CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2012

 

 

Bartók: Hertog Blauwbaards Burcht
(A kékszakállú herceg vára)

Blauwbaard: Laszló Polgár (bas) - Judith: Ilkidó Komlósi (mezzosopraan) - Spreekstem: Iván Fischer

Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer

Channel Classics CCS SA 90311 • 56' • (sacd)

Opname: Italiaans Instituut, Boedapest, 08-2002 (Eerder verschenen op Philips Classics)


Iván Fischer schrijft in zijn toelichting bij deze opname dat een concertuitvoering van deze opera op het publiek een grotere uitwerking heeft dan zelfs een succesvolle enscenering. Zelf heb ik dat niet zo meegemaakt, maar ik ga er voetstoots vanuit dat Fischer weet waar hij over praat: hij heeft het werk immers vlele malen zowel geënsceneerd als in concertuitvoering gedirigeerd. De bijna verzengende opwinding die dit psychodrama teweegbrengt wordt volgens hem niet sterker gevoeld dan wanneer de beide hoofdrolspelers een uur lang oog in oog staan met het publiek en dat door de concentratie die teweeg wordt gebracht de toeschouwers vooral met zichzelf worden geconfronteerd. De proloog (hier welluidend verteld door Fischer zelf) is daarbij van het grootste belang want die vertelt ook iets over onszelf.
Hertog Blauwbaard vertelt ook iets over Bartók. De hertog is geen moordenaar (al ziet Judith overal bloed), hij 'bewaart' zijn vrouwen achter gesloten deuren. Hij houdt ze gevangen, heeft ze in zijn hart gesloten. Bartók moet iets in die karaktereigenschappen van Blauwbaard hebben ontdekt die hem niet onbekend waren: de geslotenheid van karakter, het schuchtere ook, terwijl hij evenzo gefascineerd raakte door vreemd ogende personages die innerlijk evenwel warme liefde voelden. Hier is dan tevens de verwantschap met De wonderbaarlijke mandarijn.
Bartók schiep een meesterwerk waarin - evenals in Debussys' Pelléas et Mélisande - de vocale en orkestrale ontwikkeling rechtstreeks wordt gekoppeld aan de gebeurtenis: aldus krijgen we een waarlijk caleidoscopisch, steeds wisselend panorama voorgeschoteld dat zich in de muziek zelf afspeelt. Er is niet slechts één toestand, het zijn er vele.

Het aantal opnamen van deze opera is intussen vrijwel niet meer te overzien. In 1965, toen de inmiddels allerwegen beroemd geworden Decca-opname met Walter Berry en Christa Ludwig onder István Kertész op de markt was verschenen, waren er waren slechts een stuk of zeven die in mindere of meerdere mate meetelden, waaronder die van Ferenc Fricsay, Ernest Ansermet, János Ferencsik en Antal Dorati (die veel mooie Bartók-opnamen heeft gemaakt), voor zowel Mercury als Decca). In 1976, dus maar liefst elf jaar na Kertész, kwam Pierre Boulez met 'zijn' BBC Symphony Orchestra, Siegmund Nimsgern en Tatiana Troyanos (wie had dát gedacht, een echte diva in de rol van Judith?) die - daar waren vriend en vijand het wel over eens - wel zo'n beetje de gouden standaard zette. Had Kertész een vocaal superieure Judith in de persoon van Christa Ludwig, het was Boulez die - geholpen door een soort van Decca's John Culshaw afgekeken 'Sonic Stage' - een vertolking neerzette die bijna die van de verschroeide aarde leek te symboliseren, zo eruptief en tegelijkertijd zo overtuigend dat het waarschijnlijk tot in de lengte van jaren als een van de absolute klassiekers van de 'grammofoon' (intussen de cd) zal worden beschouwd. En dan is er Troyanos die Ludwig niet alleen naar de kroon steekt maar als een van de zeer weinigen er een hoge C weet uit te persen die klinkt als een klok en staat als een huis. Maar het is toch per saldo Boulez' schoktherapie die nog lang nawerkt als de cd al lang en breed uit de lade is gehaald.

En Fischer? Diens benadering is van een geheel andere signatuur, maar op de keeper beschouwd niet minder boeiend. Het wordt duidelijker naarmate de opera vordert: Fischer hanteert wagneriaanse dimensies, het drama ontvouwt zich geleidelijk maar onontkoombaar. Op het eerste gezicht lijkt hij minder hectisch, zorgvuldiger in zijn aanpak, een structurele bouwer, wat op een punt nog in de hand wordt gewerkt door het gebruik van 'originele' instrumenten, zoals een minder fel uitpakkende xylofoon (dat Fischer en passant een aantal fouten uit de gedrukte partituuruitgave heeft gehaald zal vrijwel niemand opvallen). Laszló Polgár (hij overleed in september 2010, pas 63 jaar oud) en Ilkidó Komlósi zijn uitstekend tegen hun taak opgewassen, maar qua karakteropbouw en (dus) diepte van hun vertolking halen ze toch niet het niveau van bijvoorbeeld Troyanos en Nimsgern. De fraaie opname laat het u wel allemaal in super-de-super surround (of in gewoon stereo natuurlijk) meebeleven. Teksten in het Hongaars en Engels.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links