N

Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Emanuel Overbeeke, maart 2016

 

 

Natascha Veldhorst: Van Gogh & Muziek - Symfonie in blauw en geel

Amsterdam University Press, 152 blz., paperback met illustraties, notenapparaat, literatuurlijst en register

Verkoopprijs € 19,95

ISBN: 978-90-8964972-0

http://nl.aup.nl/books/9789089649720-van-gogh-en-muziek.html

 

 

 


Vincent van Gogh inspireerde vele componisten, onder meer Jan van Vlijmen met zijn opera Un malheureux vêtu de noir en Henri Dutilleux met zijn orkestwerk La nuit étoilée, maar wat had hij zelf met muziek? Is het alleen zijn levenswandel of het aanlokkelijke beeld van de tegendraadse kunstenaar met alle onbegrip en weerstanden van dien, of is er meer? Er is inderdaad meer, maar dat meerdere zal men amper aantreffen in zijn biografie. Dat weinige is kort vermeld: hij studeerde een blauwe maandag een toetsinstrument, ging nauwelijks naar concerten, kon partituren lezen, maar schreef noch beschreef muziek. Niettemin had Natascha Veldhorst, docente aan de Radboud Universiteit, voldoende materiaal om aan dit onderwerp een boeiend boek van ruim honderd pagina's te wijden.

Vincent van Gogh (1853-1890) leefde in een periode waarin de basis werd gelegd voor wat in de eeuw daarop sedert Kandinsky non-figuratieve kunst zou gaan heten. Ten tijde van onze schilder heette dat kunst waarin niet een onderwerp maar de wijze van representeren centraal stond. Die voorkeur voor de middelen boven de anekdote kreeg de naam muzikaal. Van Gogh wist dat en speelde daarop in. Ook al werd hij nooit een geheel abstract schilder, zijn stijl tendeerde wel daarnaar toe. Zowel anderen als hijzelf noemden die tendens in zijn werk dan ook 'muzikaal'. Een belangrijke inspiratiebron daarbij voor hem was de muziek van Richard Wagner en wat die bij ontvankelijke luisteraars teweeg had gebracht, al vraagt Veldhorst zich terecht af wat Van Gogh van Wagner kan hebben gehoord. Vermoedelijk kende hij Wagner meer uit reputatie dan door naar zijn muziek te luisteren (zijn opera's klonken na 1870 in Frankrijk nog maar zelden, bladmuziek was in Frankrijk amper verkrijgbaar en het deel van Frankrijk waar hij woonde kende nog nauwelijks symfonieorkesten). Die reputatie op afstand was voor hem niettemin zeer belangrijk en hij verbond die met die van andere kunstenaars. In één van zijn brieven noemt hij instemmend Hector Berlioz, zonder te zeggen waarom, al ligt het voor de hand te denken aan de Symphonie fantastique waarin aldus het door de componist gegeven programma een kunstenaar zijn idealen najaagt en daarvoor een hoge prijs betaalt. Brieven zijn sowieso voor Veldhorst een belangrijk bron (we kennen immers van de schilder geen werken met musici, instrumenten of andere expliciete verwijzingen naar muziek). Van Goghs fascinatie voor muziek uit zich in de brieven onder meer in een voorliefde voor kwalificaties met muzikale termen. Die termen hebben veelal betrekking op elementen als tempo en klankkleur en zijn niet per se gebonden aan vocale muziek, waardoor de werking in de ruimste zin van het woord voorop kan staan. In zijn fascinatie voor muziek in deze zin ging hij nog niet zover als de Amerikaan Whistler die een van zijn schilderijen de titel gaf 'Arrangement in grijs en zwart no. 1: Portret van de moeder van de kunstenaar', maar Van Gogh is wel volgens Veldhorst te beschouwen als een stap in het proces van realisme naar abstrahering. Zijn schilderijen rond zonnebloemen waarin kleur een hoofdrol speelt en waarvan één het omslag van het boek siert, noemde hij zelf 'een symfonie in blauw en geel'.

Met haar beschrijving geeft Veldhorst een goede verklaring voor de weerstanden die Van Gogh destijds opwekte, maar ook een geheel andere dan sinds 1910 gangbaar is: niet de getourmenteerde kunstenaar die zijn biografie uitstort in zijn werk, maar zijn 'ideologie' die afwijkt van wat ondanks het beginnende succes van het impressionisme voor 1900 nog steeds gangbaar was. Ik zie geen opera of orkestwerk gecomponeerd worden gebaseerd op het beeld dat Veldhorst beschrijft, maar het populaire beeld van de schilder is onmiskenbaar verrijkt.

Met ongeveer 100 pagina's platte tekst, vele illustraties en een uitvoerige noten- en literatuurlijst is het een rijk boek. Het is grotendeels meer beschrijvend dan opiniërend, wat soms jammer is, want sommige mededelingen nodigen uit tot een verklaring, zoals deze: 'Tegenover de schaarste aan wetenschappelijk onderzoek naar de betekenis van muziek voor Van Goghs werk staat een overvloed aan "muzikale" reacties op zijn tekeningen en schilderijen. Van meet af aan heeft zijn werk aan de pen van critici en schrijvers lyrisch-muzikale bespiegelingen ontlokt.' (p. 9-10) Is deze vorm van muzikaliteit voor kunsthistorici een onderwerp waarvan de gedeeltelijke ongrijpbaarheid en dus oncontroleerbaarheid wel de wetenschappers afstoot maar niet de andere toeschouwers? Als dat zo is bij Van Gogh, waarom dan niet bij Kandinsky en latere non-figuratieven? Of durven de wetenschappers te weinig in te gaan tegen populaire beelden omtrent Van Gogh? Als dat laatste het geval, dan heeft Veldhorst met haar boek op een goede wijze orde op zaken gesteld: enerzijds de kunstenaar heroverd op 'de populisten' en anderzijds aan de relatie tussen muziek en beeldende kunst een interessant hoofdstuk toegevoegd. De tegenstelling tussen wetenschappelijke en andere visies is echter ook betrekkelijk. De paradox is dat Van Gogh nu wordt gekoesterd als een buitenstaander en dat hij dat voor zijn eigen gevoel ook in veel opzichten was, maar dat zijn werk waarschijnlijk zijn huidige populariteit mede dankt aan het realiteitsgehalte dat veel kleiner of afwezig is bij de volledig non-figuratieven die deden wat Van Gogh wilde maar nooit zo populair werden als hij.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links