CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2016

 

Bach: Pianoconcert nr. 1 in d, BWV 1052 - nr. 4 in A, BWV 1055 - nr. 5 in f, BWV 1056 - nr. 7 in g, BWV 1058.

David Fray (piano), Deutsche Kammerphilharmonie Bremen o.l.v. David Fray.

Virgin Classics 213064 2 6 • 63' •

   

Nikolaus Harnoncourt, al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw een van de drijvende krachten achter de historiserende uitvoeringspraktijk, merkte eens op dat hij niets zag in het zogenaamde authentieke musiceren om daardoor dan een museumfunctie te vervullen. Sterker nog, in zijn ogen bestond er helemaal niet een historische of authentieke uitvoering: dat was onmogelijk, een illusie. Hem ging het er uitsluitend om zo dicht mogelijk bij de bedoelingen van de componist te komen. De gedachte als zouden wij in staat zijn om bijvoorbeeld de achttiende-eeuwse uitvoeringspraktijk te reconstrueren was in zijn ogen absurd. Een dergelijke reconstructiepoging vond hij al bij voorbaat zinloos, want we leefden nu, in deze maatschappij, en niet in die van drie eeuwen terug, met de samenhang tussen cultuur en maatschappij van toen. Hem ging het erom zoveel mogelijk kennis over een compositie op te doen, en dan in zijn oorspronkelijke gedaante, niet beïnvloed door allerhande uitgaven of uitvoeringstradities, zoals die vanaf de negentiende eeuw ingeburgerd zijn geraakt. Ook het begrip 'Werktreue' vond bij Harnoncourt geen genade, al was het alleen maar dat een vergissing is te denken dat alleen het notenbeeld het werk vertegenwoordigt. Wat zich achter die noten schuilt, dát is de ware betekenis van dat werk.

Modulaties die in de achttiende en negentiende eeuw als 'schokkend' werden ervaren, verloren in de twintigste eeuw hun ware betekenis. Want vandaag de dag zijn de tertsen min of meer gelijk. We onderscheiden de verschillende toonsoorten nu alleen nog maar door hun toonhoogten en niet meer door de scherpte van de intonatie. Dat heeft tot gevolg dat het 'vertwijfelde verlangen' om naar een eenvoudige toonsoort terug te keren, niet meer wordt waargenomen. Die spanning is verdwenen. Het onjuiste begrip van de toonsoorten is zo diep ingesleten dat het nog jaren zal duren alvorens de weg terug weer is gevonden.

De vermelding van 'Auf Originalinstrumenten', 'On original instruments', op het cd-hoesje hoeft dus op zich geen aansporing te zijn om tot aanschaf over te gaan. Zo herinner ik me nog die fraaie doos van Archiv-Produktion uit het begin van de jaren zeventig met daarin 5 lp's met alle cembaloconcerten van Johann Sebastian Bach, uitgevoerd door het Münchener Bach-Orchester o.l.v. Karl Richter. De klavecimbels (daaronder zelfs een Neupert met pedalen...) klonken als bakken met spijkers, de frasering stamde uit de romantiek, terwijl de dynamische verhoudingen een bijna mozartiaans karakter hadden. Ondanks de uitvoerige documentatie en toelichtingen kwam er in de praktijk niets terecht van de ware betekenis van dát werk. Maar Richter was uiteraard de enige niet. Een soortgelijk beeld zagen we bij Klemperer, Karajan, Ansermet en zovele anderen (zij claimden overigens niets).

Dergelijke gedachten dwarrelden door mij heen toen ik naar deze nieuwe uitgave met vier van de zeven concerten voor klacvecimbel, strijkers en basso continuo luisterde. Dat klavecimbel was nu vervangen door de traditionele concertvleugel (en als ik moet afgaan op de beeldfragmenten van de repetities zelfs zonder klep!), maar maakte dat dan deze uitvoeringen minder waardevol, of minder van belang? Als ik al voorhand twijfelde, werd ik in het eerste de beste Allegro daarvan al rap genezen, want zó fenomenaal hoor je deze Bach-concerten toch maar zelden. wat een levenslust, esprit, enthousiasme, helderheid, expressieve kracht en klankschoonheid. David Fray (Tarbes, Frankrijk, 24 mei 1981) behoort tot de jonge pianistengeneratie, waarvan althans enige echt iets te vertellen hebben. Dat zijn dan degenen die een artistieke identiteit hebben, communicatief zijn en daardoor in staat zijn nieuwe perspectieven te bieden in zelfs het repertoire dat tot op het bot afgekloven lijkt te zijn. Hij lijkt mij het type kunstenaar te zijn dat echt probeert om de ware betekenis van het onder handen zijnde kunstwerk te doorgronden, los van de vraag of hij daarin ook kan slagen. De essentie van het wíllen zou weleens veel belangrijker kunnen zijn dan de realisatie op zich.

In dit programma wordt de luisteraar als het ware meegezogen in het kielzog van deze onweerstaanbare verrukking, waarbij Fray met zowel de linker- als de rechterhand in termen van articulatie en accentuering ware wondertjes verricht, geholpen door het afwisselend pittige en fluwelen spel van de Deutsche Kammerphilharmonie. Roger Norrington heeft daar sinds 2003 in termen van spelcultuur en alert musiceren nieuwe maatstaven gezet: de klankjuwelen vallen als rijpe vruchten van de boom. Duidelijk is ook de invloed van Fray op het geheel. Piano en orkest bewegen zich consistent langs de harmonieus opgebouwde lange lijnen en geven elkaar ook in de contemplatieve middendelen geen duimbreed toe.

De in het huis van de Kammerphilharmonie gemaakte opname biedt ons een prachtig uitzicht op vleugel (met dank aan pianostemmer Mertin Henn) en orkest, met een apart compliment voor de schitterend vastgelegde klank van met name de (gescheiden) eerste en tweede violen.

————————————————
Noot: Apart verkrijgbaar: Swing, Sing & think
(dvd: Virgin Classics 21306495), een film van Bruno Monsaigeon.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links