CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2022

A Cembalo certato e Violino solo

Bach: Sonate in b, BWV 1014 - in A, BWV 1015 - in f, BWV 1018 - in G, BWV 1019 - in g, BWV 1020 - in F, BWV 1022

(C.Ph.E.) Bach: Sonate in b, Wq 76

Scheibe: Sonate I in D - II in b - III in A

Graun: Sonate in Bes, Graun WV Av:XV:46

Telemann: Concerto in D, TWV 42:D6

Schaffrath: Duetto in a, CDWV F:30

Johannes Pramsohler (viool), Philippe Grisvard (klavecimbel)
Audax ADX 13783 • 3.29' • (3 cd's)
Opname: jan., maart, juli 2021, SWR Studio, Kaiserslautern (D)

   

‘A Cembalo certato e Violino solo', aldus het opschrift dat dit tripelalbum siert. Of anders gezegd: dit betreft sonates voor viool en obligaat klavecimbel. Het Italiaanse ‘certato' staat voor 'concurrentie' of, in meer muzikale termen, ‘wedijveren': het klavecimbel dat de strijd aanbindt met de viool, met voorts de nadruk op ‘obligato' ofwel ‘obligaat', wat zoveel wil zeggen als ‘dwingend', ‘verbonden', ‘verschuldigd'. De term ‘obligato' (of ‘obbligato') kan ook gelden als rechtgeaarde pendant van het Latijnse ‘ad libitum': ‘naar believen'. In het eerste geval betreft het een passage of een partij die zo dient te worden gespeeld zoals door de componist is aangegeven. Dat lijkt sinds de negentiende eeuw geen ‘thema' meer, maar tot in de tweede helft van de achttiende eeuw namen veel musici het met het notenbeeld vaak niet al te nauw, improviseerden ze er in hun basso continuo partij zelfs lustig op los omdat die door de componist nu eenmaal niet volledig waren uitgeschreven. Tegen die praktijk wilde de componist soms een dam opwerpen en dat werd het ‘obligato': spelen zoals het genoteerd staat. Wat voor de componist wel betekende dat hij de desbetreffende partij volledig diende uit te schrijven. Een andere belangrijke betekenis van het 'obligato' kennen we van bijvoorbeeld de barokke zangduetten, waarmee een specifieke rol van een of meerdere instrumenten wordt aangeduid

Bachs sonates voor viool en klavecimbel hebben op dit album gezelschap gekregen van qua vorm vergelijkbare sonates van Georg Philipp Telemann (1681-1767), Johann Adolph Scheibe (1708-1776), Christoph Schaffrath (1709-1763), Johann Gottlieb Graun (1703-1771) en Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788), tijdgenoten dus van Johann Sebastian (1685-1750). Qua inventie mogen ze dan onderhorig zijn aan die van de Thomascantor, het levert wel over de gehele linie sprankelende muziek op.

Eerst nog een opmerking over wat in de media steeds weer wordt aangeduid als ‘historische' uitvoeringspraktijk, een term die volgens mij van geen kanten klopt, maar die door de jaren heen behoorlijk ingeburgerd is geraakt (zoals dat voor zoveel niet deugende begrippen geldt: wat dit betreft is Van Dale zéér tolerant). Het is ‘slechts' een taalkundig aspect, maar ‘historisch' betekent niets anders dan een gebeurtenis uit het verleden, betrekking hebbend op wat is geworden geschiedenis = geschiedkundig: een historisch feit, een historische gebeurtenis. De historische uitvoeringspraktijk wortelt dus in dat verleden en niet in het heden, valt niet (meer) op te roepen. Daarom is het niet anders dan correct om te spreken van ‘historiseren', het historisch maken, historisch situeren van – zoals in dit geval – een bepaalde speelstijl.

Zowel de klavecinist Philippe Grisvard als de violist Johannes Pramsohler weten wat historiseren inhoudt: ze kennen de (fijnste) kneepjes van de historiserende uitvoeringspraktijk. Zoals ze ook het repertoire goed kennen en zij alles bijeengenomen het ‘model' van deze sonates in de historische context weten te zetten. Want we mogen dan denken dat Bachs sonates in dit genre geheel en al op zichzelf staan, een feit is wel dat ze geënt zijn op voorbeelden van zijn tijdgenoten zoals die op dit album vertegenwoordigd zijn. Wat deze uitgave nog eens extra interessant maakt, want steevast krijgen we een dubbelalbum met alleen Bachs sonates voorgeschoteld. Vanuit historisch perspectief ontbreekt daardoor de perceptieve context.

Dit tripelalbum komt dus als geroepen en al helemaal omdat we niet alleen de muziek van Bach maar ook die van zijn tijdgenoten op haar best mogen genieten: de uitvoeringen zijn stuk voor stuk juweeltjes en de opname mag zich eveneens daarbij voegen. Daarnaast is sprake van maar liefst vijf 'world premiere recordings': de drie sonates van Scheibe, het Duetto van Schaffrath en Grauns Sonate in Bes. Meer woorden zijn ter aanbeveling niet nodig.

Tot besluit nog het instrumentarium: de viool dateert van 1713 en werd vervaardigd door Pietro Giacomo, terwijl het klavecimbel een replica (Matthias Griewisch, 2020) is van een Michael Mielke van rond 1710.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links