CD-recensie

 

© Aarnout Coster, maart 2012

 

 

Bruckner: Symfonie nr 4 in Es (Romantische) (Nowak)

London Symphony Orchestra o.l.v. Bernard Haitink

LSO Live LSO0716 • 69' • (sacd)

 

 

 


Dit is Haitinks derde opname van Bruckners Vierde Symfonie. De eerste werd in 1965 opgenomen met het Koninklijk Concertgebouworkest in het Concertgebouw, de tweede in 1985 met de Wiener Philharmoniker in de Musikvereinssaal (beide Philips) en deze derde in juni 2011 met het LSO in de Barbican Hall. In 1965 en 1985 gebruikte Haitink de Haas-editie, in 2011 die van Nowak. De speeltijden van deze opnamen en die van Haitinks voorganger bij het Concertgebouworkest, Eduard van Beinum (Audiophile), zijn als volgt:

Bruckner IV    
I
II
II
IV
Van Beinum KCO 1956 Haas 17'21 14'45 10'13 19'37
Haitink KCO 1965 Haas 18'18 15'51 9'46 19'49
Haitink WPO 1985 Haas 20'35 15'23 10'35 21'40
Haitink LSO 2011 Nowak 20'33 15'07 11'11 22'17

Behalve bij het Scherzo neemt Haitink in 1965 iets bredere tempi dan Van Beinum en 20 jaar later heeft hij meer tijd nodig, vooral in de finale; in 2011 zien we vrijwel hetzelfde beeld. Na aanvankelijk de (snelle) Van Beinum gevolgd te hebben, heeft hij in de 80er jaren en later zijn eigen opvatting ontwikkeld.

In een interview uit 1974 (Gramophone) karakteriseerde Haitink musici van het KCO als ‘sensitive’: ze hebben niet zo’n dikke huid als de Londense musici, die vervelende situaties gewend zijn – de Amsterdammers zijn meer verwend. In 2004 in een interview ter gelegenheid van zijn 75 e verjaardag (Guardian) wees Haitink op de unieke ‘pool’ van musici in de Britse hoofdstad. Volgens Boulez kan je alles doen wat je wilt, er zijn altijd musici die het kunnen spelen. Het tragische is dat het concertleven in Londen bijna onmenselijk is: lage salariëring en grote werkdruk. Toch zijn de musici ongelofelijk goed. Ook is het triest dat Londen geen goede concertzaal heeft. Over de Wiener Philharmoniker: je bent nooit zeker in Wenen, ze hebben een groot aantal musici en je moet maar afwachten wie er spelen op een concert. Ze hebben geen chefdirigent. Ze spelen dezelfde stukken onder verschillende dirigenten; in hun hart zijn ze arrogant: het doet er niet toe wie dirigeert, wij zijn de Wiener Philharmoniker. Een gevaarlijke houding, maar ze zijn natuurlijk zeer goede musici. Het Koninklijk Concertgebouworkest is heden ten dage een totaal ander orkest dan in mijn tijd, met jongere mensen met een verbazingwekkende techniek. In een recent interview (NRC) voegde Haitink hieraan toe dat het KCO met zijn internationale samenstelling moet oppassen niet te veel een orkest van individualisten te worden.
Tot zover Haitink over drie orkesten die hij veel heeft gedirigeerd en met wie hij in de loop der tijd Bruckner 4 heeft opgenomen.

Ondanks de verschillen in orkest, concertzaal en opnametechniek is bij de drie Bruckner 4 opnamen Haitinks ‘objectieve’ instelling ten opzichte van Bruckner doorslaggevend. Een eenmaal gekozen tempo wordt vastgehouden, met nauwkeurige inachtneming van Bruckners aanwijzingen. Hij bouwt de machtige crescendi op en laat de felle contrasten tot hun recht komen zonder de grote lijn uit het oog te verliezen
Maar er zijn natuurlijk ook verschillen. In 1965 treedt Haitink in de voetsporen van de door hem bewonderde Bruckneriaan Van Beinum, met een voortvarende aanpak en een heldere klank. Een bruisende, optimistisch gestemde interpretatie, door Philips schitterend op de plaat vastgelegd. Deze opname is als lp en later als cd herhaalde malen uitgebracht.
De Weense opname is donkerder van klank, de beweging is iets rustiger, het is een solide en groots bouwwerk. Haitink in 1996: 'In Wenen voel je, zelfs als ze Bruckner spelen, de dramatische kracht van een opera-orkest’ (Bruckner en het KCO).
De derde opname, met het LSO, is Haitinks gerijpte visie: groots van klank met juichende opgewektheid naast momenten van bezinning en diepgang. Bruckners monumentale structuren worden op diep doorvoelde wijze tot klinken gebracht.
De niet-perfecte acoustiek van de Barbican ten spijt, geeft de opname de volle orkestklank, die Bruckner nodig heeft; soms samengebald tot een volle orgelklank. Speciale vermelding verdienen de hoornist David Pyatt en de fluitist Garth Davies voor hun prachtige soli. De finale, vaak beschouwd als een moeilijk te realiseren stuk, dirigeert Haitink op soepele wijze als een boeiend, spannend verhaal. De Londense musici spelen geweldig voor Haitink, wellicht niet alleen door zijn artistieke visie en grote ervaring, maar ook door zijn begrip voor hun situatie die hij bij herhaling onder de aandacht brengt.

Dit is een indrukwekkende en ontroerende vertolking van Bruckners Vierde Symfonie, een must voor de Bruckner-liefhebber. Haitink-verzamelaars zullen deze uitvoering naast de twee vorige willen bezitten om het veranderlijke en het onveranderlijke in de visie van de nu 82-jarige Maestro te volgen en van de resultaten te genieten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links