CD-recensie

 

© Aarnout Coster, november 2008


 

Mozart: Vioolsonate nr. 12 in G, KV 27 - nr. 17 in C, KV 296 – nr. 24 in F, KV 376 - nr. 25 in F, KV 377.

Rachel Podger (viool), Gary Cooper (fortepiano).

Channel Classics CCS SA 26208 • 66' • (sacd)

 

 


Deel 6 van de serie vioolsonates van Mozart door het duo Podger en Cooper bevat, evenals de vorige delen drie ‘grote’ sonates en een jeugdwerk. Dat jeugdwerk, KV 27, een tweedelig charmant rococomuziekje, componeerde de 10-jarige Mozart in Den Haag in 1766. Mozart was hierbij nog onder de indruk van Johann Christian Bach, die hij kort tevoren in Londen had leren kennen en bewonderen.
De drie sonates KV 296, 376 en 377 werden in 1781 uitgegeven in een serie van 6 sonates als opus II. Ze zijn driedelig, volgens het schema: snel-langzaam-snel.

In KV 296, gecomponeerd in 1778 in Mannheim, heeft de viool nog niet een aan het klavier gelijkwaardige partij zoals in de andere twee sonates, maar het stuk is een juweel qua inspiratie, vitaliteit en schoonheid.
KV 376 en 377, gecomponeerd in 1781 in Wenen, zijn meer sophisticated, vol vitaliteit en enthousiasme in de hoekdelen, wellicht een uitdrukking van Mozarts herwonnen vrijheid in Wenen, waar hij zich in het voorjaar van 1781 vestigde, nadat hij de benepen sfeer aan het Hof in Salzburg achter zich had gelaten.
KV 376 met zijn jeugdig élan heeft humoristische trekjes – Papageno! – in de hoekdelen en een prachtig lyrisch middendeel.

KV 377 heeft een stoer, stormachtig eerste deel. Het tweede deel is een variatiewerk in d mineur, waarbij de vijfde variatie in majeur een lieflijk intermezzo vormt tussen de gepassioneerde andere variaties. Het derde deel is een rondo met een virtuoos middengedeelte voor het klavier; het is een werk van schijnbare eenvoud, maar met grote diepgang. Mozarts biograaf Alfred Einstein noemde dit deel: “Balsam auf eine wunde Seele”.

Wat maakt Mozarts vioolsonates zo ongemeen boeiend? Dat is het geheim van het genie. Een recensie van een een tijdgenoot van Mozart, naar aanleiding van het verschijnen van opus II, bracht het al goed onder woorden: “Diese Sonaten sind die einzigen in ihrer Art. Reich an neuen Gedanken und Spuren des grossen musicalischen Genies des Verfassers... Allein es ist nicht möglich eine vollständige Beschreibung dieses originellen Werks zu geben. Die Liebhaber und Kenner müssen sie selbst durchspielen, und alsdann werden sie erfahren, dass wir nichts übertrieben haben.” Einstein vermeldt dit citaat met instemming en voegt er aan toe dat Mozart zelden zulke alleszins positieve recensies kreeg.

Rachel Podger en Gary Cooper verklanken deze sonates voortreffelijk, zoals we inmiddels van hen gewend zijn, met enthousiasme en grote uitdrukkingskracht. Zij bespelen authentieke instrumenten die zeer fraai van klank zijn: een copie van een Walter fortepiano (Wenen 1795) en een Pesarinius (barok)viool uit 1739. Geheel volgens de uitvoeringspraktijk van de 18e eeuw vefraaien zij hun spel met versieringen; met name de klavierpartijen geven daartoe de gelegenheid, die Cooper op smaakvolle wijze weet te benutten. Zij laten aldus een nieuw licht schijnen op deze partituren en zijn waardige opvolgers van de beroemde duo’s, die Mozarts vioolsonates in de loop van de 20e eeuw op de plaat hebben vastgelegd: Szymon Goldberg en Lili Krauss, Arthur Grumiaux en Clara Haskil, Itzhak Perlman en Daniel Barenboim. Ook op Podger en Cooper zijn de woorden, die Marius Flothuis in 1940 wijdde aan Goldberg en Krauss van toepassing: ‘De opnamen van het duo Lili Krauss-Szymon Goldberg behooren tot het schoonste wat er op het gebied van kamermuziek van Mozart te hooren is. Instrumentale qualiteiten van den eersten rang staan hier geheel in dienst van den waren kamermuziekgeest.’ Channel Classics heeft die ‘ware kamermuziekgeest’ voortreffelijk opgenomen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links