CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2022

Bach: Italiaans Concert in F, BWV 971 - Ouverture in de Franse stijl in b, BWV 831 - Duet in e, BWV 802 - in F, BWV 803 - in G, BWV 804 - in a, BWV 805 - Capriccio in Bes, BWV 992 - in E, BWV 993

Mahan Esfahani (klavecimbel)
Hyperion CDA68336 • 74' •
Opname: maart 2021, Parish Church of St John the Baptist, Loughton, Essex (VK)

 

Het ‘waarom' valt niet altijd goed te begrijpen: dat een musicus van naam en faam instemt met een opnamelocatie die voor zijn instrument en daarmee voor zijn spel absoluut niet geschikt is. In dit geval de Parish Church of St John the Baptist in het Britse Loughton, in het graafschap Essex. En als het nu de eerste keer was, maar nee: de Iraanse klavecinist Mahan Esfahani maakte er al eerder gebruik van. Terwijl er nota bene bij gelegenheid - blijkbaar als alternatief - juist van een akoestisch veel betere locatie gebruik is gemaakt: Wyastone Estate in Monmouth, met in plaats van dat zwemmerig klankbeeld een veel betere focus en definitie.

Maar er komt nog iets bij dat ik eveneens en opnieuw als minder prettig heb ervaren: het door Esfahani bespeelde instrument uit de werkplaats van de Praagse bouwer Jukka Ollikka dat voor deze nieuwe opname op herhaling mocht. Ik schreef het al in een eerdere recensie: het tweemanualige, in 2018 vervaardigde instrument ((16'8'8''4'), getempereerd door Simon Neal naar oud Duits gebruik (a'=415Hz) – dat dan weer wel - beschouw ik als de grootste bottleneck als het op echt genieten aankomt. Dat anderzijds de factuur van het instrument wel past bij Esfahani's flamboyante benadering van Bachs partituren zie ik niet als pleister op de wond. Want die heeft flamboyante trekjes...

In stilistisch opzicht steekt Esfahani qua interpretatie Glenn Gould weliswaar niet naar de kroon (menigeen zal prompt opgelucht ademhalen), maar zijn spel heeft wel degelijk iets grilligs, onberekenbaars, maar daardoor tegelijkertijd iets verrassends. Dat het impulsieve (wel of niet bedacht, daar komt de luisteraard nooit achter) bij deze klavecinist domineert lijkt opnieuw een gegeven. Die nogal negatief getoonzette connotatie hangt uiteraard onlosmakelijk samen met wat de een wel en de ander niet met ‘goede smaak' associeert. Ik herinner eraan dat Esfahani wereldwijd wordt beschouwd als een buitengewoon getalenteerde klavecinist. Een die steevast volle zalen trekt en een groot aantal aanhangers heeft verworven die hem overal volgen waar hij optreedt; en dat voor een klavecinist. Ik kan het echter niet vaak genoeg herhalen: wie kennis neemt van Gustav Leonhardts uitvoerige exposé in het allang niet meer bestaande zondagse VPRO-muziekprogramma van Han Reiziger (wel terug te zien op YouTube) weet precies wat ik bedoel.

Esfahani is duidelijk de man met het muzikale hart op de tong, wat mogelijk zijn populariteit in dit bepaald niet alledaagse repertoire misschien voldoende verklaart. De vrijheden die hij zich permitteert passen ook wellicht beter bij deze tijd dan bij de theoretische geschriften van een Johann Gottfried Walther (1684-1748). Wat allemaal niet wegneemt dat akoestiek én instrument de luisteraar danig parten spelen. Wat niet zo had hoeven te zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links