CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2018

 

Aho: Concerto for Timpani and Orchestra (2015)* - Pianoconcert nr. 1 (1988/89)

Ari-Pekka Mäenpää (pauken), Sonja Fräki (piano), Turku Philharmonic Orchestra o.l.v. Erkki Lasonpalo* en Eva Ollikainen
BIS-2306 • 61' • (sacd)
Opname: januari 2017, Turku Concert Hall (Finland)

 

Finland heeft als muziekland veel te betekenen. Geen wonder, zult u misschien zeggen: Nederland is daarmee vergeleken nog minder dan kleinduimpje. Waar dan weer tegenoverstaat dat ons land ruim driemaal zoveel inwoners telt. Wat, als het op kunst aankomt, feitelijk veel belangrijker is. Maar helaas, qua omvang van het muziekbedrijf kunnen we in de verste verte niet aan Finland tippen. Het land telt maar liefst een kleine twintigtal orkesten en ensembles, niet minder dan vijf grote operahuizen en een ware stortvloed van muziekfestivals die deels ook internationaal hoge ogen gooien. Geen wonder dus dat een groot aantal Finse componisten en musici zich wereldwijd manifesteren en dat de Finse (serieuze) muziek niet alleen in eigen land een belangrijke plaats inneemt. En dan doel ik niet alleen over Sibelius.
Wat het eigentijds componeren betreft komt het aan op drie reuzen: Einojuhani Rautavaara (1928-2016), Magnus Lindberg (1958), Kalevi Aho (1949) en de al jaren in Parijs wonende Kaija Saariaho (1952). Het heeft geen zin om een ervan als ‘de grootste' te bestempelen, want ze schrijven allen in een ander idioom. Het zou ander neerkomen op het vergelijken van appels met peren. Bovendien is vergelijken geen bezigheid die mij bovenmatig boeit.

 
 
Kalevi Aho (1949)

Aho's componeren excelleert in betoverende klankkleuren. Anders dan een Skrjabin (die bovendien denkbeeldige geur en smaak aan zijn muzikale vocabulaire toevoegde) of ‘les oiseaux' van Messiaen, maar – evenals bijvoorbeeld zijn Schotse tijdgenoot James MacMillan – daardoor niet minder overtuigend. Dat betaalt zich in zowel het Pauken- als het Pianoconcert dubbel en dwars uit. Daaraan moet veel vooraf zijn gegaan, want wat deze beide composities duidelijk maakt is dat Aho's kennis van de talloze mogelijkheden van het gebruikte instrumentarium op zijn minst groot mag worden genoemd. Ook het gebruik van nogal ‘exotische instrumenten' past daarbij, zoals in het pianoconcert de heckelfoon en contabasklarinet. Met als nadeel dat een dergelijk stuk door niet alleen deze twee ietwat buitenissige instrumenten maar ook door de vereiste grote bezetting helaas slechts weinig wordt uitgevoerd. Aho moet dit concert daarom met ‘voorbedachte rade' hebben geschreven: in de wetenschap dat het daardoor weinig zou worden gespeeld, maar mogelijk ook ingegeven door ‘het bloed kruipt waar het niet kan gaan'.

Zoals MacMillan en Steve Reich zich door de slagwerker Colin Currie uitvoerig lieten voorlichten, zo ging Aho voor zijn Paukenconcert te rade bij de Finse paukenist Ari-Pekka Mäenpää. Daar in Turku maakte hij kennis met de vele gevarieerde mogelijkheden van het ‘paukenspel' (waar overigens tevens de wijze van bespanning bijhoort). De weerslag van die uitvoerige verkenning vinden we uiteraard niet alleen terug in zijn ‘Concerto for Timpani and Orchestra' (2015), maar is het ook Mäenpää die de sterren van de paukenhemel speelt. Het moest eens anders zijn…

Het moet een regelrechte uitdaging zijn geweest om de pauken in te zetten als puur soloinstrument en deze te laten wedijveren (‘concertare') met het orkest. Hoewel daarbij zeker behoorlijk geholpen door de pedaalpauk (een Duitse vinding in de late tweede helft van de negentiende eeuw) die snelle stemmingswijzigingen tijdens de uitvoering mogelijk maakt; waarvan Aho in het Concerto uiteraard dankbaar en veelvuldig gebruik heeft gemaakt.

Ook in structureel opzicht komt de componist Aho goed beslagen ten ijs. Dat blijkt eveneens uit zijn uit 1988/89 stammende Eerste pianoconcert, waardoor hij het cyclische rolmodel uitkoos. Sterker nog: hij deed een mijns inziens geslaagde poging om het duodecimaal systeem een belangrijke muzikale functie te geven door specifieke getallen aan specifieke noten te koppelen. Zo staat de 0 voor C; de 1 voor Cis, de 2 voor D enzovoorts. Het getal 08579214b36429a7 staat voor de noten C, As, F, G, A, D, Cis, E, B, Dis, Fis, E, D, A, Bes en G. Het heeft zeker verwantschap met het twaalftoonsysteem, maar natuurlijk is serieel componeren veel meer dan dat. Belangrijker is echter dat Aho erin is geslaagd om ver weg te blijven van een alleen maar bloedeloze cijfertechniek. Integendeel, ook het pianoconcert ontpopt zich al vanaf de eerste maten als een buitengewoon fascinerend werk.

Over de uitvoeringen niets dan goeds: deze muziek is duidelijk in de best denkbare Finse handen. BIS heeft er veel eer meer ingelegd om zoveel mogelijk Finse componisten aan het woord te laten en daaraan bijzonder fraai gestileerde producties te ontlenen. De kunst daarbij is om niet alleen boeiende muziek te vinden, maar ook de vertolkers die daar naadloos bij passen. BIS verstaat die kunst duidelijk. Daarom kan ook deze Aho-cd zonder enige reserve aan BIS' zegekar worden gebonden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links