CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2019

 

Bach: Cellosuites nr. 1-6 BWV 1007-1012

Alban Gerhardt (cello)
Hyperion CDA68261/2 • 1.30' • (2 cd's)
Opname: maart 2018, Concert Hall, Wyastone Estate, Monmouth (VK)

 

Opnieuw een album gevuld met Bachs fameuze zes cellosuites. Het aantal opnamen is intussen uitgegroeid tot een ware hoorn des overvloeds, zij het wel met als gevolg dat alleen de echte kenners van dit repertoire door het overvloedige discografische bos de bomen nog (enigszins?) kunnen zien.

Ditmaal is het de Duitse cellist Alban Gerhardt (1969) die in het muziekbedrijf zijn sporen meer dan ruimschoots heeft verdiend. Niet alleen kan hij bogen op een groot aantal prijzen, maar ook zijn belangstelling en inzet voor de eigentijdse muziek worden alom geroemd. Zo gaf hij in 2009 de wereldpremière van het Celloconcert van Unsuk Chin, dat deze Zuid-Koreaanse componiste speciaal voor hem had geschreven (later door Gerhardt voor Deutsche Grammophon vastgelegd). Hij werkt ook graag met componisten samen. Daaronder de klinkende namen van Matthias Pintscher, Jörg Widmann en Thomas Larcher.

Maar nu dan dus Bach. In de toelichting neemt hij alvast een voorschot op zijn spel: ‘Their transcendental beauty paired with enchanting simplicity has meant I've never felt quite ready to actually “set them in stone” and record them. Is this recording my final word on the pieces? Never – it can only be a snapshot, as this music always leaves room to search deeper and deeper'. Om er nog aan toe te voegen dat zijn pogingen om 'historiserend' te werk te gaan voor hem alleen maar in een deceptie uitmondden: ‘playing which sounded neither authentic nor musically very interesting'. Zo'n uitspraak herinnert ons er weer eens aan dat vrijwel iedere musicus voor de uitdaging staat om zijn interpretatie een eigen gezicht te geven en de onder handen zijnde muziek toch in haar conceptuele waarde te laten.

Gerhardt heeft dus gekozen voor een persoonlijke interpretatie. Niet in woord, maar echt in daad (velen claimen het, maar doen het niet). Het kan zijn dat de puristen onder ons ervan gruwen (nog afgezien van het feit dat Gerhard geen barokcello met dito stok bespeelt), maar ook het vooroordeel kan een geducht woordje mee spreken. Wie echter de moeite neemt daarover heen te stappen hoort wel degelijk hoe Gerhard op zijn instrument een schitterend kleurenspel ontplooit en dat met een souplesse die alleen voor de echte meestercellist is weggelegd. Hij neemt de toehoorder bovendien mee op een spiritueel avontuur, waarbij geleidelijk aan de indruk ontstaat dat hij deze suites – om in het Duits te houden - ‘aus einem Gusz', spontaan, in één keer heeft opgenomen. In de hitte van het moment zogezegd. Het is een fascinerend spel dat een hoge mate van zorgeloosheid uitstraalt, met fraseringen die ter plekke enthousiast lijken te zijn bedacht, maar wel voortdurend omgeven door zorgzaamheid en liefde voor deze soms bijna transcendente muziek bijvoorbeeld de Sarabande uit de Vijfde suite). Echt, dat hoor je er vanaf, los van de vraag of deze zes suites vanuit het perspectief van Bach nu wel of geen studieobjecten zijn. Hier is een cellist aan het woord die zich volkomen op zijn gemak voelt, de term ‘vrijheid blijheid' met overtuiging aanleunt, maar er toch allesbehalve een (eigen) potje van maakt. Ja, het heeft zijn nadelen, zoals het nogal willekeurig toegepaste vibrato, de soms nogal mistige toonverbindingen, de abrupte overgangen en - zij het incidenteel - de wat minder strakke toonvorming. Maar u weet aan de hand van het voorgaande wat er tegenoverstaat; en dat is niet gering. Voor de een zal het neerkomen op overwegend plussen, voor de ander mogelijk (iets) teveel minnen. Het laatste woord is uiteraard alleen aan u. De zes suites zijn in chronologische volgorde en bovendien bijzonder fraai vastgelegd. Geen wonder, met Andrew Keener als producer en Simon Eadon als 'engineer'. Dat zijn mannen die op dit gebied van wanten weten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links