CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2019

 

Bach: Vioolconcert in a, BWV 1041 - in D, BWV 1053 - in E, BWV 1042 - in d, BWV 1052

Kati Debretzeni (viool), English Baroque Soloists o.l.v. John Eliot Gardiner
Soli Deo Gloria SDG732 • 71' •
Opname: december 2018, St Jude's Church, Hampstead (VK)

 

Gelijkgestemde zielen: concertmeester Kati Debretzeni (tevens verbonden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag) en dirigent John Eliot Gardiner. Het straalt er in deze snedige uitvoeringen vanaf. Het profiel is in alle geledingen strikt helder, met grote precisie in articulatie en dynamiek, ritmisch ad rem, fraseringen, stemvoering en balans om door een ringetje te halen. En wie het nog over het vibrato durft te hebben…

Het is eigenlijk zoals we er in de laatste paar decennia aan gewend zijn geraakt: een vorm van authenticiteit die zich niet laat bewijzen, maar waar we vanaf begin jaren zeventig geleidelijk aan wel een sterk geloof aan zijn gaan hechten. Feiten en meningen lopen ook in dit metier nogal eens door elkaar heen of worden met elkaar verwisseld.

Wat de achttiende-eeuwse uitvoeringspraktijk betreft heeft zich die aan de hand van leerboeken en allerlei andere theoretische en muziekkritische geschriften uit die tijd weliswaar deels laten ontsluiten, maar daarmee hebben we nog niet voldoende grip gekregen op de manier waarop door onder anderen Bach en zijn musici muziek werd gemaakt. Veel blijft in nevelen gehuld en moeten we dientengevolge met een frisse blik anno nu naar deze partituren te kijken. Waarmee niets mis is. Integendeel, muziek laat zich gelukkig niet volgens een vast model conserveren. Wie dat wel wil oogst alleen maar verveling.

Op dit album zijn, voor zover we dat met zekerheid kunnen vaststellen, alleen de Vioolconcerten in a, BWV 1041 en in E, BWV 1042 ‘origineel': de overige twee zijn - met veel smaak en historisch besef gemaakte - bewerkingen. Van BWV 1042 is Bachs handschrift helaas niet overgeleverd en moeten wij het doen met het enige afschrift dat ons is achtergelaten, vervaardigd door de kopiist Johann Friedrich Hering. Het dateert uit 1760, tien jaar na Bachs dood, maar aan de authenticiteit ervan wordt in muziekwetenschappelijke kringen niet getwijfeld.

Dat Bach zelf allerhande bewerkingen niet schuwde blijkt wel uit de zeven concerten voor klavecimbel, strijkers en basso continuo van rond 1739 die zijn gebaseerd op vroegere concerten voor ‘plusieurs instruments'. In die zin bewerkte de zeer pragmatische Bach ook de beide Vioolconcerten BWV 1041 en 1042. De gelegenheid bepaalde als het ware het soort arrangement.

Hoe het precies zit met BWV 1052 weten we niet. Lang is gedacht dat de oorsprong ervan teruggaat naar een verloren gegaan vioolconcert. Er zijn allerlei bewerkingen van gemaakt, te beginnen met Ferdinand David in 1873. Twee Bach-deskundigen van het eerste uur, Christoph Wolff en Peter Wöllny, hebben er echter grote vraagtekens bij geplaatst, al valt niet te ontkennen dat deze muziek duidelijk violistische trekken vertoont: menige passage is typisch voor de viool als solo-instrument geschreven.
Wolff en Wöllny baseerden hun oordeel echter vooral op een eerdere versie, te weten een klavecimbelconcert van rond 1734, waarvan een door Carl Philipp Emanuel Bach vervaardigd afschrift zich in het Bach-Archiv in Leipzig bevindt. De zoon dus als kopiist van de vader. Het is ook deze versie die voor dit nieuwe album het belangrijkste uitgangspunt is geweest, waarbij de oorspronkelijke klavecimbelpartij door de Duitse dirigent en musicoloog Wilfried Fischer aan de viool is aangepast. Hij heeft uitstekend werk geleverd want het idiomatische karakter ervan is, daar zal iedereen het denk ik wel over eens kunnen zijn, zonder meer evident.

Het vastgelegde Vioolconcert in D, BWV 1053 is eveneens een bewerking (en in dit geval tevens een cd-première), maar nu van de hand van Kati Debretzeni. Het uitgangspunt was het Klavecimbelconcert in E dat – de schrijfwijze bewijst het feitelijk – nooit bedoeld kan zijn geweest als vioolconcert. Maar was het oorspronkelijk wel een klavecimbelconcert? We weten het niet omdat over de oorspronkelijke instrumentatie (hobo, hobo d'amore, orgel?) niets bekend is. Door het stuk van E te transponeren naar D was het voor Debretzeni als vioolconcert echter uitstekend speelbaar. Debretzeni ging daarbij overigens niet over een nacht ijs: ze bestudeerde eerst uitvoerig Bachs wijze van bewerken van viool naar klavecimbel om vervolgens de weg terug, van viool naar klavecimbel, af te leggen. Een van de aspecten daarbij was, wat betreft het klavecimbelconcert, Bachs methodiek om het ook qua klank nogal fragiele instrument ten opzichte van het ensemble beter hoorbaar te maken. Aldus lastte hij vaak in de begeleiding lange cesuren in om het solo-instrument de gelegenheid te geven zich met behulp van een levendige ornamentatie sterk(er) te profileren. Dat was nog eens ‘idiomatisch' schrijven voor dit toetsinstrument! Debretzni, de omgekeerde weg volgend, maakte de versieringen daarom deels eenvoudiger en paste zij onder meer de continuopartij aan. Ze legt het in het boekje minutieus uit. En wat voor het arrangement van BWV 1052 geldt, geldt evenzeer voor dat van BWV 1053: het klinkt zonder meer idiomatisch.

Dat laatste had trouwens niet anders kunnen zijn, want ik weet uit eigen ervaring (tijdens onder meer achtereenvolgende edities van het Bachfest Leipzig) hoe compromisloos Gardiner ‘zijn' Bach muzikaal en filosofisch tegemoet treedt. En te meer niet omdat hij zelf veel muziekwetenschappelijk onderzoek heeft gedaan.

Het grootste winstpunt van deze nieuwe uitgave zijn de bewerkingen, want hoe voortreffelijk deze uitvoeringen op zich ook zijn, de catalogus kent er vele van. Al is er nog een zeker niet onbelangrijk winstpunt te melden: de opname is meer dan voortreffelijk.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links