CD & DVD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2017

 

Bach: Suites BWV 995, 997-998 (Prélude, Fuga en Adagio)

Emanuele Segre (gitaar)

Limen DVD082C082 • 66' • (cd +dvd)

Opname: Limen Music Studio, Umbria (I)

www.emanuelesegre.com

https://vimeo.com/163087135

 

Music gives a soul to the universe, wings to the mind, flight to the imagination and life to everything. Plato
(geciteerd door Emanuele Segre)

Er is lang vanuit gegaan dat Bach de suites BWV 995 en 997 specifiek voor de luit componeerde, maar in de afgelopen decennia hebben muziekwetenschappers daar grote vraagtekens bij geplaatst. Wat overigens niet wegneemt dat Bach de klankeigenschappen van de luit een warm hart moet hebben toegedragen. Een voorbeeld daarvan vinden we in het arioso ‘Betrachte, meine Seele' uit de Johannes-Passion, waar het instrument het metaforisch bloeien van de sleutelbloemen op de doornenkroon evoceert. Een ander sprekend voorbeeld komt voor in de eerste versie van de Matthäus-Passion, in de aria ‘Komm, süsses Kreuz (de luit werd later vervangen door de 'zuchtende' viola da gamba). Dan is er in de Trauerode de aria ‘Wie starb die Heldin so vergnügt'. Hoe vergenoegd kun je sterven als je wordt vergezeld door hemels klinkende luitmuziek? Bach wist het wel: luitklanken konden een elegische sfeer oproepen, waarbij het grensvlak tussen fysieke pijn en fijnbesnaarde melancholie soms bijna achter de reflectie schuilging.
Dat Bach zelf het instrument zou hebben bespeeld wordt niet door feiten gestaafd. In 1735 schreef hij wel een aanbevelingsbrief ten behoeve van zijn zeer getalenteerde leerling Johann Ludwig Krebs, waarin hij de loftrompet stak over diens speltechnische kwaliteiten op het gebied van het klavecimbel, de viool en de luit, maar dit zegt niets over Bachs eigen luitspel. Hoewel dit in een aantal bronnen wel als zodanig wordt gesuggereerd. Men kan dergelijke discussies in musicologische kringen wel of niet serieus nemen, maar wel is het een uitgemaakte zaak dat, uitgaande van Bachs originele handschrift, de suite BWV 995 met geen mogelijkheid noot voor noot op de luit kan worden gespeeld. Wel op een ‘Lautenwerk' uit Bachs tijd, een luitklavecimbel (in het Italië van de zestiende eeuw werd dit instrument ook wel ‘arpicordo leutato' genoemd). Een feit is ook dat Bach een ‘Lautenwerk' bestelde bij de bekende orgelbouwer Zacharias Hildebrandt in Leipzig. Het ligt daarmee tamelijk voor de hand dat de suites niet voor de luit, maar voor een ‘Lautenwerk', dus luitklavecimbel werden geschreven. De opmerkzame lezer zal mij vervolgens op mijn vestje spuwen met de constatering dat BWV 995 wel degelijk voor de luit is geschreven. Het staat immers op het titelblad: ‘Suite pour la Luth per J.S. Bach'. Maar die titel staat dan weer haaks op wat Bach zelf neerschreef: de voor de luit in die tijd onbereikbare lage G. Dergelijke ‘fouten' maakte Bach nooit. Hoe het ook zij, wie de suites op de luit wil spelen moet de noten en de transpositie onherroepelijk daaraan aanpassen.

Rijst de vraag of de gitaar dan wel een geschikt instrument is voor deze suites. Ook de gitaar loopt in deze suites immers tegen speltechnische begrenzingen aan. En een gitaar is nu eenmaal geen luitklavecimbel. Zo moest de oorspronkelijk in Es-groot genoteerde Prélude, Fuga en Allegro BWV 998 naar D-groot worden getransponeerd. Maar Bach zelf deed daar evenmin moeilijk over, getuige de suite BWV 995 die in zijn vroegere gestalte niets anders is dan de vijfde cellosuite. De door Bach zelf gemaakte transpositie is niet minder fascinerend: ‘Umgestaltung, ewige Unterhaltung'. Dat beeld geldt in niet mindere mate voor de gitaarversie.

Wie niet tegen speltechnische begrenzingen aanloopt is de Italiaanse gitarist Emanuele Segre, wiens artistieke talenten eenvoudigweg grenzeloos lijken te zijn. Zelden ben ik zo geboeid geraakt door Bach-spel op de gitaar als van deze instrumentalist. Zijn uiterst kleurrijke spel voelt aan alsof het zo moet, niet anders kan. Het is de bijna dwingende logica van een groot musicus. Het heeft alles te maken met een volkomen natuurlijke frasering, ritmiek, vormgeving en structuur die de meerstemmige gelaagdheid in deze muziek optimaal tot zijn recht laat komen. Het delicate karakter van de gitaar zorgt in de langzame delen bovendien voor een bijna gedempte, maar intens muzikale ambiance, die dan weer sterk contrasteert met het dansante esprit in de snelle delen. De fuga van BWV 998 excelleert in een sublieme combinatie van perfecte stemvoering, ritmische souplesse en smaakvolle dynamiek. Daar komt dan nog de rijk geschakeerde opname bij die het gitaarspel van Emanuele Segre levensecht in de huiskamer brengt. Wat een cd! Waaraan ik gelijk toevoeg dat de dvd er uiteraard nog een dimensie aan toevoegt. De cameraregie is onopgesmukt, maar daardoor is het beeld van de eenzame gitarist nog indrukwekkender. De vele close-ups geven een indrukwekkend beeld van het spel van Segre. Het afsluitende interview bevestigt nog eens Segre als nadenkend musicus. In alle rust voltrekt zich een wonder. De gitarist stuurde mij zelf de set die is genummerd 238 van de in totaal 500 sets. Het is dus duidelijk een gelimiteerde uitgave. Als u meer van deze grote gitarist wilt weten verwijs ik u graag naar zijn website. Een schitterend voorproefje vindt u hier.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links