CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2007


 

Bach: Cantate "Ich habe genu(n)g" BWV 82a - "Mein Herz schwimmt in Blut" BWV 199 - Sinfonia uit de cantate "Wir müssen durch viel Trübsal" BWV 146 - Ouverture nr. 2 in b, BWV 1067.

Johannette Zomer (sopraan), Florilegium (op barokinstrumenten, met Ashley Solomon (blokfluit), Alex Bellamy en Anna Starr (hobo), Joseph Domenech (jachthobo), Kati Debretzeni en Sarah Moffat (viool), Dorothea Vogel (altviool); Jennifer Morsches (cello), Robert Nairn (violone), James Johnstone (klavecimbel en orgel).

Channel Classics CCS SA 23807 • 79' • (sacd)


Deze cd is niet alleen een stralend voorbeeld van volmaakt gezongen sopraanpartijen en buitengewoon goed verzorgd orkestspel, maar tegelijkertijd wordt doorgedrongen tot in de kern van Bachs wezen, als lutheraan, als Thomascantor en – voor mij toch uiteindelijk het belangrijkste - als schepper van grootse, onnavolgbare en onvervangbare muziek. Eenvoudig samengevat: dit is volgens mij Bach op zijn best, in een historiserende context, een fabuleuze les in de barokretorica (de meestal gehanteerde term 'authentiek' vind ik eigenlijk te aanmatigend, of het wordt veel te gemakkelijk gebruikt, althans op grond van hetgeen Van Dale erover zegt: 'overeenstemmend met het oorspronkelijke en daaraan zijn gezag ontlenend').

Deze vertolkingen leveren ook het bewijs voor de stelling dat heel vaak in het kleine juist het grote huist. Ga maar na, één sopraan en tien instrumentalisten op stokoude instrumenten (of kopieën daarvan), die mij in eerste instantie niet alleen ruim vijf kwartier lang aan de stoel genageld lieten, maar die ook nog zó liefdevol en met zóveel kennis van zaken deze muziek uitvoeren dat ik ook na ettelijke malen beluisteren steeds weer nieuwe details hoor, zonder dat het spontane, zo u wilt spirituele element daarbij verloren gaat. Bach-spel van de allerhoogste orde dus, dat ons vanuit het historiserende perspectief gewoon terugplaatst in de tijd, toen in Leipzig, zo rond 1730.

Johannette Zomer heeft in de afgelopen paar jaar een grote vlucht naar voren gemaakt. Zij combineert haar prachtige stem met een zeer hoog vertolkingsniveau en dat levert per saldo het beste op wat ons land op dit gebied van de Oude Muziek te bieden heeft. Zij is niet alleen een culturele ambassadrice van formaat, maar behoort inmiddels ook nog eens tot de absolute wereldtop. Wie zó kan zingen verovert toch de wereld?

Het is toch echt een kunst op zich om Bachs filigrane vocale melodiek langs lange lijnen zo te ontwikkelen dat de expressie zich nog verder verdiept naarmate de muziek vordert, zoals in de cantate "Ich habe genu(n)g", in de lange aria (bijna 10 minuten!) ‘Schlummert ein, ihre matten Augen’. In deze cantate excelleert zij ook in een bijna onaardse lichtheid, een zwevende, eenzame stem die zich verweeft met het weergaloos mooie klanktapijt dat het Florilegium ensemble als het ware voor haar neerlegt. Zo ontstaat er een samenspel dat ronduit diep ontroerende dimensies aanneemt.

Een ander hoogtepunt van deze zangkunst in het barokdomein is de cantate "Mein Herz schwimmt in Blut". Ogenschijnlijk op zich staande, eigenlijk nauwelijks van betekenis zijnde nuances bereiken in samenhang met de melodische en harmonische textuur van de ensembleklank hun volle, glanzende wasdom. Als sterren die zich aftekenen tegen een donkere, dan weer lichtere sterrenhemel.

Het begin van de cantate "Mein Herz schwimmt in Blut" BWV 199 (autograaf)

De schitterende ensembleklank van Florilegium kan op zich worden bewonderd in de Sinfonia van de cantate ‘Wir müssen durch viel Trübsal’ en de Ouverture (of orkestsuite) nr. 2, met dat beroemde slotdeel (badinerie), waarin de fluit mag jongleren. Een ideale balans, ideaal samenspel, messcherpe details die uit het volbloedige klankbeeld opdoemen, een intonatie om U tegen te zeggen en fraseringen om de vingers bij af te likken. Wie wil proeven: de eerste drie minuten van het openingsdeel (de eigenlijke ouverture) zijn dan eigenlijk al genoeg.

Tot slot dan de opname, eind september 2005 gemaakt in de Doopsgezinde kerk in Deventer. Het beste compliment: akoestisch scherp, niet technisch scherp (dat zijn twee heel verschillende zaken). Het klinkt allemaal zo schoon, zo vervormingsvrij, met de sopraan als het echt stralend middelpunt, omrankt door een pracht aan instrumentale kleuren, een ware hoorn des overvloeds voor iedere liefhebber. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar dit is gewoon weer zo’n demonstratie-cd die de kwaliteiten van of gebreken aan weergaveapparatuur laat horen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links