CD-recensie

 

© Aarnout Coster, januari 2011

 

 

Mahler: Symfonie nr. 2 in c.

Ricarda Merbeth (sopraan),
Bernarda Fink (mezzosopraan),
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

RCO Live RCO 10002 • 23' + 64'
(2 sacd's + 1 bonus dvd)

 

 

 


‘Bij Mahler zit veel theatereffect terwijl Beethoven pure muziek is’ aldus Bernard Haitink, groot kenner en dirigent van het symfonische werk van beide componisten. Het operatheater was Mahlers werkterrein; hij maakte een snelle carrière en ontwikkelde zich tot een briljant operadirigent. Het is dus niet verwonderlijk dat ‘theatereffecten’ in zijn symfonieën te vinden zijn: passie, spanning, drama - het is er allemaal. Bovendien introduceerde hij in zijn Tweede symfonie het vocale element. Opmerkelijk is dat de daarbij gebruikte teksten geen (dramatische) gevoelsuitingen van personages zijn, maar religieuze gedichten over dood en wederopstanding. Mystiek hangt in de lucht en in de finale duikt het Dies Irae thema op. Het werk begint in het eerste deel ‘Totenfeier’ huiveringwekkend, gevolgd door afwisselend grimmige en gevoelige ‘scènes’. Dan volgen een lieflijk tweede deel (Andante), een sarcastisch derde deel (molto perpetuo-muziek ontleend aan een lied over een vergeefse prediking), het door de mezzosopraan gezongen mystieke vierde deel (O Röschen rot) en tot besluit de finale, waarin het gaat van apocalyps tot verlossing. Hierin worden alle registers opengetrokken en het koor zingt van wederopstanding. Bij dit alles introduceert Mahler het ‘Fernorchester’ om door een ruimtelijke werking de transcendente ervaring te vergroten.

Dankzij deze veelzijdigheid en rijke inhoud maakte de Tweede symfonie, in de jaren 1900-1950, toen Mahler als componist nog maar matig gewaardeerd werd, bij publiek en pers al grote indruk. Het werk is ook de eerste Mahler-symfonie die ooit op de plaat is vastgelegd. Oscar Fried durfde het aan in 1924 een acoustische opname te maken van het volledige werk op elf 78-toeren platen (heruitgegeven op Naxos).

Inmiddels werd Mahlers voorspelling: ‘Meine Zeit wird kommen’ ruimschoots bewaarheid en worden zijn 150ste geboortedag en 100ste sterfdag in resp. 2010 en 2011 herdacht. In dat kader voert het KCO verspreid over twee seizoenen alle symfonieën en het Lied von der Erde uit, onder verschillende dirigenten.

Het eerste deel van de Mahlerserie van het KCO, in het seizoen 2009-2010 bevatte de symfonieën 1 t/m 6 en kende menig hoogtepunt, zoals de uitvoering van de Tweede symfonie onder chefdirigent Mariss Jansons. Het concert van 3 december 2009 maakte diepe indruk op de aanwezigen; dagbladrecensenten waren vol lof.

Op de live sacd (samengesteld uit de opnamen van 3, 4 en 6 december 2009) is Jansons visie op dit grootse, ambitieuze werk vastgelegd. Het meest opvallend is de heldere klank, steeds is het geluidsbeeld doorzichtig. Jansons realiseert dit klankideaal zowel in de felle en explosieve momenten als in de intieme kamermuziekachtige gedeelten. Hij toont zich hier een leerling van Herbert von Karajan, wiens benadering wel is gekarakteriseerd als ‘Kontrollierte Ekstase’ – en dat is bij uitstek wat deze uit uitvoering van Jansons kenmerkt. Met superieure beheersing van de materie leidt hij het grandioos spelende orkest en in de finale het prachtig zingende koor in een doorzichtige, ritmische en soepele uitvoering. Juist door deze helderheid laat hij hetgeen ‘nicht in den Noten steht’: de mystiek, de huivering voor de dood etc. zonder overdrijving tot uiting komen.

Speciale vermelding verdient de fluisterzachte inzet van het koor in de Finale ‘Auferstehen’ en de grote opbouw naar de grandioze apotheose. Bernarda Fink zingt ‘O Röschen rot’ intiem en hartverwarmend. Fink en Ricarda Merbeth vertolken op ideale wijze de solopartijen in de finale.

Op de bonus dvd (opname van het concert op 3 december 2009), met veel close-ups van de dirigent, kunnen we zien hoe Jansons niet alleen met expressief gebaar, maar ook met gelaatsmimiek zijn intenties aan de musici overdraagt. Let op hoe hij - trots op zijn orkest - nauwelijks dirigeert bij de tricky staccato-passages in het Andante - ‘Dat kunnen ze zo wel’.

Dat concert van 3 december zal ik zelf nooit vergeten, na afloop zweefde ik naar buiten... Jansons in een interview in Preludium van december 2009: ‘Mijn missie zal geslaagd zijn als de luisteraars naar huis gaan met het gevoel dat ze twee uur in een andere wereld hebben doorgebracht’. Welnu, hij kan tevreden zijn met deze prachtige uitvoering, die voortreffelijk is opgenomen; een waardevolle verrijking van de discografie van het KCO.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links