CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2021

Johann Sebastian Bach - The Sonatas for Violin and Cembalo obbligato Vol. 1

Bach: Vioolsonate nr. 1 in b, BWV 1014 - nr. 2 in A, BWV 1015 - nr. 3 in E, BWV 1016

Ryo Terakado (viool), Fabio Bonizzoni (klavecimbel)
Challenge Classics CC 72866 • 42' •
Opname: okt. 2020, Nomaglio (I)

 

Een van de interessante aspecten van deze sonates is dat ze zijn gecomponeerd volgens het ‘klavecimbel obbligato' model, wat inhoudt dat de partij voor de rechterhand tot in detail is uitgeschreven en daardoor wel ruimte laat voor eigen invulling, maar niet voor improvisatie. Het is de consequentie van wat in die tijd als een stilistische noviteit gold, met het klavecimbel dat niet langer uitsluitend dienst deed als continuo-instrument. Het is deze stijl die afwijkt van de zo beproefde triosonate (twee melodie-instrumenten aangevuld door basso continuo) en de solosonate (één melodie-instrument met basso continuo). Met de komst van Bachs in totaal zes sonates voor viool en ‘cembalo obbligato' werd als het ware de weg vrijgemaakt voor wat later zou uitgroeien tot de klassieke sonate. Al bij Johann Sebastian Bach worden we ons ervan bewust dat toetsinstrument en viool (als typisch melodie-instrument) meer en meer aan elkaar gewaagd raakten, ze beide een evenwichter rol te vervullen kregen. Het is dit toenemende belang van het toetsinstrument zoals we dat ook aantreffen bij bijvoorbeeld de latere ‘concertato' sonates van zoon Carl Philipp Emanuel Bach, in de vroege Weense Klassiek uitmondend in de klaviersonates met viool- of fluitbegeleiding. Eerst bij Beethoven is er ten slotte sprake van absolute gelijkwaardigheid.

Het is dus van belang dat Bach-vertolkers zich vanuit historisch perspectief daarvan voldoende bewust zijn, wat minder vanzelfsprekend is dan het wellicht lijkt. Echter, wie goed is ingevoerd in de historiserende uitvoeringspraktijk kent ook wat dit betreft de juiste maatvoering, waarmee tevens dit album wat dit betreft afdoende is gekwalificeerd. Want zowel Ryo Terakado als Fabio Bonizzoni (ook bekend als artistiek leider van het ensemble La Risonanza) hebben dit in de meest letterlijke betekenis in hun vingers. Hun spel doet volkomen recht aan wat de componist moet hebben bewogen: muziek geschreven vanuit een bijzondere belangstelling voor de obbligato-stijl, in tegenstelling tot of anders dan die van het tot dan gebruikelijke continuo. Dat maakt deze zes sonates bovendien tot een van de hoogtepunten binnen de kaders van Bachs kamermuzikale scheppingen.

Dat laatste heeft ook Carl Philipp Emanuel ingezien, zoals blijkt uit een brief aan Bachs eerste biograaf Johann Nikolaus Forkel, geschreven in 1774. Daarin vermeldt hij onder meer dat de ‘6 klavier [en viool] trio's (…) tot de beste werken van mijn geliefde vader behoren. Daaronder ook meerdere Adagio's die zelfs vandaag niet in een nog zangeriger stijl gecomponeerd hadden kunnen worden'. Een overtuiging overigens die later door Forkel in zijn Bach-biografie (1802) min of meer onverkort werd overgenomen: dat ze ‘gecomponeerd in Köthen tot Bachs meesterwerken in deze vorm behoren, waarbij zowel de fugatische als canonische aspecten ervan zowel natuurlijk als karaktervol zijn. Voor de vioolpartij is [bovendien] een ware meesterinstrumentalist nodig; want Bach kende de mogelijkheden van het instrument en spaarde hem net zo min als de klavecinist'.

Het zijn deze loftuitingen die ook in dit uitermate muzikante spel van Terakado en Bonizzoni sterk doorklinken, vervuld van een onweerstaanbaar plezier in deze muziek, vol energie en met de nodige panache, ritmisch voldoende vrij, verbeeldingsvol aangezet en met de tempi (géén dansvormen!) uitstekend gekozen. Ook de elegantie die deze werken siert wordt door de beide musici overtuigend geserveerd, terwijl de lyriek in de langzame delen niets tekort komt.

De opname is prachtig en de violist schreef zelf de boeiende toelichting. Het wachten is nu op een net zo positief vervolg!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links