CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2021

Bach: Cellosuites nr. 1-6 BWV 1007-1012

Elizondo: Unter dem Sternenhimmel des Rheins

Kats-Chernin: I am Cello

Ndodana-Breen: Soweto Cello Riffs

Tanguy: In Between

Gordon: Nes qu'on porroit

Fujikura: Sweet Suites

Benedict Kloeckner (cello)
Brilliant Classics 96403 • 71' + 56' + 33 • (3 cd's)
Opname: sept. & nov. 2020, SWR Studio, Kaiserslautern (D)

   

Normaal gesproken passen Bachs zes cellosuites prima op twee cd's, maar in dit geval waren er drie nodig om ook plaats te kunnen bieden aan zes eigentijdse ‘tussenspelen'. Dat zal zeker niet eenieders ‘cup of tea' zijn, maar wie zich tot Bach wil beperken kan uiteraard de cd-speler dienovereenkomstig programmeren. De zes miniaturen (waarvan de tijdsduur uiteenloopt van ruim twee tot ruim vier minuten) hebben op zich in mijn beleving weinig om het lijf, al claim ik uiteraard niet mijn gelijk. U mag er best anders over denken, maar ik vond het geen bepaald doorslaand succes met zoveel vreemde eigentijdse eenden in de toch duidelijk barokke bijt, waar nog bijkomt dat vijf van deze zes miniaturen haarscherp duidelijk maken dat ze in de verste verte niet aan Bachs extreem hoge compositieniveau op dit vlak kunnen tippen. Echt, dit vraagt om componisten van het kaliber Milhaud of Dutilleux, uitgezonderd misschien In Between van Éric Tanguy.

Dat daargelaten toont de Duitse cellist Benedict Kloeckner zich een indrukwekkende Bach-interpreet, al moet ik er gelijk wel aan toevoegen dat we discografisch inmiddels ‘zwemmen' in de opnamen van (ook) deze suites. En dan te bedenken dat heel lang geleden er niemand naar omkeek, tot Pablo Casals ze als het ware herontdekte en er op alle vooraanstaande concertpodia maar ook tijdens festivals een uiterst warm pleidooi voor hield. Hij was het in feite die de suites op de wereldkaart zette. Geromantiseerd, dat wel maar wie ernaar luistert zal al snel onder de indruk komen van Casals' pioniersarbeid, zo niet er zich voor gewonnen geven.

Dat er zoveel opnamen van dit grootse opus bestaan moet Kloeckner wellicht op het idee hebben gebracht enige met hem bevriende eigentijdse componisten te vragen hem van bijpassend materiaal te voorzien.

Ik breng een andere cellist in herinnering die eveneens van de geijkte paden wilde afwijken: Yo-Yo Ma die eind jaren negentig het nu eens net even anders wilde aanpakken door zijn vertolking van de suites niet alleen op cd uit te brengen, maar ook op film vast te leggen, waarvoor hij de halve wereld over reisde: van de VS naar Canada, Italië en Japan. Het resultaat van zijn inspanningen trok veel media-aandacht en leverde hem meerdere prijzen op (waaronder de fameuze ‘Grammy'), terwijl ook een groot aantal omroepstations (waaronder die in ons land) er uitzendingen aan hebben gewijd.

Kloeckner houdt het liever bij een recept dat al vele malen is beproefd: het samenbrengen van het oude en het nieuwe, zij het met de toevoeging dat zijn visie op Bachs Cellosuites noch romantisch noch postromantisch mag worden gekwalificeerd. Zijn insteek is modern, zoals die van de meeste cellisten vandaag de dag: strak, strikt helder, nauwkeurig gearticuleerd en gefraseerd (hier geen fratsen) en aldus eigentijds. Het portamento en vibrato alleen als de muziek er écht om vraagt (en dat is zeker wat het eerste betreft zeldzaam), met de tempi perfect ingebed in de zo bekende barokke dansvormen. Opvallend is ook de grote muzikale concentratie die Kloeckner zowel in Bach als in de eigentijdse tussenspelen aan de dag legt.

Het betekent in de luisterpraktijk voorts dat hij met zijn uitgelezen streektechniek en stokvoering fraaie accenten tussen licht en schaduw aanbrengt en daarmee tevens het hoge esthetische karakter van deze zes stukken profileert. Sterk zijn ook de tegenstellingen tussen melodie en harmonische onderbouw, zonder dat hij zijn toevlucht hoeft te zoeken tot gekunsteldheid. Kloeckner zoekt het niet 'achter de noten', maar wil ze juist zo transparant mogelijk uitlichten.

Nee, hij doet grootheden als Pierre Fournier, Heinrich Schiff, János Starker, Anner Bijlsma, Lynn Harrel uiteraard niet vergeten, maar fascinerend is zijn kijk op Bach wel degelijk. Bovendien heeft het iets positiefs, een weer nieuwe generatie die zich met de oude muziek intensief bezighoudt, al hoeft dat niet in te houden dat er dan gelijk maar een opname van zou moeten verschijnen. Wij hadden heel vroeger thuis in de woonkamer een nogal druk uitgevallen bloemetjesbehang met slechts hier en daar een nogal bijzonder uitgewerkt motief. Dat viel evenwel in al die drukte nog maar nauwelijks op. Als u begrijpt wat ik bedoel.

____________
Nb.: In het boekje staat de titel van het solostuk van Dai Fujikura foutief afgedrukt: het moet zijn Sweet Suites en niet Sweet Sweets.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links