CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2019

Bach: Concert voor twee klavecimbels, strijkers en b.c. in C, BWV 1061 - in c, BWV 1060

Bach/Kurtág: Aus tiefer Not schrei ich zu dir BWV 687 - Nun komm, der Heiden Heiland BWV 599 - O Lamm Gottes unschuldig BWV Deest - Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit BWV 106

Bach/Howe: Schafe können sicher weiden BWV 208

Bach/Hess: Jesus bleibet meine Freude BWV 147*

Arthur en Lucas Jussen (piano), Amsterdam Sinfonietta o.l.v. Candida Thompson
DG 00028948184439 • 72' •
Opname: mei 2018 en 2019, MCO Studio 5, Hilversum; live juni 2019, Dortmund*

   

In het in het cd-boekje opgenomen vraaggesprek met de beide broers Jussen zegt Lucas: "Ik hou van de tegenstellingen in de dubbelconcerten. Dat lichtvoetige tegenover het sacrale. De snelle delen dansen, in de langzame voel ik weer de religieuze overgave, alsof hij bidt, de dialoog aangaat met het hogere. Bach componeerde Soli Deo Gloria, ter ere van God, maar ook - zei hij zelf - 'ter verfrissing van de ziel'. Die speelse kant van zijn karakter laat zich gelden in deze concerten." Mooie woorden, maar helaas worden die wat dit album betreft niet bij de daad gevoegd.

Al gingen ze niet over een nacht ijs en eerst te rade bij diverse Bach-kenners. Of ze er iets mee zijn opgeschoten? Ze kwamen alras in een 'woud van denkbeelden' terecht die hen ten slotte dwong toch maar hun eigen weg te vinden. Wel hebben ze het een en ander opgestoken van organisten die alle lijnen afzonderlijk spelen (ze doelen ongetwijfeld op de beide klavieren en het pedaal). Met de zeker waardevolle toevoeging van een van hen dat de Steinway weliswaar een schitterende vleugel is (misschien iets nauwkeuriger: kan zijn!), maar dat deze muziek niet voor een dergelijk kolossaal instrument was geschreven, in casu bedoeld is geweest. Dat hebben de broers (misschien wel te) goed in de oren geknoopt: dat ze zichzelf beperkingen moesten opleggen om Bachs stemmen verstaanbaar te houden. En dat binnen die grenzen vrijheden moesten worden gezocht.

Misschien zijn die zich zelf opgelegde beperkingen uiteindelijk het grootste probleem geworden. Het feit dat deze beide dubbelconcerten, afgezien van de daarop nog volgende zes Bach-bewerkingen, niet op een piano, laat staan een vleugel thuishoren, is alleen voor de niet-rekkelijke liefhebbers een brug te ver. Zeker sinds Glenn Gould is dit voor de niet-puristen allang geen serieus thema meer. Sterker nog, ik vermoed dat het merendeel van de muziekliefhebbers voor de piano annex vleugel kiest en niet voor het 'getingeltangel' op het klavecimbel. Dat al die grootheden uit heden en verleden Bach - sommige bijna tot op het bot - op klavecimbel hebben verdedigd, legt voor hen (helaas!) onvoldoende gewicht in de schaal. Grootheden van het kaliber Gustav Leonhardt (1928-2012), een van de belangrijkste pleitbezorgers op dit terrein. Een musicus ook die als geen ander aanschouwelijk wist te maken waarom - nog afgezien van zijn eminente spel - het klavecimbel altijd de voorkeur verdiende (op YouTube hoort en ziet u hem hierover in gesprek met Han Reiziger).

 
 

Lucas Jussen met Candida Thompson

Misschien was voor de Jussens de Steinway eerder een hindernis dan een aanwinst, want zo klinkt het tenminste op deze cd. Alsof ze zich er voortdurend bewust van zijn dat ze zich moeten inhouden en daardoor niet die vrijheid weten te vinden die deze beide concerten BWV 1060 en 1061 zo - ik zou bijna zeggen ongegeneerd - in vuur en vlam kunnen zetten. Althans wat de hoekdelen betreft, want in de langzame tussendelen (Adagio) is het beschroomde karakter van hun spel uiteraard meer toepasselijk, al is ook hier de expressie enigszins het kind van de rekening geworden. Merkwaardig genoeg (of juist niet?) heeft de begeleiding door Amsterdam Sinfonietta onder leiding van concertmeester Candida Thompson zich moeiteloos aan dit bepaald niet ravissante profiel aangepast. Waar ritmische pregnantie geboden is, blijven de strijkers in vaag gehouden contouren steken. Zoals het ook merkwaardig is dat de Jussens in de pianobewerkingen wel beter op dreef zijn, zij het dat ook in deze zes stukken hun bescheiden benadering nooit ver weg is.

In het reeds gememoreerde vraaggesprek merkt Arthur op dat niet voor niets musici meerdere keren hetzelfde werk opnemen. Omdat zij zelf en hun inzichten veranderen, en omdat Bachs universum immens is. Het lijkt alvast een voorschot te zijn op een toekomstige opname en dan hopelijk met een beter resultaat.

De door Everett Porter van Polyhymnia gemaakte opnamen zijn bijzonder geslaagd, met een warme (sommigen zullen misschien zeggen: al te romige) piano- en strijkersklank (al kun je erover twisten of de basweergave niet aan de wat zompige en aldus maskerende kant is) en met de balans tussen de beide vleugels en het orkest goed op orde. Joost Galema, muziekmedewerker van NRC Handelsblad, schreef de liner notes. De in deze recensie afgedrukte foto's zijn uit het boekje en gemaakt door Peter van der Heyden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links