CD-recensie

 

© Aarnout Coster, november 2012

 

 

Brahms: Hoorntrio in Es, op. 40

Aho: Solo X voor hoorn

Ligeti: Hoorntrio

Marie-Luise Neunecker (hoorn), Antje Weithaas (viool), Silke Avenhaus (piano)

BIS-SACD-1859 • 59' • (sacd)

Opname: juli 2010, Studio Gärtnerstrasse, Berlijn (Brahms, Ligeti); juli 2011, Österåker Kerk, Zweden (Aho)


Het had een schilderij van Caspar Friedrich kunnen zijn: twee heren (dertigers) op een mooie plek in het Zwarte Woud: Brahms vertelt zijn metgezel dat dit de plek is die hem inspireerde tot het eerste thema van zijn Hoorntrio. Een andere aanleiding was de dood van zijn moeder, met wie hij als kind volksliederen op de (natuur)hoorn had gespeeld. Het genre: hoorn, piano en viool was niet gebruikelijk, waarschijnlijk omdat de natuurhoorn daarvoor weinig geschikt was. In 1814 was de ventielhoorn uitgevonden en toch vraagt Brahms bij dit stuk uit 1865 om een natuurhoorn (jeugd-sentiment?). Hoe het zij, heden ten dage wordt dit stuk in de regel op de moderne ventielhoorn gespeeld. Dat doet ook Marie-Luise Neunecker die met haar superieure beheersing van het instrument de lyriek van het eerste deel, de lichte toets van het tweede, de klaagzang (over de dood van Brahms' moeder) in het derde en de uitgelaten 'jachthoornsignalen' in het vierde deel realiseert. Dit alles in een hecht en geïnspireerd samenspel met violiste Antje Weithaas en pianiste Silke Avenhaus.

Kalevi Aho (1949) componeerde zijn 'Solo X' speciaal voor deze opname. In dit werk krijgt Neunecker alle gelegenheid de mogelijkheden van de hoorn te laten horen, waarbij het af en toe klinkt alsof zij een duet met zichzelf speelt. Aho in zijn toelichting in het boekje: 'Like the other works in my 'solo' series, Solo X is an extremely virtuosic composition, which simultaneously aims to be well suited to the instrument, bringing its characteristic features idiomatically to the fore.'

György Ligeti schreef in 1982 zijn Hoorntrio na een creatieve crisis van enkele jaren. Bij deze comeback sloeg hij nieuwe wegen in: zijn nieuwe aanpak noemde hij 'niet-diatonische diatoniek'. Ligeti gaf daarbj aan dat hij - onbewust - gevoelig was voor de heersende mode en zo maakte hij zijn Hoorntrio half ironisch, half doodserieus (4 e deel), conservatief en post-modern, met als kernmotief als een 'hommage aan Brahms' een verkeerd citaat uit Beethovens sonate Les Adieux . Ligeti benadrukt dat hij niet in een hokje van nieuwe of neo-trends geplaatst wil worden.
Het werk heeft evenals Brahms' trio vier delen met als vierde het langzame deel, dat bij Brahms de derde plaats heeft. Het gecompliceerde werk vereist dat de viool rein gestemd is (in tegenstelling tot de gelijkzwevende piano) terwijl de hoorn van de natuurlijk boventonen gebruik maakt.
Na het subtiele eerste deel Andantino con tenerezza volgen twee snelle delen: een levendig ritmisch, jazzy stuk en een syncopische Alla marcia . Ligeti besluit met een indrukwekkend Lamento , met als grondvorm de passacaglia. Dit laatste deel is zeer expressieve, aangrijpende muziek, qua emotionele diepgang het hoogtepunt van het werk.

Neunecker, Weithaas en Avenhaus spelen de sterren van de hemel. De opname geeft de instrumenten in perfecte balans weer en laat niets te wensen over. Kortom: een cd vol klankschoonheid en meeslepend musiceren!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links