bartók samen te brengen op een nieuwe cd. Hoewel, durf? Vanuit puur muzikaal perspectief zijn de verschillen tussen Bach en Bartók weliswaar huizenhoog en hemelsbreed, maar toch ook weer niet, want het is wonderbaarlijk hoezeer een - in vergelijking met Bachs muziek - volkomen nieuw idioom zich heeft weten te nestelen in het oude. Wat niet alleen in dit geval opvalt. Zoals het net zo verbazingwekkend is dat zich in Beethovens vrij ontoegankelijke laatste kwartetten en de nog ontoegankelijkere van die van Bartók vergelijkbare vergezichten openbaren. Niet dat ze - gelukkig maar! - naadloos in elkaar overgaan, maar hun verwantschap is net zo kenmerkend als hun juxtapositie dat is. Misschien is dat wel een belangrijke eigenschap van waarlijk grote muziek: het unieke karakter ervan en dat daaruit een onberedeneerbare symbiose ontstaat. Zo'n album als dit maakt dat welsprekend duidelijk. Muzikale stromingen verbinden zich niet door hun briljante karakter, maar door hun inhoudelijke expressie. In deze muziek van Bach en Bartók versterken inventie en technisch meesterschap elkaar, waarbij de synergie zich ontplooit met Bach als de eclecticus en Bartók als de vernieuwer. Stijl en tijdvak mogen dan nog zo verschillend zijn, artistieke gedrevenheid, inspiratie en intellect zijn identiek.

Een musicus van het kaliber Libeer zoekt zowel naar tegenstellingen als naar overeenkomsten, geleid door een onfeilbare intuïtie die uitsluitend in het teken staat van de muziek die hij onder handen heeft. Misschien is het wel die unieke combinatie van intellect en ingeving die deze vertolkingen zo buitengewoon indringend maken. Het is allemaal zo overtuigend en los van welke redenering ook dat het zeer diepe indruk maakt. Ik kan slechts de woorden van Libeers vroegere docente, Maria João Pires, aanhalen: dat hij een complete musicus is die alles in zich verenigt: het intellectuele en het intuïtieve, met een onfeilbaar instinct voor het onaantastbare. Michel Brandjes zorgde voor een perfect gestemde Steinway en Aline Blondiau voor de warme registratie van dit sublieme recital van een van de grote pianisten van deze tijd. Bach afgewisseld door Bartók, het had niet beter kunnen uitpakken. Ongrijpbare grootheid, dat is het.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links