CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2018

 

C.Ph.E. Bach: Celloconcert nr. 1 in a, H 432 (Wq 170) - nr. 3 in A, H 439 (Wq 172) - Symfonie in G, H 648 (Wq 173)

Jean-Guihen Queyras (cello), Ensemble Resonanz o.l.v. Riccardo Minasi
Harmonia Mundi HMM902331 • 53' •
Opname: juni 2017, Hauptkirche Sankt-Nikolai, Parry Audio, Hamburg

 

 

Het is weer eens iets anders: een symfonie die wordt geflankeerd door twee celloconcerten. Niet dat het een aperte vondst is, maar toch. Niet zo lang geleden, in 2014, nam een collega van Jean-Guihen Queyras, de Duitse topcellist Nicolas Altstaedt, toen voor het Britse label Hyperion, met het ensemble Arcangelo onder leiding van Jonathan Cohen, de drie celloconcerten van Carl Philipp Emanuel op. Dat leverde in totaal 65 minuten muziek op. Het nieuwe album dat Harmonia Mundi presenteert is met 53 minuten dus 12 minuten korter en is vervolgens de voor de hand liggende vraag: had het derde concert er niet bijgekund? Dat had met zijn ruim 20 minuten speelduur prima gekund: tegenwoordig lukt het zelfs om ruim 80 minuten op een cd te persen. Natuurlijk gaat het bij muziek om veel belangrijker zaken dan dit soort rekenarij, maar toch lijkt het me een duidelijk gemiste kans: drie celloconcerten plus een symfonie! Al zijn er natuurlijk altijd wel redenen te bedenken waarom ervan is of moest worden afgezien.

Maar voor kritiek op de uitvoeringen zelf is geen plaats, want ten eerste is Queyras - evenals Altstaedt - een van de beste cellisten in ons aardrijk en ten tweede is het Ensemble Resonanz evenals het Arcangelo niet alleen gepokt en gemazeld in de historiserende muziekpraktijk, maar ook speelt met de spiritualiteit die deze muziek onverkort verlangt en die soms elders met een lantaarntje te zoeken is. Dankzij de bescheiden gehouden bezetting (10 violen, 4 altviolen, 3 celli, contrabas én klavecimbel) klinkt het uitermate doorzichtig en zijn de bij C.Ph.E. bijna revolutionair overkomende, pittige accenten en syncopen een ware lust voor het oor. Als een ensemble uitermate wendbaar is, met grote soepelheid fraseert en dynamisch niet kinderachtig te werk gaat, kan de uitkomst uitermate verrassend en fascinerend zijn, en dat is hier gelukkig duidelijk het geval. Niet beter dan de combinatie Alstaedt/Cohen, maar daar vraagt niemand ook om. Dit zijn opruiend opklinkende stukken die het volle pond krijgen. Fonkelende muziek die overrompelt, met koene melodische en harmonische wendingen, menigmaal zo kortademig dat het je de adem bijna letterlijk beneemt, of explosief opwellend uit het niets en toch met een afwisselende en sterk contrasterende expressief lyrische inslag die in dit zo avontuurlijke discours dan als een ware verademing uitpakt. Muziek om van te houden, te koesteren en verder te exploreren (er bestaan ook versies voor fluit en klavecimbel, waarin ik herhaaldelijk een grimas in de richting van de fluitspelende Friedrich hoor...) En dan te bedenken dat Carl Philipp Emanuel deze pittige muziek uit zijn ganzenveer liet vloeien terwijl hij vastgeroest zat als klavecinist aan het hoforkest van - toegegeven, de zeer muzikale - Friedrich II van Pruisen. Het klavecimbel is gelukkig niet dominant opgenomen, wat in dit repertoire een zegen mag worden genoemd. Niets is zo vervelend als dat indringende getinkel terwijl de cello zijn mooiste troeven uitspeelt. Wel had het stereoperspectief wat breder en dieper mogen zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links