CD-recensie

 

© Aarnout Coster, december 2007


 
   
   

Telemann: Concerten voor blaasinstrumenten (deel 1)

Concert TWV 52:D2 in D voor 2 hoorns, strijkers en basso continuo.

Concert TWV 52:e1 in e voor blokfluit, traverso, strijkers en basso continuo.

Concert TWV 51:d1 in d voor hobo, strijkers en basso continuo.

Concerto da camera TWV 43:g3 in e voor blokfluit, 2 violen en basso continuo.

Concert TWV 51:E1 in E  voor traverso, strijkers en basso continuo*

Ulrich Hübner en Jörg Schultess (hoorn), Michael Schneider (blokfluit), Karl Kaiser (traverso) en Louise Baumgartl (hobo), Camerata Köln*, La Stagione Frankfurt o.l.v. Michael Schneider.

CPO 777 032-2 • 56' •


Het enorme oeuvre van Telemann wordt langzamerhand op geluidsdrager ontsloten. In het 78-toeren tijdperk verschenen er mondjesmaat platen van zijn instrumentale muziek, wellicht geïnspireerd door een toenemende belangstelling in de dertiger jaren voor de achttiende-eeuwse muziek en het toen modieuze neoclassicisme.  In het lp-tijdperk bracht Deutsche Grammophon in de Archiv-serie een aantal voortreffelijke opnamen uit van concerten en kamermuziek, o.a. een complete uitgave van 'Der getreue Musikmeister'. Andere platenmaatschappijen volgden dit voorbeeld en wierpen zich op Telemann met complete uitgaven van de 'Tafelmusik', triosonates, kwartetten en enkele van zijn passiemuzieken.

Het componeren van instrumentale muziek was Telemanns sterkste kant: in een aantal van zijn triosonates en concerten bereikte hij zelfs een ongeëvenaarde perfectie.

Zijn werken vormen, om het eens visueel uit te drukken, een aangenaam golvend landschap  met vele heuvels en echte toppen. Ook deze cd toont deze structuur, met als absolute top het concert in E-klein voor blokfluit en traverso. Deze vijf barokconcerten, opgezet volgens het zogenaamde sonata da chiesa schema (langzaam-snel-langzaam-snel), vormen een keuze uit de ca. 100 concerten die Telemann geschreven heeft.

Het extraverte concert voor twee (natuur)hoorns is zo geschreven dat de hoornisten met hun toenmalige instrumenten hun vaardigheid konden demonstreren, vooral in de snelle delen. Dat doen de beide solisten hier zeker en zij laten nauwelijks merken dat deze instrumenten redelijk weerbarstig zijn. Het hoboconcert wordt gespeeld op barokhobo met een zachter, meer zoetgevooisd geluid dan het moderne instrument. Het intieme maar wel virtuoze blokfluitconcert en het traversoconcert geven eveneens blijk van Telemanns compositorisch raffinement, gesteund door zijn grote vertrouwheid met dit instrumentarium.

De uitvoeringen zijn authentiek, in de oude stemming, met (kopieën van) oude instrumenten. De solisten en de ensembles spelen met meeslepend enthousiasme en met toepassing van de nodige versieringen.

Een kleine vergelijking laat zien dat het originele concert in E-kleine blokfluit en traverso, met zijn pittige snelle delen en zijn fraaie cantilenen in de langzame delen, op geheel verschillende wijze uitgevoerd kan worden. Mario Duschenes (blokfluit) en Jean Pierre Rampal (dwarsfluit) met het kamerorkest van Jean François Paillard (Erato, ca. 1960) streven vooral naar een mooie klank, geschraagd door gedragen tempi om de melodische lijnen pregnant uit te laten komen en het fameuze geluid van Rampals (echt gouden) fluit naast de eveneens fraai klinkende blokfluit. Versieringen blijven achterwege, ook door het orkest. Een 'romantische' uitvoering dus. Geheel anders is die van Thea von Sparr (blokfluit) en Burkhard Schaeffer (traverso) op Archiv uit 1958: de tempi zijn hoger dan die van Rampal c.s. met toepassing van versieringen - kortom een 'moderne' authentieke uitvoering. De nieuwe opname gaat nog wat verder: de tempi zijn weer iets hoger en er worden meer (en andere) versieringen gespeeld, waardoor de melodische lijn soms ondergesneeuwd dreigt te raken. De solisten zijn echter zo goed op elkaar ingespeeld, dat dit nauwelijks een bezwaar is. Er wordt duidelijk gefraseerd: flinke accenten in de snelle delen en kleine vertragingen waar dit heel passend is. Mooie rustpunten  worden gevormd door de akkoorden aan het begin en aan het eind van het Largo (derde deel) sec te spelen, zonder een cadens op  een soloviool (zoals meestal gedaan wordt).

De opname is voortreffelijk en doet dit musiceren volledig tot zijn recht komen. Voor liefhebbers van barokmuziek en in het bijzonder van Telemann: warm aanbevolen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links